Johan Lodewijk Leonard Marinus Wittich

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Johan Lodewijk Leonard Marinus Wittich

Johan Lodewijk Leonard Marinus Wittich (Batavia, 13 januari 1858 - Den Haag, 15 januari 1941) was een Nederlands eerste luitenant der infanterie van het Indische leger en ridder in de Militaire Willems-Orde.

Loopbaan[bewerken]

Wittich volgde als sergeant vanaf juli 1881 de militaire school te Meester Cornelis, slaagde voor het admissie-examen in 1882 en werd op 1 augustus 1885 benoemd tot tweede luitenant. Hij werd vervolgens in oktober van dat jaar geplaatst bij het dertiende bataljon en op 25 augustus 1887 overgeplaatst bij het garnizoensbataljon van Amboina en Ternate. In februari 1888 werd Wittich overgeplaatst naar Ambarawa, naar het garnizoensbataljon van Willem I en dat jaar op nonactiviteit geplaatst wegens tijdelijke ongeschiktheid voor de militaire dienst.[1]

Reddingsactie en verrichtingen te Segli[bewerken]

Vertrek van de veldartillerie op Lombok

In oktober van genoemd jaar werd Wittich weer in activiteit hersteld en geplaatst bij het achtste bataljon te Willem I. Hij verkreeg in mei 1890 een verlof van twee jaar wegens ziekte en keerde (samen met onder meer kapitein A.H.W. Scheuer) per stoomschip Merapi naar Nederland terug. Tijdens deze reis (op de Rode Zee) hoorde hij een moeder huilen dat haar kind overboord was geslagen. Dit bleek later niet waar, maar Wittich sprong overboord en wist later niet meer aan boord terug te komen. Hij wist zich zwemmend een tijd te redden tot hij een vuurtoren zag, die hij na twee uur bereikte. Hier verkreeg hij eerste hulp en vervolgens werd hij naar Port Said overgebracht, waar hij voor verder herstel werd verpleegd. In Marseille verkeerde men in de waan dat hij verdronken was en had men zijn kleding al verkocht. [2]

In december van het jaar daarop keerde hij naar Indië terug met de Zuid-Holland als begeleider van een detachement suppletietroepen. Hij werd vervolgens geplaatst bij het negende bataljon en het jaar daarop (april) bevorderd tot eerste luitenant. In januari van dat jaar was hij van het twaalfde bataljon overgeplaatst naar het detachement te Segli (Atjeh), waar hij deelnam aan de krijgsverrichtingen. Wittich werd bij Koninklijk Besluit van 26 september 1893 nummer 19 benoemd tot ridder in de Militaire Willems-Orde voor zijn verrichtingen tijdens de vermeestering van een vijandelijk versterking nabij Segli in mei 1893. Gedurende de verovering van de versterking Het Veertje nabij Segli ging hij zijn manschappen moedig voor en wist als eerste in de nog door 7 Atjehnezen bezette versterking te komen. Hierbij viel hij drie met donderbussen gewapende vijanden aan en joeg ze op de vlucht.[3]

Lombok-expeditie[bewerken]

Wittich nam in 1894, ingedeeld bij het elfde bataljon (commandant: majoor M.W.C. van den Brandeler), deel aan de Lombok-expeditie. Tijdens de gedeeltelijke verovering van Tjakra Negara (november 1894) werden twee stellingen tegenover het paleis bezet. Aan Nederlandse zijde sneuvelden gedurende deze acties kapitein W.N. Scheib en de luitenants d'Ancona, Schiff en Van der Heijden en 25 minderen. Kapitein Slangen, Wittich (beiden zwaar) en 100 minderen werden gewond. Lichtgewond werd luitenant-ter-zee eerste klasse J.C. van Wessem. Tot herstel van zijn gezondheid vertrok Wittich vervolgens naar Europa. Over zijn gezondheid werd in de krant gemeld: Er bestaat veel uitzicht dat de heer Wittich het gebruik van zijn rechterhand zal terugkrijgen (de arm lijkt echter stijf te blijven) maar de schotwond in het been zal wel nimmer ooit herstellen. Men verwacht dan ook niet dat deze kranige officier voor het leger behouden zal blijven.[4]

H.M. De Koningin-Regentes ontving Wittich op haar paleis en onderhield zich geruime tijd met hem in maart 1895.[5] Hij werd in februari 1898 eervol uit de militaire dienst ontslagen wegens lichaamsgebreken, het gevolg van in de strijd verkregen verwondingen.[6] Wittich was later onder meer vertegenwoordiger in Den Haag van de Waggon und Maschinenfabrik AG te Bautzen (1903), betrokken bij de aanleg van een stoomtramweg van Nijmegen naar Venlo (1905), directeur van sigaren ex- en importmaatschappij v/h L. Langen te Den Haag (1913) en leidinggevende van de Hollandse Industrie en Handelsmaatschappij (1825). Wittich overleed in januari 1941 en werd begraven op Oud Eik en Duinen.

Portal.svg Portaal KNIL
Bronnen, noten en/of referenties
  1. De Locomotief (25-06-1888)
  2. Herinnering aan luitenant Wittich. Stelde zijn leven in de waagschaal om een kind te redden. De Tijd (18-01-1941) en Rotterdams Nieuwsblad (30-09-1893)
  3. Het Vaderland (16-01-1941)
  4. De Tijd (12-02-1895) en Het Rotterdams Nieuwsblad (29-01-1895)
  5. Rotterdams Nieuwsblad (30-04-1895)
  6. Algemeen Handelsblad(09-02-1898)
  • 1895. J.P. Schoemaker. Het verraad van Lombok. W.P. van Stockum & Zoon. Den Haag.
  • 1940. G.C.E. Köffler. De Militaire Willemsorde 1815-1940. Algemene Landsdrukkerij. Den Haag.
  • 1941. J.L.L.M. Wittich †. Ridder in de Militaire Willems-Orde. Het Vaderland. (16-01-1941)
  • 1941. Teraardebestelling van J.L.L.M. Wittich. Het Vaderland. (19-01-1941)
  • Informatie over Atjeh-officieren