Johan Lodewijk van Nassau-Hadamar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Johan Lodewijk
1590-1653
Johann-ludwig-hadamar.jpg
Graaf en vorst van Nassau-Hadamar
Periode 1606-1653
Voorganger Jan VI
Opvolger Hendrik Maurits
Vader Johan VI van Nassau-Dillenburg
Moeder Johannetta van Sayn-Wittgenstein

Johan Lodewijk van Nassau-Hadamar (Dillenburg, 6 augustus 1590- Hadamar, 10 maart 1653) was een zoon van Johan VI van Nassau-Dillenburg en diens derde echtgenote Johannetta van Sayn-Wittgenstein.

Na het overlijden van zijn vader in 1606 werd Nassau verdeeld over zijn vijf nog levende zonen. Nassau viel uiteen in de graafschappen Nassau-Dillenburg (Willem Lodewijk), Nassau-Siegen (Jan), Nassau-Beilstein (George), Nassau-Dietz (Ernst-Casimir) en Nassau-Hadamar voor Johan Lodewijk . In 1643 verkocht de graaf de heerlijkheid Esterau met de voogdij Isselbach en Eppenrod aan veldmaarschalk Peter Melander. Hieruit ontstond het rijksgraafschap Holzappel. Op 8 januari 1650 werd Johan Lodewijk tot rijksvorst verheven.

Johan Lodewijk was op 26 augustus 1617 in Detmold gehuwd met Ursula (1598-1638), dochter van Simon VI van Lippe en Elisabeth von Holstein-Schaumburg, en werd de vader van:

Johan Lodewijk van Nassau-Hadamar werd bijgezet in de franciscaner Liebfrauenkirche Hadamar. In 1835 werden zijn stoffelijke resten overgebracht naar de Fürstengruft.