Jodenvet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zakje jodenvet

Jodenvet of borsthoning, honingborst, hakhoning, massee (massé), kattensnauw, sikkevet, bokkenvet, kletskop [1] is ouderwets snoepgoed, dat in het begin van de 20e eeuw erg populair was. De naam jodenvet werd het meest gebruikt in Vlaanderen en het grootste gedeelte van Nederland, de naam borsthoning, massee is meer bekend in Noord-Nederland.

De smaak is in eerste instantie vettig en zacht, bijna smaakloos. Daarna komt het zoet naar voren: bij het in de mond houden van het jodenvet wordt zetmeel omgezet in suiker en dat geeft een warm-zoete smaak. Op den duur (soms zelfs vrij snel) komt er een prikkende scherpe elektriserende smaak naar voren, met een bittere bijsmaak. De smaak wordt daarna alleen maar scherper en bitterder.

Borsthoning is een bijproduct van de productie van aardappelstroop. Bij de productie van aardappelstroop zette zich op de machine een zoete, witte massa af. Die massa verwijderde men na een paar dagen, als het hard was geworden. Het bleek dat veel mensen de harde witte brokken lekker vonden en zo vond het bijproduct zijn weg naar de snoepwinkels. Tot in de jaren 1970 werd massee onder andere verkocht door snoepfabrikant Ringers. Consumenten kochten borsthoning in de vorm van flinke brokken waar ze met de tanden stukjes van af schraapten. Vooral in het zuiden van het land was borsthoning rond Sinterklaas populair. In de jaren 1990 werd de de productiemethode van massee niet meer hygiënisch gevonden en werd de verkoop gestopt. In 2003 stopte ook de productie van aardappelstroop in Nederland, waarmee de borsthoning verdween.

Vanaf 2005 wordt borsthoning weer verkocht, het product wordt geïmporteerd vanuit Oost-Europa waar het een bijproduct is bij de productie van maismeel. Jodenvet wordt nu vooral onder de naam borsthoning verkocht, maar in de volksmond is de aanduiding 'jodenvet' blijven bestaan, zeker in het zuiden van Nederland. [2]

Bronnen, noten en/of referenties