Johan Cornelis van der Wijck

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Jhr. Johan Cornelis van der Wijck (Buitenzorg, 11 januari 1848 - Den Haag, 2 oktober 1919) was een Nederlands luitenant-generaal, commandant van het Nederlands-Indisch leger, gouverneur van Atjeh en Onderhorigheden, onder meer ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Loopbaan[bewerken]

Van der Wijck volgde de Koninklijke Militaire Academie en werd in 1869 benoemd tot tweede luitenant; hij werd in 1874, in de rang van eerste luitenant (benoemd in 1873) aangesteld als adjudant bij het vierde bataljon infanterie. In 1880 werd hij benoemd tot adjudant van de commandant van de IIIde militaire afdeling. Van der Wijck werd in 1881 bevorderd tot kapitein, in 1892 tot majoor en in 1894 tot luitenant-kolonel benoemd. In 1895 en 1898 was hij militair commandant van Palembang en in 1890 commandant der infanterie te Magelang. Intussen was Van der Wijck in 1898 tot kolonel benoemd en werd hij in die rang, in 1900, benoemd tot generaal-majoor, commandant, eerst van de eerste en daarna van de tweede militaire afdeling op Java. Vervolgens werd hij benoemd tot chef van het wapen der infanterie, tevens chef der tweede afdeling van het Departement van Oorlog in Nederlands-Indië.

Nadat Van der Wijck in 1903 tijdelijk was benoemd tot commandant van het Nederlands-Indische leger, kreeg hij hij voor de wijze waarop hij het commando over het leger had gevoerd een dankbetuiging van de regering. Hij werd in 1904, gedurende de afwezigheid van de civiele en militaire gouverneur, van Heutsz, tijdelijk belast met de functie van civiel en militair gouverneur van Atjeh en Onderhorigheden; kort daarna, in hetzelfde jaar, volgde zijn benoeming in genoemde functie, waaruit hem het jaar daarop eervol ontslag werd verleend, onder dankbetuiging voor de door hem daarin bewezen diensten. In 1905 volgde zijn benoeming tot luitenant-generaal, commandant van het leger en chef van het Department van Oorlog in Nederlands-Indië. In laatst genoemd jaar werd hij ook benoemd tot lid van het Centraal Comité van het Rode Kruis in Nederlands-Indië. Van der Wijck verkreeg in 1907 op zijn verzoek eervol ontslag uit de dienst, onder dankbetuiging voor de vele en gewichtige diensten, door hem aan het land bewezen. Van der Wijck was ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, droeg de Atjeh-medaille voor krijgsverrichtingen in de Kraton, het Ereteken voor Belangrijke Krijgsbedrijven en het Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als officier. Van der Wijck werd eervol vermeld wegens de krijgsverrichtingen in de XII en XXVI Moekims, te Atjeh in 1879. Hij overleed op 12 oktober 1919 en werd begraven op de Algemene Begraafplaats te Den Haag.

Portal.svg Portaal KNIL
Voorganger:
H.C.P. de Bruijn
Commandant van het KNIL
1903 - 1903
Opvolger:
W. Boetje
Voorganger:
G.J. van Kooten
Commandant van het KNIL
1905 - 1907
Opvolger:
M.B. Rost van Tonningen
Voorganger:
J.B. van Heutsz
Gouverneur van Atjeh
1904-1905
Opvolger:
G.C.E van Daalen
Bronnen, noten en/of referenties