Joan Maetsuycker

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Joan Maetsuycker
Gouverneur-generaal Joan Maetsuycker
Gouverneur-generaal Joan Maetsuycker
Geboren 14 oktober 1606
Amsterdam
Overleden 24 januari 1678
Batavia
Land/partij Flag of the Netherlands.svg Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
Dienstjaren 1653-1678
Rang Gouverneur-generaal van de VOC
Portaal  Portaalicoon   VOC

Joan (of Johan) Maetsuycker (Amsterdam, 14 oktober 1606 - Batavia, 24 januari 1678) was 25 jaar lang, van 1653 tot 1678, gouverneur-generaal voor de Vereenigde Oostindische Compagnie, een record. Het overzeese rijk bloeide onder Maetsuyker, een voorzichtig bestuurder.

Biografie[bewerken]

Persoonlijk leven[bewerken]

Maetsuycker kwam uit een katholiek gezin en studeerde rechten in Leuven. Hij liet zich inschrijven als advocaat bij het Hof van Holland en vestigde zich in Amsterdam. In 1636 zeilde hij naar Batavia.

In 1663 stierf zijn vrouw Haesje Berckmans; hij hertrouwde in 1664 met de 24-jarige Elisabeth Abbema, de dochter van de predikant Fredericus Abbema en de weduwe van Simon Cos, gouverneur van Ambon. Johan van Dam zou haar naar Batavia hebben gestuurd met de bedoeling om later met haar te trouwen. In 1671 raakte de prachtlievende Elisabeth in opspraak omdat ze gouden munten uit Japan had laten importeren, buiten de VOC om. Haar bedoeling was haar zwager in Suratte de juwelen te laten kopen. Ze stierf op 19 november 1674 en is naar verluidt luistervol begraven. Zijn beide huwelijken waren kinderloos. Eind november 1677 werd Maetsuycker zwaar ziek en stierf enkele maanden later. Hij liet een groot fortuin na aan twee neven en zijn zuster.

Carrière[bewerken]

In 1641 werd hij benoemd in de Raad van Indië. Antonie van Diemen droeg hem op alle plakkaten en verordeningen te verzamelen om daaruit de Statuten van Batavia, een soort wetboek voor Indië, samen te stellen. In 1644 viel hij Goa aan en 1646 werd hij opnieuw naar Goa gestuurd om tot een wapenstilstand met de Portugezen te komen en een grensregeling op Ceylon. Als gouverneur van Ceylon sloot hij in 1649 een contract met de sultan van Kandy waarbij de VOC het kaneelmonopolie verkreeg. Hij had een voorkeur voor het Portugese systeem om VOC-personeel met inlanders en halfbloeden te laten trouwen, de zogenaamde burghers, die beter bestand waren tegen het klimaat en zich als middenstanders konden vestigen.[1] Vervolgens werd hij benoemd tot Raad van Indië (1650). In 1653 werd hij benoemd tot gouverneur-generaal.

Gouverneur-generaal[bewerken]

Olieverfschilderij door Andries Beeckman voorstellende het Kasteel Batavia gezien van Kali Besar west met op de voorgrond de Passar Ikan (vismarkt) (ca 1662), collectie Tropenmuseum

Op 25 juli 1652 arriveerde uit China de pater-jezuïet Matino Martini in Batavia. Hij meldde dat Coxinga met 300 jonken en 30.000 soldaten klaar stond voor de oversteek naar Formosa. Hij meende ook dat, na de val van de Mingdynastie, het niet lang meer zou duren voordat het gehele Chinese grondgebied onderworpen was. Daarom was het verstandig om de gaan onderhandelen met het hof in Peking over de zijde en porselein handel, die als gevolg van de burgeroorlog stil was komen te liggen.

Op 30 maart 1661 verscheen Coxinga's vloot van 300-400 jonken voor Taiwan. Buiten schootsveld van het Fort Zeelandia zette hij 25.000 man keurtroepen aan land. Het kasteel, waar Frederick Coyett het bevel voerde, had een bezetting van 1140 man en een betrekkelijk kleine kruitvoorraad. Er lagen twee grotere en twee kleinere schepen op de rede. Zestig jonken voerden een aanval uit op de vier Hollandse schepen. Het jacht Hector vloog in de lucht en de overige schepen vluchtten naar open zee. Het kleine jacht Maria wist te ontsnappen en is tegen de zuidwestmoesson in langs de Filipijnse kust naar Batavia gevaren om alarm te slaan.[2] In 1662 kwam een eind aan de 37 jaar durende Hollandse aanwezigheid op Taiwan. In deze periode zijn door gezamenlijke inspanning van Hollanders en Chinezen belangrijke veranderingen doorgevoerd: nieuwe gewassen werden geïntroduceerd en steden, waterwerken, polders, bruggen en wegen werden aangelegd.

Varia[bewerken]

Kaart voorstellende het kasteel en de stad Batavia in het jaar 1667.
  • In 1655 vertrokken twee Hollandse gezanten, Pieter de Goyer en Jacob Keyzer naar Canton. Johan Nieuhof werd benoemd als hofmeester. Na een vier maanden durende tocht langs rivieren en het Keizerskanaal arriveerden zij in Peking. Zij vroegen voor de VOC de vrije handel toe te staan, maar moesten teleurgesteld weer naar huis terugkeren.[2]
  • In augustus 1655 stuurde hij zijn concurrent Gerard Pietersz. Hulft naar Ceylon, die tijdens een beleg van Colombo dat zeven maanden duurde, getroffen werd door een kogel en stierf.[3] In 1658 is Jaffna veroverd op de Portugezen; vervolgens Nagapattinam op de Coromandelkust. Ondanks de Vrede van Den Haag werd op 1 december 1661 Quilon ingenomen, nadat de Portugezen de stad hadden verlaten. Op 8 januari 1663 kwam Cochin en in handen van Rijkloff van Goens. Vanaf die tijd zette de VOC haar stempel op de Malabarkust. De berichten over de vrede bereikten Batavia pas in 1663.
  • In 1659 werden voor het eerst veertig kisten met Japans porselein naar Batavia verscheept.[4] Er werd (tijdelijk) vrede gesloten met Bantam, een lastige concurrent, en Batavia kon groeien. Er werd een strafexpeditie naar Palembang uitgevoerd door majoor Jan van der Laan, waarbij de plaats vernietigd werd.[5]
  • Formosa werd in 1662 opgegeven. Na de Overgave van Fort Zeelandia werd Frederick Coyett van hoogverraad beschuldigd en is op 11 juni 1665 symbolisch ter dood veroordeeld. Balthasar Bort teisterde de kust van China om het verlies te wreken.
  • In 1660 en 1667 is Makassar aangevallen en veroverd, en in 1668 is het Verdrag van Bongaja gesloten met sultan van deze de concurrerende havenstad. Vanaf dat moment kon geen kruidnagel meer vervoerd worden uit de archipel zonder dat de VOC daarbij betrokken was. De verovering door Cornelis Speelman maakte in heel de archipel indruk. In Bantam en Mataram was de stemming lange tijd gedrukt.
  • Maetsuycker had een neef bij de Schouwburg van Van Campen en wilde deze jongen laten overkomen. De acteur antwoordde, dat het hem beter beviel, in Amsterdam nu eens prins, dan eens koning en dan weer keizer, daarna vrij man te zijn, dan in Indië altijd slaaf te worden.
  • Onder zijn bewind werd de westkust van Sumatra bezet waardoor de Engelsen verdwenen en expedities naar de binnenlanden van Java gehouden. In 1669 beloofde de VOC in het Painans contract de sultan van Palembang (Zuid-Sumatra) bescherming tegen Atjeh, dat haar invloed steeds meer naar het zuiden uitbreidde.
  • Nadat de op Ambon werkende Duitse onderzoeker Georg Everhard Rumphius blind geworden was en door de plaatselijke gouverneur aan de kant was gezet, greep Maetsuycker in zodat hij zijn ‘curieuse studiën’ voort kon zetten.
  • In 1675 liet Maetsuycker merken weinig interesse te hebben in handel met Ethiopië.
  • In 1676 werd Surabaya door Speelman veroverd. Als 'dank' voor de hulp die de VOC aan Amangkurat II had verleend in zijn strijd om de troon verkreeg de VOC een groot aantal voorrechten.
  • In 1677 zijn vier leden van de Raad ontslagen vanwege corruptie, waaronder Pieter Overtwater en Pieter van Hoorn. Constantin Ranst en Hendrik van Rheede namen ontslag.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) Boxer, C.R. (1965) The Dutch Seaborne Empire 1600-1800, blz. 247-248.
  2. a b De VOC op Taiwan, ReizenNaarTaiwan.nl
  3. [http://www.dbnl.org/tekst/geyl001gesc01_01/geyl001gesc01_01_0029.htm P. Geyl, Geschiedenis van de Nederlandse stam (herziene uitgave). Wereldbibliotheek N.V., Amsterdam/Antwerpen 1948-1959 (drie delen)
  4. http://naturalisticspoon.com/Imari.html
  5. Gerard Lauts: (1856) Geschiedenis van de vestiging, uitbreiding, bloei en verval van de magt der Nederlanders in Indië, Volume 2 blz 63-64

Bronnen

Voorganger:
C. Reyniersz
Gouverneur-generaal van de VOC
1653-1678
Opvolger:
R. van Goens