Joan Gideon Loten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Aquarel van onbekende kunstenaar van het grafmonument voor J.G. Loten in de Westminster Abbey.

Joan Gideon Loten (Groenekan, 16 mei 1710 - Utrecht, 25 februari 1789) was een Utrechtse ambtenaar bij de Vereenigde Oostindische Compagnie en Fellow van de Royal Society

Joan Gideon Loten, op 16 mei 1710 in Groenekan geboren, is bekend als de ‘natuuronderzoeker-gouverneur van Ceylon’. Zijn naam is verbonden met aquarellen van vogels en vlinders die in Celebes (Sulawesi), Ceylon (Sri Lanka) en Java die voor hem werden gemaakt door beambten van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Over Loten is een grote hoeveelheid documenten bewaard in verschillende archieven.

Biografie[bewerken]

Joan Gideon Loten was de oudste zoon van Joan Carel Loten (1669 - 1769) en Arnoldina Maria van Aerssen van Juchen (1685 - 1775). De familie kwam oorspronkelijk uit de Zuidelijke Nederlanden. Verschillende familieleden bekleedden prominente posities in de VOC en de West-Indische Compagnie (WIC). Vanaf 1720 woonde hij met zijn ouders in Utrecht op het tegenwoordige Domplein. In 1726 studeerde hij aan de Utrechtse Universiteit waar Petrus van Musschenbroek een van zijn leermeesters was. Begin 1728 verliet hij de Universiteit en werd klerk bij de VOC kamer te Amsterdam. In 1731 regelden familieleden voor hun jonge ‘neef’ een plaats bij de Compagnie als onderkoopman in Indië.

Begin januari 1732 vertrok Loten naar Batavia (Djakarta). Elf jaar later was hij gouverneur van Makassar (Ujung Pandang) (1744-1750). In 1752 werd hij gouverneur van Ceylon (1752-1757). In 1749 werd hij door de Heren XVII gekozen tot raad van Indië; hierdoor kreeg hij een zetel in het hoogste Indische gezagsorgaan van de VOC in Batavia. Loten was een loyaal en bekwaam ambtenaar. Voor de inheemse bevolking toonde hij belangstelling en respect. Er zijn geen aanwijzingen dat hij zich in Azië door knevelarij heeft verrijkt. Wel kwam hij door zijn strikte plichtopvatting regelmatig in conflict met zijn collega’s.

Medaillon met het portret van J.G. Loten

In 1758 arriveerde Loten als Admiraal van de Retourvloot in de Republiek. Hij bezat een vermogen van circa 700.000 gulden. Zijn Oost-Indische fortuin was voor een belangrijk deel afkomstig uit een erfenis van Nathanael Steinmetz, voormalig gouverneur van Ambon. Het kapitaal verschafte Loten financiële onafhankelijkheid gedurende de rest van zijn leven. De Utrechtse elite zag hem niet als een gelijke en zijn natuurfilosofische belangstelling werd afgekeurd. Binnen een jaar na zijn terugkeer in de Republiek reisde Loten daarom naar Londen. Hij voelde zich daar meer op zijn gemak bij de heren van het Brits Museum en de Royal Society. In Engeland werd hij gewaardeerd voor zijn verdiensten. Loten woonde 22 jaar in London, een verblijf dat vijf maal werd onderbroken door langdurige bezoeken aan Utrecht.

Maar in Engeland was Loten als buitenlander uiteindelijk ook een buitenstaander. Pas in september 1781, bijna een jaar na het uitbreken van de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog, keerde hij terug naar Utrecht en woonde daar aan de Cour de Loo (Drift 27). Loten was getuige van de Patriotse opstand.

Op 25 februari 1789 overleed Loten. Hij werd bijgezet in de familiekelder op het koor van de Utrechtse Jacobikerk. Patriotse activisten van de Bataafse Republiek verwijderden in 1795 zijn grafbord; de grafkelder is na restauratie uit de kerk verdwenen. In de Londense Westminster Abbey echter, werd in 1795 een indrukwekkend monument voor Loten geplaatst.

Betekenis voor de wetenschap[bewerken]

Loten was thuis in de zoölogische, astronomische, genealogische en geneeskundige literatuur van zijn tijd. Overigens waren deze bezigheden een vorm van vermaak voor rijke mensen met veel vrije tijd. In Engeland kwam hij in contact met natuuronderzoekers verbonden aan het Brits Museum. Hij schonk aquarellen[1], opgezette vogels en bezoarstenen aan het Brits Museum. In 1760 werd hij gekozen tot Fellow van de Royal Society (FRS) en in 1761 tot Fellow van de Society of Antiquaries van Londen (FSA). Joseph Banks was in Londen Lotens buurman. Banks werd later voorzitter van de Royal Society en hij vergezelde als natuurwetenschapper kapitein James Cook op zijn wereldreis (1768-1771). Dankzij Banks is Lotens natuurhistorische collectie in Engelse 18e-eeuwse natuurboeken gekopieerd en beschreven.

Loten bracht een indrukwekkende collectie bijeen aan boeken over geschiedenis, genealogie, natuurlijke historie, geneeskunde, sterrenkunde en wiskunde en verder wetenschappelijke instrumenten.[2]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Boekhouder Jean Michel Aubert (1717-1762) maakte aquarellen van vlinders en topografische prenten op Makassar. Landmeter Pieter Cornelis de Bevere (1722-voor 1781) maakte aquarellen van vogels en planten op Ceylon en Java.
  2. Verschillende wetenschappelijke instrumenten van Loten zijn momenteel bewaard in het Universiteitsmuseum in Utrecht. Lotens kaarten en topografische tekeningen zijn verspreid over collecties in het Rijksprentenkabinet (Amsterdam), Universiteitsbibliotheek (Leiden) en het Nationaal Archief (‘s-Gravenhage). Na zijn overlijden werd zijn bibliotheek voor het grootste deel verkocht. Zijn manuscripten en instrumenten kwamen in bezit van zijn broer Arnout en andere familieleden. De natuurhistorische aquarellen worden tegenwoordig bewaard in het Natural History Museum (Londen) en Teylers Museum (Haarlem).
  • A.J.P. Raat, The Life of Governor Joan Gideon Loten (1710-1789, a personal history of a Dutch virtuoso (Verloren Hilversum 2010), 832 pagina’s. ISBN 978-90-8704-151-9.