Joan Robinson

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Joan Violet Robinson FBA (Surrey, 31 oktober 1903 - in Cambridge, 5 augustus 1983) was een Post-Keynesiaanse econoom, die bekendstond om haar kennis van monetaire economie en haar brede bijdragen aan de economische theorie. Ze was de dochter van generaal-majoor Sir Frederick Barton Maurice, 1st Baronet en was getrouwd met collega-econoom Austin Robinson.

Zij speelde een belangrijke rol in de zogenaamde Cambridge-kapitaalcontroverse.

Biografie[bewerken]

Robinson studeerde economie aan Girton College, Cambridge. Onmiddellijk na haar afstuderen in 1925 trad zij in het huwelijk met de econoom Austin Robinson. In 1937 werd zij docent in de economie aan de Universiteit van Cambridge. Zij werd in 1958 lid van de British Academy. In 1962 werd zij verkozen tot fellow van Newnham College. In 1965 werd zij gewoon hoogleraar en fellow aan Girton College. In 1979, slechts vier jaar voor haar dood, werd ze de eerste vrouwelijke fellow van King's College.

Aanvankelijk een aanhanger van de neoklassieke theorie veranderde zij na haar kennismaking met John Maynard Keynes van gedachten. Als lid van de "Cambridge School" in de economie, droeg Robinson bij aan de uiteenzetting en ondersteuning van Keynes' General Theory. Zij schreef in 1836 en 1937 met name over de werkgelegenheidsaspecten van Keynes' nieuwe theorie.

In 1933 bedacht Robinson in haar boek, The Economics of Imperfect Competition de term "monopsonie". Dit kopersequivalent van een verkopers monopolie houdt in dat er slechts één koper, maar meerdere aanbieders zijn.

In 1942 Robinsons An Essay on Marxian Economics concentreerde zich op Karl Marx als econoom. Mede door dit boek werd het debat vervat over dit aspect van de nalatenschap van Marx.

Externe bronnen[bewerken]

Externe links[bewerken]