Joan Laporta

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Joan Laporta in 2008.

Joan Laporta i Estruch (Barcelona, 29 juni 1962) is een Spaanse advocaat en van 2003 tot 2010 de president van FC Barcelona.

Advocatenloopbaan[bewerken]

Laporta volgde zijn rechtenstudie aan de Universitat de Barcelona. Hij heeft zijn eigen advocatenkantoor, Laporta & Arbós. Bovendien vond Laporta regelingen om de schulden van de club op te lossen en vergrootte hij de inkomsten van de club.

FC Barcelona[bewerken]

Zijn carrière binnen FC Barcelona begon Laporta in de jaren negentig als leider van Elefant Blau (Blauwe Olifant), een oppositiegroep gericht tegen de toenmalige president Josep Lluís Núñez.

In 2003 stelde Laporta zich verkiesbaar als president van FC Barcelona. Lange tijd lag hij ver achter op favoriet Lluís Bassat, maar door zijn goede verkiezingscampagne en de steun van Johan Cruijff won Joan Laporta uiteindelijk de verkiezingsstrijd.

Sportieve successen[bewerken]

Onder het bewind van Laporta als voorzitter van FC Barcelona kende de club sportief gezien een zeer succesvolle periode, in het bijzonder in de voetbaltak. Aitor Beguiristain, oud-speler van de club, werd door Laporta aangesteld als technisch directeur op het sportieve vlak. Er kwamen verschillende topspelers naar de Catalaanse club, waaronder Ronaldinho (2003), Deco (2004), Samuel Eto'o (2004), Thierry Henry (2007) en Zlatan Ibrahimović (2009). Zijn beleid leidde tot succes: Barça klom uit het sportieve dal waarin het zich sinds 2000 bevond en begon weer prijzen te winnen met de Spaanse landstitel (2005, 2006, 2009, 2010), de Copa del Rey (2009), de UEFA Champions League (2006, 2009) en de wereldbeker (2009) als voornaamste voorbeelden. In het eerste deel van de bestuursperiode van Laporta was de Nederlander Frank Rijkaard de hoofdtrainer. Na twee tegenvallende seizoenen werd hij in 2008 vervangen door voormalig speler Josep Guardiola. Ook de andere proftakken basketbal, handbal en rolhockey waren succesvol. Zo won het basketbalteam in 2010 de EuroLeague.

Andere successen[bewerken]

Naast de sportieve successen vond Laporta bovendien regelingen om de schulden van de club op te lossen, vergrootte hij de inkomsten van de club, herstelde hij de positie van FC Barcelona als boegbeeld van Catalonië, gaf hij het clubmotto més que un club (meer dan een club) een nieuwe dimensie door middel van een overeenkomst met UNICEF, en weerde hij de hooligans van de Boixos Nois uit Camp Nou. Daarnaast nam het aantal clubleden in de periode-Laporta sterk toe tot recordaantallen.

Bestuurlijke problemen[bewerken]

Op bestuurlijk vlak kende Laporta de nodige problemen. Na zijn verkiezingswinst begon Laporta in 2003 met een directie van vijftien personen, waaronder de vicepresidenten Sandro Rosell, Albert Vicens, Ferran Soriano, Alfons Godall en Marc Ingla. Van dit vijftal bleef alleen Godall tot het einde in functie; de overige vier oorspronkelijke vicepresidenten stapten, evenals verschillende andere directieleden, in de loop der jaren op na onvrede over het beleid van Laporta. Rosell, eerste vicevoorzitter en voormalig directeur van Nike in Zuid-Amerika, was in 2005 de eerste die vertrok na een hevig conflict met Laporta.

In juli 2006 kwam bovendien een procedurele fout aan het licht. Drie socios (clubleden) waren naar de rechtbank gestapt omdat zij vonden dat Laporta de clubstatuten niet had nageleefd en daarom eisten dat FC Barcelona met onmiddellijke ingang voorzittersverkiezingen zou houden. De statuten van FC Barcelona schrijven namelijk voor dat elke verkozen voorzitter een mandaat van vier jaar krijgt dat ingaat op 1 juli. Laporta werd voorzitter van Barcelona op 22 juni 2003 en de drie clubleden vonden dat die negen dagen tussen 22 juni en 1 juli voor een heel jaar tellen. Daardoor zou het mandaat van Laporta op 30 juni 2006 afgelopen zijn. Uiteindelijk stelde de rechtbank het drietal in het gelijk en Laporta was genoodzaakt af te treden als clubpresident. De advocaat stelde zich wel opnieuw verkiesbaar. De verkiezingen vonden uiteindelijk niet plaats omdat alleen Laporta het benodigde aantal handtekeningen van 1.804 wist te verzamelen om zich verkiesbaar te kunnen stellen. Hij behaalde 8994 steunbetuigingen, terwijl zijn concurrenten de kiesdrempel geen van allen wisten te bereiken. Jaume Guixà kwam tot 1694 handtekeningen, Jordi Medina verzamelde er 1319, Ferrán Estrada dertien en Francesc Liñán slechts één. Hierdoor kon Laporta opnieuw aantreden als president van FC Barcelona.

In juli 2008 stapten Ingla, Soriano en Vicens op als vicepresident na een motie van wantrouwen tegen Laporta. Zestig procent van de clubleden ondersteunde deze motie, waardoor de benodigde 66% voor het uitschrijven van nieuwe verkiezingen net niet werd gehaald en Laporta aanbleef als president.

In juni 2010 liep de tweede termijn van Laporta als clubpresident van FC Barcelona af. Hij schoof Jaume Ferrer, één van zijn vicepresidenten, naar voren als de continuïteitskandidaat in de verkiezingen. Ferrer verloor de verkiezing echter van Sandro Rosell.

Voorganger:
Enric Reyna
President van FC Barcelona
(2003-2010)
Opvolger:
Sandro Rosell