Johan van de Walle

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Johan van de Walle (Den Haag, 2 maart 1912 - 's-Hertogenbosch, 6 juni 2000) was een Nederlands schrijver.

Inhoud

Jeugd [bewerken]

Van de Walle groeide op in een socialistisch gezin. In zijn jeugd was hij lid van de AJC. In 1934 vertrok hij naar Curaçao om hier bij een nieuw op te richten krant te gaan werken. Op Curaçao zou hij in het huwelijk treden met een Roemeense Jodin met een Duits paspoort, die door dit huwelijk aan de internering van Duitsers ontkwam.

Suriname [bewerken]

In 1942 ging hij naar Suriname, in opdracht van de Nederlandse regering in Londen. Het was zijn taak om, als hoofd van de Gouvernements Pers Dienst, in Suriname, de mensen op de hoogte te houden van wat er in het Koninkrijk gebeurde. Dit hield zowel voorlichting in, alsook censuur van de plaatselijke pers. Van de Walle zou tot 1946 in het land verblijven. Hij schreef in 1945 een uitgebreid rapport waarin hij aanbevelingen deed m.b.t het oprichten van vakbonden, het verbeteren van het onderwijs en uitbreiding van het algemeen kiesrecht. In 1946 ging hij terug naar Nederland.

Literair [bewerken]

Van de Walle schreef een aantal historische romans, met name over het leven in de Cariben en Latijns-Amerika. O.a. De slavenopstand (1956), De muggen van San Antonio (1961) en Een vlek op de rug (1963) worden beschouwd als zijn beste werken. Over de herinneringen aan zijn tijd in Suriname publiceerde hij in 1975 het boek Een oog boven Paramaribo. Herinneringen. [1] In 1993 verscheen bij Aldus uitgevers/de Prom, zijn "Romans en Verhalen", waarin de eerder genoemde titels zijn opgenomen. Bevat verder: Achter de spiegel (1958), De overtocht en Wachtend op de dag van morgen (1959): en een Nawoord door Michiel van Kempen.

Externe link [bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Een oog boven Paramaribo. Herinneringen.