Johann Christoph Adelung

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Johann Christoph Adelung
Johann Christoph Adelung

Johann Christoph Adelung (Spantekow, 8 augustus 1732 - Dresden, 10 september 1806) was een Duits taalkundige en lexicograaf wiens invloedrijke werk bijdroeg aan de standaardisering van de Duitse taal.

Leven en werk[bewerken]

Adelung studeerde van 1752 tot 1758 te Halle theologie bij Siegmund Jakob Baumgarten. Hij werd in 1759 poëzieleraar aan het gymnasium te Erfurt, nam in 1761 ontslag en leefde sinds 1763 als privégeleerde, criticus en vertaler te Leipzig. In 1787 werd hij hoofdbibliothecaris aan de hofbibliotheek te Dresden, waar hij in 1806 stierf.

Adelung schreef verschillende cultuurhistorische en contemporain-geschiedkundige werken, maar is vooral bekend van zijn taalkundige publicaties. Zijn belangrijkste werk was het Grammatisch-kritisches Wörterbuch der hochdeutschen Mundart (1774-1786), dat tot het midden van de negentiende eeuw het belangrijkste werk over de Duitse spelling was. In 1788 verscheen bovendien zijn Vollständige Anweisung zur deutschen Orthographie. Hij legde de al relatief uniforme spelling op relatief eenvoudige en systematische wijze vast en verhief deze daarmee tot norm. Zijn spelling werd op scholen onderwezen en gebruikt door schrijvers als Goethe en Wieland. Het systeem-Adelung betreffende het gebruik van de "ß" werd in 1901 officieel ingevoerd en bleef geldig tot de spellingwijziging van 1996. Ook Adelungs grammatica's waren wijdverbreid. Op verzoek van Frederik de Grote verscheen in 1781 de Deutsche Sprachlehre voor gebruik in de Pruisische scholen.

Adelung was de laatste belangrijke vertegenwoordiger van de oude "speculatieve" taalkunde. Na hem hervormde Jacob Grimm de discipline in empirische zin.

Adelungs werk op gebied van spraakkunst, spelling en lexicografie is rond 1800 van grote invloed geweest in Nederland. Onder zijn navolgers vinden we Nederlandse taalgeleerden als P. Weiland en M. Siegenbeek.


Bibliografie[bewerken]

  • Klagen (1762)
  • Neues Lehrgebäude der Diplomatik welches in Frankreich von einigen Benediktinern von der Congregation des heil. Mauri ausgefertigt worden, 9 banden (vertaling, 1768)
  • Unterweisung in den vornehmsten Künsten und Wissenschaften zum Nutzen der niedern Schulen (1771)
  • Leipziger Wochenblatt für Kinder (1772-74)
  • Grammatisch-kritisches Wörterbuch der Hochdeutschen Mundart (1774-86)
  • Kurzer Begriff menschlicher Fertigkeiten und Kenntnisse, so fern sie auf Erwerbung des Unterhalts, auf Vergnügen, auf Wissenschaft, und auf Regierung der Gesellschaft abzielen (1780)
  • Über die Geschichte der deutschen Sprache, über deutsche Mundarten und deutsche Sprachlehre (1781)
  • Umständliches Lehrgebäude der deutschen Sprache zur Erläuterung der deutschen Sprachlehre für Schulen (1782)
  • Versuch einer Geschichte der Cultur des menschlichen Geschlechts (1782)
  • Magazin für die deutsche Sprache (1782-84)
  • Ueber den deutschen Styl (1785)
  • Geschichte der menschlichen Narrheit, oder Lebensbeschreibungen berühmter Schwarzkünstler, Goldmacher, Teufelsbanner, Zeichen- und Liniendeuter, Schwärmer, Wahrsager, und anderer philosophischer Unholden, 7 banden (1785-1789)
  • Vollständige Anweisung zur deutschen Orthographie (1788)
  • Kleines Wörterbuch der Orthographie und der deutschen Sprache (1795)
  • Gallerie der neuen Propheten ... und Revolutionsprediger (1799)
  • Aelteste Geschichte der Deutschen, ihrer Sprache und Litteratur, bis zur Völkerwanderung (1806)
  • Geschichte der Philosophie für Liebhaber (z.j.)
  • Mithridates oder allgemeine Sprachenkunde mit dem Vater Unser als Sprachprobe in beynahe fünfhundert Sprachen und Mundarten (z.j.). (Een Nederlandse bewerking als Geschied- en letterkundige nasporingen omtrent de afkomst en verspreiding der talen van de onderscheidene volkeren, verscheen in twee delen in de jaren 1826-1827; de auteur ervan was de Haagse polyhistor J.C.W. Le Jeune).


Literatuur[bewerken]

  • Jan Noordegraaf, Norm, geest en geschiedenis. Nederlandse taalkunde in de negentiende eeuw. Dordrecht & Cinnaminson: Foris 1985.
  • Jan Noordegraaf, 'Taalkunde ‘voor ongeleerden’. Inleiden anno 1826'. Nauwe betrekkingen. Voor Theo Janssen bij zijn vijftigste verjaardag. Onder redactie van Ronny Boogaart & Jan Noordegraaf. Amsterdam: Stichting Neerlandistiek VU / Münster: Nodus Publikationen 1994, 183-191. (Herdrukt in Voorlopig verleden. Taalkundige plaatsbepalingen 1797-1960 door Jan Noordegraaf. Münster: Nodus Publikationen 1997, 28-41).