Johann Winckelmann

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Johann Winckelmann, circa 1755, schilderij van Raphael Mengs

Johann Joachim Winckelmann (Stendal, 9 december 1717Triëst, 8 juni 1768) was een Duits archeoloog en kunsttheoreticus, de beroemdste kunsttheoreticus van zijn tijd. Hij wordt wel beschouwd als de grondlegger of vader van de (klassieke) archeologie vanwege zijn studies over klassieke kunst (m.n. over de ontdekkingen te Herculaneum). Hij zette Karl Weber, het hoofd van de opgravingswerkzaamheden te Herculaneum en Pompeji, aan om systematischer te werk te gaan.

Biografie[bewerken]

Winckelmann heeft een veelzijdig leven gehad. Hij kwam op 9 december 1717 als zoon van een schoenmaker in Stendal te wereld. Hij groeide op en bezocht veel scholen. Hij begon zijn schooltijd in Berlijn en het Altmarkse Salzwedel. Vervolgens studeerde hij theologie in Halle, van 1738 tot 1740. Tijdens deze studie theologie bezocht hij ook lezingen over filosofie en esthetiek, maar hij brak deze studie af om een jaar als huisleraar te werken. Winckelmann pakte echter zijn studie theologie niet weer op, maar begon een in 1741 de studie medicijnen en wiskunde, maar ook deze studies brak hij af om weer als huisleraar te werken. Hij had succes en werd in april van het jaar 1743 conrector op de Latijnse school van Seehausen in Altmark. In september 1748 kreeg hij een baan bij graaf Heinrich von Bünau in Nöthnitz, als ‘historisch hulpmedewerker’ en bibliothecaris. Deze baan is een ware omslag in zijn carrière, maar bezorgt hem veel succes. Door invloed van het werk van Homerus groeide zijn belangstelling voor de Griekse cultuur. Door een studietoelage van de Saksische kroonprins mag hij in 1755 als onafhankelijk onderzoeker naar Rome. Daar doet hij onderzoek en korte tijd later publiceert hij zijn eerste werk: Gedancken über die Nachahmung der Griechischen Werke in der Mahlerey und Bildhauer-Kunst. Zijn boek was erg gewild zodat in 1756 al een tweede druk verscheen. Helaas brak in 1757 de Zevenjarige Oorlog uit waardoor hij in financiële moeilijkheden raakte, maar hij werd aangesteld in huis van kardinaal Archinto. Deze aanstelling hielp hem op twee punten, enerzijds raakte Winckelmann uit zijn financiële moeilijkheden, maar anderzijds kreeg hij toegang tot de kringen van toonaangevende kunstenaars en geleerden. In de daaropvolgende jaren bracht hij een aantal werken uit die hem grootse beroemdheid verschaften. In 1758 verscheen Nachricht von den alten herculansichen Schriften en in 1759 volgde Museo Storico in Florenz. Vervolgens publiceerde hij in 1759 Anmerkungen über die Baukunst der Alten Tempel zu Girgenti in Sizilien en in 1762 Anmerkungen über die Baukunst der Alten.

In 1763 kreeg Winckelmann een bijzondere positie. Hij kreeg namelijk het toezicht over alle oudheden in Rome. In de daaropvolgende jaren schreef hij zijn volgende werk Geschichte der Kunst des Altertums.

Winckelmann was een bekende van Giacomo Casanova die in zijn memoires over Winckelmanns homoseksualiteit schrijft. Net als Mengs en Casanova was Winckelmann een Ridder in de Pauselijke Orde van het Gulden Spoor.

In 1768 reisde Johann Winckelmann naar München en Wenen, waar hij Maria Theresia van Oostenrijk bezocht. Op terugreis werd hij op 50-jarige leeftijd in Hotel Duchi d'Aosta aan het huidige Piazza dell'Unità d'Italia in Triëst vermoord door Francesco Arcangeli. Hij stief pas 6 uur later, terwijl zijn ingewanden al die tijd uit zijn buik hingen. Voordat hij stief dicteerde hij nog zijn testament, maar hij was al te verzwakt om het nog te kunnen ondertekenen. Lange tijd hield deze brute moord de mensen bezig en daarom hebben geleerden geprobeerd de vele vragen te verklaren. Men was het er nooit helemaal over eens wat het motief van de moord was. Sommigen zeggen dat het Arcangeli ging om de cadeaus die Winckelmann van Maria Teresia had gekregen. Anderen vragen zich af of hij misschien vermoord is omdat hij homo was, of dat Arcangeli hem aanzag voor een jood, een lutheraan of een spion.

Hein van Dolen schreef in zijn boek ‘Moord in Triest’ over de hypothesen en de twijfel die daarmee samenhangt. Ook hij brengt een mogelijke verklaring naar voren die niet zonder twijfels is. De feiten rondom de moord zijn vooral bekend door de vondst van 107 beschreven vellen met het verslag van het strafproces tegen Arcangeli. Hein van Dolen wilde graag meer weten en ging zelf op onderzoek uit. Het boek biedt dan ook een nieuwe kijk op de dood van Winckelmann.

Winckelmann is begraven bij de Kathedraal van San Giusto. Graaf Domenico Rossetti heeft daar in 1833 een grafmonument voor hem laten oprichten.

Winckelmanns ideeën over kunst[bewerken]

Je zou kunnen zeggen dat de westerse wereld geïnteresseerd is in ruïnes en alles wat daarbij hoort.[bron?] Hierdoor komt het dat het woord ‘klassiek’ voortdurend een andere betekenis krijgt. Zo was ‘klassiek voor romantici het revolutionaire, maar voor de Johann Winckelmann had het woord ‘klassiek’ de betekenis van ‘edle Einfalt und stille Grösse’, oftewel ‘edele eenvoud en stille grootsheid’. Winckelmann zette de mensen in zijn tijd aan tot het herwaarderen van de Griekse esthetica en kan hierdoor ook gezien worden als de grondlegger van het classicisme. Hij spreekt over navolging van de oudheid, maar hij bedoelt hiermee dat de essentie, ‘edle Einfalt und stille Grösse’, van de antieke kunst uitgedrukt moet worden. Winckelmann beschouwde de Griekse kunst, hoewel hij nooit in Griekenland is geweest, als superieur aan alle kunsten. Gedancken über die Nachahmung der Griechischen Werke in der Mahlerey und Bildhauer-Kunst stelt hij de Oudgriekse esthetische idealen als maatstaf voor alle hedendaagse kunst, waarmee hij de basis voor het classicisme legt. Hij was de eerste die kunstwerken in een historische samenhang plaatste en stelde dat ze samen een historische ontwikkeling vormden. Geschichte der Kunst des Altertums (1764) geldt daarom als zijn belangrijkste werk.

Winckelmann adviseerde schilders ‘hun kwast in het verstand te dopen’. Hiermee geeft hij aan dat hij vond dat de geest het belangrijkste was dat een kunstenaar bezat. De kunst moest een waarheid naar buiten brengen, de kunst kreeg dan ook een moraliserend karakter. Men had de geest nodig voor de navolging van de antieke kunst, het was een mate van nabootsing maar niet van klakkeloos overnemen.

Door Winckelmanns ideeën gold lange tijd de gedachte dat een beeld in brons of in wit marmer gemaakt moest zijn. Maar rond 1800 werd bekend dat de Grieken zelf hun beelden altijd met felle kleuren hadden beschilderd. Het classicistische idee waar Winckelmann altijd van gesproken had, met de eenvoud van kleur, was ineens helemaal van de baan.

Winckelmanns visie en de Laocoöngroep[bewerken]

Velen die de Laocoöngroep, een beeldengroep bestaande uit Laocoön en zijn zonen, bestudeerd hebben, vonden dat het beeld door de gebeeldhouwde schreeuw van Laocoön angst uitstraalde. Het beeld werd door Winkelmann nooit echt mooi of echt lelijk gevonden, maar Winckelmann vond wel dat de beeldengroep “edle Einfalt und stille Grösse” uitstraalde. Volgens hem straalde het beeld sereniteit en passie uit. Bernini ontleende immers veel aan de Laocoöngroep voor zijn barok, maar dit werd door Winckelmann als afschuwelijk bestempeld. Er ontstond een grote discussie tussen Winckelmann en Lessing, omdat Winckelmann vond dat de beeldengroep iets heroïsch en stoïcijns had, omdat hij vond dat Laocoön zijn schreeuw probeerde te onderdrukken.

Invloed van Winckelmann[bewerken]

Winckelmann heeft veel invloed gehad en hij heeft ons dan ook zijn ‘grondige, rationele en systematische chronologisch opgezette aanpak van de antieke kunstgeschiedenis’ nagelaten. Hij dacht dat de geschiedenis een proces was wat bestond uit opgang en neergang. Zijn visie op kunst kwam hiermee overeen. Ook in de kunst kon je namelijk opgang en neergang herkennen. Winckelmann vond dat er na de Griekse beschaving alleen nog maar verval was geweest.

De invloed van Winckelmann vind je ook vandaag de dag nog terug. Piet Gerbrandy vindt dat je de ‘edle Einfalt und stille Grösse’ terugvindt in de gedichten van Hester Knibbe. In een artikel in de Volkskrant van 18 augustus 2005 zegt hij: ‘Het zijn gebeitelde verzen die nergens uit de band springen, maar op de beste momenten wel onder grote spanning staan. De klassieke inslag verraadt zich ook in verwijzingen naar middeleeuwse kloosters, Egyptische tempels en Thetis, Achilleus' onsterfelijke moeder .’ Hiermee legt hij het verband tussen de beeldhouwkunst en architectuur in het oude Griekenland en de gedichten van Hester Knibbe. Hiermee maakt hij duidelijk dat de kunst van Knibbe zo mooi is door haar eenvoud, maar daardoor juist een grootsheid uitstraalt. Ditzelfde herkende Winckelmann immers in de beeldhouwkunst en de architectuur van het oude Griekenland.

Geschichte der Kunst des Altertums[bewerken]

Er wordt wel gezegd dat dit boek zorgde voor het ontstaan van de kunstgeschiedenis. Daarnaast is er door de publicatie van het boek een andere manier van denken over stijl ontstaan. Winckelmanns boek was in een belangrijk opzicht anders dan andere encyclopedische werken. In plaats van ordening aanbrengen door middel van plaats, deed hij dat op basis van stijl. Lange tijd bouwde men al in bepaalde stijlen, maar men was zich er zelf niet van bewust tot de publicatie van dit boek. Winckelmannn stelt in dit boek dat er in Rome geen originele Griekse beelden waren, maar alleen maar kopieën. Naast het historisch chronologische overzicht, gaf Winckelmann ook een oordeel in dit boek. Hij prijst in dit boek namelijk de Griekse kunst als hoogst bereikbare aan vanwege zijn ‘edle Einfalt und stille Größe’.

Werken[bewerken]

Goethe zei over de werken van Winckelmann: ‘Door Winckelmanns werken te lezen leren we niets, maar worden we iets.’

  • Gedancken über die Nachahmung der Griechischen Werke in der Mahlerey und Bildhauer-Kunst (1755)
  • Nachricht von den alten herculansichen Schriften (1758)
  • Museo Storico in Florenz (1759)
  • Anmerkungen über die Baukunst der Alten Tempel zu Girgenti in Sizilien (1759)
  • Anmerkungen über die Baukunst der Alten (1762)
  • Sendschreiben von den herkulanischen Entdeckungen (1762)
  • Neue Nachrichten von den neuesten herkulanischen Entdeckungen (1764)
  • Geschichte der Kunst des Altertums (1764)
  • Monumenti antichi inediti vol. I-II (1767)
Bronnen, noten en/of referenties
  • Klaus-Werner Haupt: Johann Winckelmann. Begründer der klassischen Archäologie und modernen Kunstwissenschaften. Weimarer Verlagsgesellschaft 2014. ISBN 978-3-86539-718-8
  • Klaus-W. Haupt, Die zwei Federn des Johann Winckelmann. Oder: Wer sein Glück erkennt und nutzt, der ist es wert! (nonfictional book in German) Druckzone Cottbus GmbH 2012, ISBN 978-3-00-038509-4
  • Wouter Soudan, Normativiteit en Historisch Bewustzijn in de Achttiende Eeuw: Winckelmanns kunstpedagogie en de epistemologie van het Schone. Diss. PhD Leuven, 2008. (volledige tekst als pdf, met uitgebreide bibliografie)
  • Blijdenstijn, Ronald & Stenvert, Ronald, Bouwstijlen in Nederland 1040-1940, Sun Nijmegen 2000
  • Dolen, Hein van & Hupperts, Charles, Onnavolgbaar door navolging Het Neoclassicisme en het antieke ideaal, uit: Hermeneuws tijdschrift voor antieke cultuur, 63e jaargang nr. 4, Uitgeverij de Doelenpers Alkmaar oktober 1991
  • Laarhoven, Jan van, Van prehistorisch tot postmodern Een beknopte geschiedenis van de kunst, Sun Nijmegen 1993
  • Kleijn, Koen & Smit, Jos & Thunnissen, Claudia, Nederlandse boukunst Een geschiedenis van tien eeuwen architectuur, Atrium Alphen aan den Rijn 1999 derde druk
  • Hintzen-Bohlen, Brigitte, Rome: Kunst & architectuur, Könemann Keulen 2001
  • Rijser, David, De noodzaak van luxe; Drie studies storten zich op de relevantie van de Oudheid voor de moderne tijd, in: NRC handelsblad, 9 oktober 2010
  • Boevink, Wim, Het vuile gips; Klein verslag, in: Trouw, de Verdieping, 21 februari 2008
  • Rijser, David, Het lieve verdween; Hoe het Laocoön-beeld de wereld veranderde, in: NRC handelsblad, 13 januari 2006
  • Gerbrandy, Piet, Desnoods pas op de plaats; Aangrijpend vakmanschap in poëzie van Hester Knibbe, in: De Volkskrant, 18 augustus 2005
  • Berg, Jaap de, Nieuwe theorie over de moord op Johann Winckelmann, in: Trouw, 7 maart 1997
  • Gessel, Han van, Moord op Duitse archeoloog, in: De Volkskrant, 28 februari 1997
  • Depondt, Paul, Het vergeten, kleurrijke mensenvlees, in: De Volkskrant, 7 augustus 1996
  • http://www.dictionaryofarthistorians.org/winckelmannj.htm