Johan Huydecoper van Maarsseveen (1599-1661)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Johan Huydecoper van Maarsseveen
Joan Huydecoper II.jpg
Algemene informatie
Naam Burgemeester Huydecoper op schuttersstuk door Bartholomeus van der Helst
Geboren 1599
Overleden 26 oktober 1661
Titulatuur ridder
Politieke functies
1620-? schepen van Amsterdam
1632 of 1634-? bewindhebber van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC)
1651, 54, 55, 57, 59, 60 burgemeester van Amsterdam
1653 raad van de Admiraliteit van Amsterdam
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Johan Huydecoper, heer van Thamen, Blokland, Uithoorn en Kudelstaart, van Maarsseveen en Neerdijk (zich noemende Huydecoper van Maarsseveen) (Amsterdam, 1599 - aldaar?, 26 oktober 1661) was een koopman, financieel specialist, projectontwikkelaar. Hij was ridder, heer van Maarsseveen en zes keer burgemeester van Amsterdam. Tussen 1650 en 1660 was Huydecoper nauw betrokken bij de bouw van het stadhuis op de Dam en verstrekte kunstenaars opdrachten om schilderijen te leveren.

Biografie[bewerken]

Johan Huydecoper was de zoon van Jan Jacobsz. Huydecoper, een banneling, die na de Alteratie een positie in de vroedschap had gekregen. Zijn vader behoorde tot de eerste oprichters van de VOC en wist handig te profiteren van de grote stadsuitbreiding van 1613.[1] Hij was tevens eigenaar van een steenbakkerij ten zuiden van Breukelen.[2]

Johan groeide op in de Sint Antoniebreestraat. In 1621 trouwde hij met Lysbeth de Bisschop, die een jaar later stierf. Bij het opmaken van een testament in 1625 tussen Jan Huijdencoper en Maria Coijmans, de dochter van Balthasar Coymans, woonde hij op de Lauriergracht.[3] Volgens Rembrandtkenner Gary Schwartz was hij in 1628 een van de eerste kopers in Amsterdam van werk van Rembrandt.[4] In Maarssen liet hij de hofstede Goudestein langs de Vecht neerzetten. Als projectontwikkelaar verkocht hij in de navolgende jaren grond en huizen in de omgeving.[5] In 1632 of 1634 werd hij als bewindhebber van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) geïnstalleerd. Twee jaar later werd hij in de Zweedse adelstand verheven.[6] Huydecoper werd opgenomen in de Orde van de Heilige Michaël, hetgeen betekent dat hij zich voor de Franse koning of Frankrijk verdienstelijk had gemaakt. De reden is vooralsnog onduidelijk.

Het huis van Johan Huydecoper op het Singel, dat in 1943 verloren ging na het neerstorten van een vliegtuig.

Philips Vingboons ontwierp in 1639 een huis voor hem op het Singel. Het had een Grote Zaal met tapijten bekleedt en Zaal met goudtleer behangen. Het heeft wijders een heel cierlijcke grootte Tuyn, met een Fonteyn, beneffens eenige Statuen daer in; waer aen volght een Paarde Stal, met een Stal kamer, en gaet men voorts achter uyt met een groote poort. Govert Flinck schilderde in 1648 het Korporaalschap van Joan Huydecoper met Huydecopers huis op de achtergrond.[7] Er bestaat een gravure van de achterkant van het huis rond 1663, naar een tekening van Jacob van Ruisdael, waarop het uitgraven van de Herengracht is te zien.

In augustus 1650 liet Huydecoper de bruggen ophalen, de poorten sluiten en geschut aanslepen, vervolgens onderhandelde hij met stadhouder Willem II, toen die van plan was met een leger Amsterdam aan te vallen om de macht van de toenmalige burgemeesters te beperken. De stadhouder eiste dat Andries Bicker en zijn broer Cornelis uit de vroedschap werden verwijderd. In 1653 werd hij raad van de Admiraliteit van Amsterdam.

In 1655 reisde hij met zijn zoon Joan, Pieter de Graeff, zoon van burgemeester Cornelis de Graef, aan wie hij zijn carrière te danken had, en Joan Corver op diplomatieke missie naar Frederik Willem van Brandenburg in Berlijn. Daar moest hij besprekingen voeren over een bondgenootschap tegen Zweden en als peetoom optreden bij de doop van een prins. Huydecoper was buitengewoon bezorgd omdat hij de Duitse taal niet kende en nog nooit zo ver van huis was geweest.

Huydecoper was een liefhebber van kunst en de beschermheer van Jan Vos, die zijn persoon, woning, buitenplaats, schilderijen en kinderen bezong. Artus Quellinus beeldhouwde zijn buste. Als overman van de Voetboogdoelen is Huydecoper in 1656 geportretteerd door Bartholomeus van der Helst. Huydecoper leverde een van de vijf concepten[8] voor de vierde uitleg van Amsterdam, met gebruikmaking van een fortificatieplan, waarvan het traject al rond 1651 was bepaald.[9] De eerste plannen werden door Henrick Ruse als debiel aangemerkt. In 1661 ontving hij Amalia van Solms, bij een tegenbezoek op Goudestein.

Kinderen[bewerken]

Johan Huydecoper (1599 - 1661)
  • Joan (1625-1704) werd burgemeester van Amsterdam, hij trouwde in 1656 met zijn volle nicht Sophia Coymans (1636-1714) (een dochter van Johannes Coymans)
  • Maria (1627-1658) trouwde in 1642 met Jacob F. Hinlopen; stierf in het kraambed
  • Eleonora (1631-1663) trouwde in 1657 met Jan J. Hinlopen; stierf in het kraambed
  • Geertruid (1634—1669)[10] trouwde met David d'Ablaing (1622-1672),[11] tot zijn dood de voogd van Sara Hinlopen.
  • Constantia (1636-1702) trouwde in 1668 met de predikant Albertus van Westerhoff (1633-1702);
  • Elisabeth (1638-1703) trouwde in 1670 met Pieter van Wickevoort (1629-1721).
  • Jacoba Sophia (1640-1714) trouwde in 1675 Aernout Druyvesteyn (1641-1698), een mecenas en burgemeester van Haarlem.
Bronnen, noten en/of referenties

Literatuur

  • Israel, Jonathan I. (1995), The Dutch Republic: Its Rise, Greatness, and Fall, 1477-1806, Clarendon Press, Oxford, ISBN 0-19-873072-1.
  • Zandvliet, Kees (2006), De 250 rijksten van de Gouden Eeuw: Kapitaal, macht, familie en levensstijl, p. 77-79, uitg. Nieuw Amsterdam, Amsterdam, ISBN 90-8689-006-7.
  • Burke, P. (1994), Venice and Amsterdam: A study of seventeenth-century élites.
  • Kooijmans, Luuc (1997), Vriendschap en de kunst van het overleven in de zeventiende en achttiende eeuw, p. 113-131.

Voetnoten

  1. Kooijmans, L. (1997), Vriendschap en de kunst van het overleven in de zeventiende en achttiende eeuw, p. 113-131.
  2. Abrahamse, J.E. (2010), De grote uitleg van Amsterdam: Stadsontwikkeling in de 17e eeuw, p. 54, 86, 368.
  3. 1 jan. 1625 NA 351B-4 not. W. Cluijt.
  4. Schwartz, G. (1983), Rembrandt, zijn leven, zijn schilderijen, p. 134.
  5. Leeuwenburg en de omringende buitenplaatsen
  6. De Zweedse kroon of Axel Oxenstierna, de rijkskanselier, regelde dat tegen betaling, mogelijk als dank voor bewezen diensten.
  7. Te zien in het Amsterdams Historisch Museum.
  8. Abrahamse, J.E. (2010), De grote uitleg van Amsterdam: Stadsontwikkeling in de 17e eeuw, p. 146.
  9. Essen, G. van (2002), "De eerste fase (1650-1662) van de Vierde Vergroting van Amsterdam herbezien". In: Jaarboek Amstelodamum 94, p. 104.
  10. Geheugen van Nederland
  11. Geheugen van Nederland