Johan de Witt
| Johan de Witt | ||||
| Johan de Witt in 1652, geschilderd door Jan Asselijn, Rijksmuseum Amsterdam | ||||
| Geboren | 24 september 1625 Dordrecht, Nederland |
|||
| Overleden | 20 augustus 1672 Den Haag, Nederland |
|||
| Partij | Loevesteinse factie, Staatsgezinden | |||
| Titulatuur | Mr. | |||
| Functies | ||||
| 1653 – 1672 | Raadpensionaris van Holland | |||
|
||||
Johan de Witt (Dordrecht, vermoedelijk 24 september 1625[1] – Den Haag, 20 augustus 1672), heer van Zuid- en Noord-Linschoten, Snelrewaard, Hekendorp en IJsselveere, [2] was tijdens het Eerste Stadhouderloze Tijdperk 19 jaar raadpensionaris van het gewest Holland en daarmee de belangrijkste Nederlandse politicus.
Johan de Witt was staatsgezind en een tegenstander van een militaire functie voor de stadhouder. Toen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in het voorjaar van 1672 van alle kanten werd bedreigd, werd de hang naar een sterke man als maar groter. In de zomer van het 'Rampjaar' rukte het Franse leger plunderend en brandstichtend op richting Den Haag. Onder benarde omstandigheden, scholen en rechtbanken waren gesloten, werd Johan op 20 augustus 1672 samen met zijn broer Cornelis op gruwelijke wijze vermoord. Misschien door oranjeklanten, maar het kan ook een uitbarsting van volkswoede zijn geweest.[3]
Inhoud |
[bewerken] Biografie
[bewerken] De Witt en Cornelis de Graeff
Vanaf 1653 was De Witt raadpensionaris van Holland, aangezien Dordrecht als oudste stad in het graafschap Holland de meeste rechten had om een kandidaat te leveren. Deze benoeming kon echter alleen geschieden met de nadrukkelijke instemming van Amsterdam, dat toen onder leiding stond van burgemeester Cornelis de Graeff, de meest succesvolle Amsterdamse burgemeester uit de Gouden Eeuw, van wie De Witt een aangetrouwde neef was. De voorbeeldige samenwerking tussen de twee politici was een belangrijke factor in het succes van De Witts politiek en de herleving van de economie na de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog. De Witt erkende volledig de macht van zijn oom, en deed zijn best om aan de Amsterdamse wensen tegemoet te komen. Dat sloot overigens geschillen tussen de twee niet uit, waarbij De Witt kon accepteren dat De Graeff en Amsterdam bijvoorbeeld eigenmachtig admiraal Michiel de Ruyter op de Engelsen afstuurden. Ondanks deze verschillen in aanpak met De Witt bleef de verstandhouding tussen hem en De Graeff uitstekend. De Witt begreep de opmerking van een andere Amsterdamse burgemeester in 1660: dat zonder den heer van Zuidpolsbroek in niets iets te doen was.
[bewerken] Verdere successen
Onder De Witts leiding werd in 1654 vrede met Engeland gesloten waarbij de leiders van Holland - De Witt, De Graeff, Jacob van Wassenaer Obdam en Joan Wolfert van Brederode[4] - een geheime Akte van Seclusie liet opnemen die de Republiek verbood de zoon van stadhouder prins Willem II automatisch als stadhouder aan te stellen. In de Deductie van Johan de Witt verdedigt hij zich tegen de verwijten die werden geuit naar aanleiding van de Akte van Seclusie. Nederland ging in het Eerste Stadhouderloze Tijdperk een welvarende periode tegemoet, maar niet zonder machtsvertoon en oorlogen. Jaarlijks werd een kleine expeditie uitgezonden tegen de Algerijnse zeerovers. In 1660 werd De Witt evenals De Graeff, Lodewijk van Nassau-Beverweerd en drie andere leden door de Staten van Holland aangesteld als lid van de commissie ter educatie van prins Willem III van Oranje-Nassau, "het kind van staat".
De Witt stelde de staatsfinanciën op orde en creëerde een sterke vloot. Toen in 1665 opnieuw oorlog uitbrak met de Engelsen, werd in deze Tweede Engels-Nederlandse Oorlog dan ook de overwinning behaald. De Witt was betrokken bij de totstandkoming van de Vrede van Breda in 1667. In 1667 behoorden de Alkmaarse regent Gaspar Fagel en Gillis Valckenier uit Amsterdam tot de opstellers van het Eeuwig Edict, tot afschaffing van het stadhouderschap. In het Edict werd het stadhouderschap onverenigbaar verklaard met het kapitein-generaalschap. De Witt steunde samen met verwanten - zoals zijn oom Andries de Graeff en zijn neef Govert van Slingelandt - dit edict.
[bewerken] Moord
Om de Engelse handelsrivaal te weerstaan, was het Staatse leger echter sterk verwaarloosd. De Witt probeerde door een pro-Franse politiek te voeren de veiligheid van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden te waarborgen, maar wilde niet meegaan met het plan van Lodewijk XIV om de Spaanse Nederlanden te verdelen. Net als Frederik Hendrik voor hem, had hij liever een door Spanje bestuurde bufferzone aan de zuidgrens van de Republiek dan een grens met het machtige Frankrijk. De Franse politiek werd in die tijd gekenmerkt door een tomeloos expansionisme, dat versterkt werd door de geduchte economische concurrentie van de Nederlandse Republiek. Hierop begon in 1672 (beter bekend als het Rampjaar) de Hollandse Oorlog, met een Franse inval over land van de Republiek, die zich had voorzien van drie bondgenoten: de bisschop van Munster en de aartsbisschop van Keulen in het oosten en Karel II van Engeland ter zee, die met een invasie dreigden. Frankrijk wenste niet alleen de Zuidelijke Nederlanden, waar Lodewijk via zijn vrouw volgens een erfrechtelijke redenering recht op meende te hebben, maar ook de Rijn als natuurlijke Franse grens te bereiken. Het failliet van De Witts buitenlandse politiek, die lange tijd succesvol was geweest, was daarmee compleet.
Twee weken nadat Johans broer Cornelis op beschuldiging van Willem Tichelaar van hoogverraad werd gearresteerd, trok hij zich op 4 augustus terug als politiek leider.[5] Op 20 augustus werd Cornelis veroordeeld. De rechters konden niets bewijzen, maar De Witt verloor al zijn functies en moest opdraaien voor de kosten van het proces; de louche Tichelaar werd vrijgesproken.[6] Vervolgens is Johan de Witt in de val gelokt met de mededeling dat zijn broer hem wilde spreken; Johan en Cornelis besloten om hoger beroep aan te tekenen. Na een half uur wilde Johan de gevangenis verlaten, maar het werd hem onmogelijk gemaakt door de menigte. Ondertussen was Willem Tichelaar vrijgelaten Er had zich al maar meer volk verzameld en de magistraat wist niet goed te handelen.[7] Aan het einde van de middag zijn de beide broers door de opgehitste, dronken en woedende bevolking van Den Haag vermoord. Aanvankelijk beschermde de cavalerie de gevangenis, maar de katholieke commandant Claude-Frédéric t'Serclaes van Tilly kreeg van hoger hand het bevel te vertrekken onder het valse voorwendsel van een bericht over plunderende boeren. Daarna drong een groep volk de gevangenis binnen en sleurde de broers naar buiten. De Witt kreeg een nekschot; het lijk ontkleed, ondersteboven opgehangen, ontmand en opengereten. Hendrik Verhoeff ging er prat op dat hij het hart uit het lichaam gesneden; het is samen met het hart van zijn broer nog jaren tentoongesteld geweest. Het is niet onmogelijk dat het bij deze "spontane" aanval om een zorgvuldig geplande moordaanslag door de kliek rond de Orangist Johan Kievit ging.
De tong en vinger van de gebroeders de Witt zijn nu te vinden in het Haags Historisch Museum. Het verhaal van de gebroeders de Witt wordt verteld in Museum de Gevangenpoort in Den Haag. Hier is ook de cel te zien waar Cornelis de Witt gevangen heeft gezeten. Het standbeeld van Johan de Witt op de Plaats in Den Haag verwijst naar verluidt met zijn vinger naar de plek waar hij en zijn broer gelyncht zijn: het Groene Zoodje (de vaste standplaats van het schavot).
Hoewel er meer aanwijzingen zijn voor een meer directe betrokkenheid van de Prins van Oranje bij deze moord op de gebroeders De Witt, werden deze van officiële zijde nooit afdoende onderzocht. Wel kan worden vastgesteld dat de prins ervoor zorg droeg dat de moordenaars niet werden vervolgd. Integendeel, zij werden beloond met jaargelden en ambten. Lange tijd regeerde de mening dat de menigte werd "opgezweept door orangistische partijgangers uit de naaste omgeving van Willem III."[8] Deze mening wordt genuanceerd door onderzoek van historicus Michel Reinders.[9]. De stedelingen die in het Rampjaar te hoop liepen tegen de regenten waren volgens hem geen marionetten van Willem III, maar hadden een eigen agenda. Historici waren lang van mening dat Willem III zich van zijn politieke tegenstanders ontdeed door de volkswoede te bespelen. Uit Reinders’ dissertatie blijkt dat de burgers van Holland, gezien de militaire dreiging, Willem als bevelhebber wilden, maar verder hun eigen politieke spel speelden.[10]
[bewerken] Persoonlijkheid
[bewerken] Privéleven
Johan de Witt was de zoon van de Dordtse regent en houthandelaar Jacob de Witt; zijn moeder was Anna van den Corput, een nichtje van Johan van den Kornput. Hij stamde uit het regentenfamilie De Witt en was een neef van Andries de Witt). Johan volgde zijn opleiding aan de Latijnse school in Dordrecht die later naar hem vernoemd is en studeerde vanaf 1641 rechten aan de Universiteit van Leiden. In 1645 reisde hij samen met zijn broer Cornelis door Italië, Frankrijk, Zwitserland en Engeland. Daarna vestigde Johan zich in Den Haag als advocaat. Nadat hij bij de dochter van de beroemde Amsterdamse arts en latere burgemeester Nicolaes Tulp een blauwtje had gelopen, trouwde Johan de Witt in 1655 met Wendela Bicker, de dochter van Jan Bicker - een welgestelde scheepsbouwer en koopman, die anti-Oranje was - en Agneta de Graeff van Polsbroek. De bruiloft werd in het huis van zijn schoonvader op het Bickerseiland gehouden.
[bewerken] Kinderen
Johan de Witt en Wendela Bicker hadden vier kinderen, 3 dochters en een zoon[2], in het jaar 1672 werd Johans neef Pieter de Graeff voogd over de vier kinderen van de vermoorde De Witt:
- Anna de Witt (1655-1725), getrouwd met Herman van de Honert
- Agnes de Witt (1658-1688), getrouwd met Simon Teresteyn van Halewijn
- Maria de Witt (1660-1689), getrouwd met Willem Hooft
- Johan de Witt jr., heer van Zuid- en Noord-Linschoten, Snelrewaard en IJsselveere (1662-1701), getrouwd met Wilhelmina de Witt, dochter van Cornelis de Witt (de broer van Johan sr.) en Maria van Berckel. Johan jr. was schepen, vroedschap en secretaris van Dordrecht.
[bewerken] Wiskundige
Johan de Witt was naast staatsman ook een begenadigd wiskundige. In 1659 schreef hij "Elementa Curvarum Linearum" (Grondbeginselen van de Kromme Lijnen') als bijlage bij een vertaling van René Descartes' "La Géométrie".
In 1671 verscheen van hem "Waardije van Lyf-renten naer Proportie van Los-renten". Dat werk hield ook verband met zijn staatsmanschap. Al sinds de middeleeuwen was een lijfrente een manier om voor een bepaald persoon een geregeld inkomen te 'kopen', bijvoorbeeld van de overheid. Ook bestonden er losrenten die meer leken op een staatslening. De Witt liet zien - door kansrekening toe te passen - dat bij een gelijk bedrag een losrente van 4% gemiddeld evenveel opleverde als een lijfrente van 6% (1 in 17). De Staten betaalden echter meer dan 7% (1 in 14). Het werkje over lijfrenten wordt tegenwoordig gezien als de start van de verzekeringswiskunde.
De plotselinge vermindering in wat gezien werd als een 'weduwenvoorziening', droeg ongetwijfeld bij aan de "slechte pers" die de broeders de Witt al hadden. Het is in ieder geval opmerkelijk dat in 1673, na de gewelddadige dood van de broeders, er nieuwe lijfrenten werden uitgeschreven tegen het oude tarief van 1 in 14.
[bewerken] Tekortkomingen
De Witt is door historici zoals Hajo Brugmans en Jan en Annie Romein verweten dat hij geen oog had voor wat er onder het volk leefde, met name de sterke hang naar de Oranjes. In hun analyse is dit dan ook de oorzaak van zijn ondergang geweest.
[bewerken] Trivia
- De Deductie van Johan de Witt is een tekst en redevoering van hem uit het jaar 1654, na het aannemen van de omstreden Akte van Seclusie.
| Voorganger: Adriaan Pauw |
Raadpensionaris van Holland 1653-1672 |
Opvolger: Gaspar Fagel |
Bronnen, noten en/of referenties:
- Johan de Witt Gymnasium te Dordrecht
- De Witt bij kennislink
- Vereniging Vrienden van De Witt
- Johan Rudolf Thorbecke over Johan de Witt
- Johan de Witt, Ruwaard der vrijheid (Jan Romein en Annie Romein-Verschoor - Erflaters van onze beschaving, Stichting dbnl Leiden)
- Busken Huet - Het land van Rembrand
- Buste van Mr. Johan de Witt, raadpensionaris van Holland, door Artus Quellinus (1665)
- C. L. Kaulbach: Johann de Witt. Trauerspiel in fünf Akten., München 1844 (Digitalisat der ULB Darmstadt)
Voetnoten
- ↑ Dick Schaap, Teun van den Berg, Johan de Witt: een volmaakt Hollander, p. 11. De datum van 24 september 1625 is afkomstig van de oudste dochter van Johan de Witt, maar er bestaat over de geboortedatum "geen volstrekte zekerheid", en de auteurs menen op grond van wat over zijn jeugd bekend is dat 1625 als geboortejaar zelfs "onwaarschijnlijk" is.
- ↑ a b Heren van Holland
- ↑ Moord op de gebroeders de Witt: 1. De rechtszaak tegen Cornelis
- ↑ Google: De Republiek: 1477-1806, van J.I. Israel
- ↑ Op 21 juni overleefde hij een eerste moordaanslag: hij werd neergestoken, maar herstelde.
- ↑ Moord op de gebroeders de Witt: 1. De rechtszaak tegen Cornelis
- ↑ Ze hadden de vorige dag al om vier compagnieën soldaten verzocht bij de prins, die bij Alphen gelegerd was, maar de stadhouder liet niets van zich horen.
- ↑ Guido de Bruin, Den Haag: Gevangenpoort: de Haagse broedermoord, 20 augustus 1672 in Maarten Prak (red.), 'Plaatsen van herinnering. Nederland in de zeventiende en achttiende eeuw (Amsterdam 2006)
- ↑ Ook in de zeventiende eeuw was de burger politiek bewust: Meer dan miljoen pamfletten in rampjaar 1672
- ↑ 'Burgerij lynchte gebroeders De Witt', NRC-Handelsblad 29-11-2008
Literatuur
- Panhuysen, L, De Ware Vrijheid, De levens van Johan en Cornelis de Witt (door Luc Panhuysen, Atlas, 2005)
- Japikse, N, Johan de Witt, Amsterdam 1928.
- Rowen, Herbert H. (1986) John de Witt - Statesman of the „True Freedom“. Cambridge University Press, ISBN 0-521-52708-2
- Israel, Jonathan I. (1995) The dutch Republic - It`s Rise, Greatness, and Fall - 1477-1806. Clarendon Press, Oxford, ISBN 978-0-19-820734-4
- Braake, Serge ter (2009) Manifest van de Ware Vrijheid. De Deductie van Johan de Witt uit 1654 (Sonsbeek Publishers 2009)
- Postma, Mirte (2007) Johan de Witt en Coenraad van Beuningen - Correspondentie tijdens de Noordse oorlog (1655-1660), Scriptio Verlag
| Zie de categorie Johan de Witt van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
