Johan Benders

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Johan Benders (Bloemendaal, 7 januari 1907 - Amsterdam 16 april 1943) was een Nederlandse verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Benders begon op zijn werk als leraar Nederlands en Geschiedenis aan het Amsterdams Lyceum te Amsterdam samen met een aantal oudere leerlingen stamkaarten en distributiekaarten te vervalsen, zodat Joodse leerlingen en hun familie deportatie konden ontlopen. Ook zijn echtgenote, de logopediste Gerritdina Benders-Letteboer was hierbij betrokken. Hun huis in Amstelveen stelden zij open als onderduikadres voor tijdelijke onderduikers en voor een aantal permanente onderduikers.

Twee oud-leerlingen, de Joodse zusjes Rosalie Wijnberg en Katie Wijnberg, die bij hun tante woonden omdat hun ouders in Nederlands-Indië verbleven, kwamen bij hen wonen en bleven tot het eind van de oorlog. In 1943 kwam een ander Joods meisje, Lore Polak er bij.

Op 4 april 1943 werden ze echter door hun buren verraden en de Sicherheitsdienst arresteerde Johan, Katie en Lore. Johan werd opgesloten in de gevangenis aan de Amstelveenseweg te Amsterdam op de verdenking van een overval op het registratiekantoor. Hij had in zijn zak de adressen van achttien ondergedoken Joden. Na een gesprek met zijn celgenoot, de dichter Gerrit Kouwenaar poogde hij tot tweemaal toe in zijn cel zelfmoord te plegen om niet "door te slaan" tijdens de ondervragingen waarbij hij hevig werd gemarteld. Dit lukte echter niet. Uiteindelijk slaagde hij er in op 16 april 1943 uit het raam van zijn cel op de derde verdieping te springen en kwam hierbij om. De leerlingen van zijn school besloten hierop hun leraar te herdenken en hielden een mars langs de gevangenis waarbij ze het schoollied floten.

Gerritdina bleef achter met hun twee jonge dochters en was vijf maanden zwanger. Toch nam zij een ander Joods meisje op en herbergde ook Jan Doedens, een oud-leerling van haar man die aan de gedwongen Arbeitseinsatz wilde ontkomen. Ze slaagde er ook in om Lore Polak terug te vinden. Deze was na haar arrestatie doorgestuurd naar kamp Westerbork maar was daar ontsnapt en elders opgevangen. Ook Katie Wijnberg kwam na een paar weken gevangenschap terug naar Gerritdina. Na de oorlog bleek dat Lore's gehele familie was vermoord in de concentratiekampen zodat zij nog vier jaar bij Gerritdina bleef wonen waarna zij naar Amerika emigreerde.

In Amsterdam werd na de oorlog een straat naar Johan Benders vernoemd. Op 27 maart 1997 ontving het echtpaar Benders postuum de Yad Vashem-onderscheiding[1] die in mei 1998 tijdens een ceremonie in het Amsterdams Lyceum werd uitgereikt aan hun nabestaanden.[2]

Bronnen[bewerken]

  1. Glossary of Names and Commonly Used Terms. Holocaust Memorial Center
  2. Israël eert vijf Nederlanders voor hulp aan Joden. Reformatorisch Dagblad (11 mei 1998)