Johannes Bernardus van Loghem

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Han van Loghem
Persoonsinformatie
Nationaliteit Nederlandse
Geboortedatum 19 oktober 1881
Geboorteplaats Haarlem
Overlijdensdatum 28 februari 1940
Overlijdensplaats Haarlem
Werken
Belangrijke projecten Betondorp Watergraafsmeer
RKD-profiel
Driedubbele woning in het Haarlemmerhoutpark, Haarlem. 1910-1911
Links een bankgebouw van Van Loghem in Hoofddorp, 1917
Transformatorhuisje in Enkhuizen, ca. 1918
Detail met tegels van Haan en Hond
Tuinwijk Haarlem, ca. 1920-1922
Stadswoonhuis 't Fort, Frederik van Eedenlaan, Haarlem. 1922-1923
Stadswoonhuis 't Fort, Frederik van Eedenlaan, Haarlem. 1922-1923
Woonhuizen, Schovenstraat, Betondorp, Amsterdam, 1924 (gerenoveerd 1987)
Detail Schovenstraat, Betondorp, Amsterdam, 1924 (gerenoveerd 1987)
Woon/winkelpand (voorheen meubelwerkplaats), Ridderstraat 20 Haarlem, 1924

Johannes Bernardus (Han) van Loghem (Haarlem, 19 oktober 1881 - aldaar, 28 februari 1940) was een Nederlands architect. Hij was een socialist wat onder meer tot uiting kwam in zijn ontwerpen van tuindorpen, zo werkte hij bijvoorbeeld mee aan Betondorp. Van Loghem was één van de vertegenwoordigers van de Nieuwe Haagse School.

Jeugd[bewerken]

Van Loghem werd geboren in Haarlem in een gegoede familie, zijn vader was een rijkere bloembollenkweker. Van Loghem werd vrij opgevoed zonder geloof of dogma's. Na in Haarlem de hbs te hebben doorlopen studeerde hij voor civiel ingenieur aan de Polytechnische School te Delft, nu de Technische Universiteit Delft. Hij had onder meer college van Henri Evers en J.F. Klinkhamer. Van Loghem was lid van het Delfts Studentencorps en was wedstrijdroeier bij roeivereniging Laga.

Architectenbureau[bewerken]

De Steenhaag, vanaf het Spaarne.

Van Loghem studeerde in 1909 af in bouwkunde. Na zijn afstuderen vestigde hij zich als architect in Haarlem. In 1911 trouwde hij met kunstenares Bertha Neumeier, ze kregen vier kinderen. Neumeier was één van de stichters van de Haarlemse Montessorischool en was geen onverdienstelijk kunstenaar: ze won in 1925 en in 1937 met haar kunstwerken een medaille op de wereldtentoonstelling in Parijs. In 1912 betrok het echtpaar Van Loghem de door Han van Loghem zelf ontworpen villa 'De Steenhaag' in Heemstede.

Van Loghem kreeg al snel veel opdrachten, waaronder veel utiliteitsbouw, de Kennemer Electriciteit-Maatschappij (KEM) was één van zijn belangrijkere opdrachtgevers. Voor de KEM en haar opvolger het Provinciaal Elektriciteitsbedrijf van Noord-Holland (PEN) ontwierp hij tussen 1914 en 1919 tachtig transformatorhuisjes in Noord-Holland. Voor deze gebouwtjes gebruikte hij niet één vast model, maar tekende hij telkens een aan de omgeving aangepast ontwerp. Een deel van Van Loghems werk uit zijn beginperiode is duidelijk beïnvloed door de architect H.P. Berlage, wat ook te zien is aan de transformatorhuisjes. Aardig detail is dat de transformatorhuisjes van Van Loghem alle opgesierd worden door twee tegels van respectievelijk een hond en een haan, waarbij niet geheel duidelijk is of deze een symbolische betekenis hebben ze zo ja, welke.[1] Naast utiliteitsbouw ontwierp Van Loghem ook grotere woonhuizen, zoals villa's en stadswoningen. Hij deed dit voornamelijk in Heemstede en Haarlem, zoals de landhuizen 'De Meerle' (1911), 'Singapore' (1912-1914), 'Eigen Haard' (1917-1918), 'De Steenhaag' en 'De Waterlelie'. De vader van Van Loghem liet ook een woning door zijn zoon ontwerpen: villa 'De Zwanenhof' (1909) in Haarlem.

In zijn beginperiode was Van Loghem nog niet stijlvast, wel zette hij zich af tegen de 19de-eeuwse neostijlen waarmee hij was opgevoed en waarin hij was opgeleid. Van Loghem koos voor modern en strak. Naast 'modern en strak' liet hij zich inspireren door oude Hollandse tradities, zoals de boerderijbouw, 17de- en 18de-eeuwse patriciërs- en buitenhuizen en de Engelse landhuisbouw.

Sociale woningbouw[bewerken]

Van Loghem werkte vanaf 1917 ook aan sociale woningbouwprojecten, waarin hij zich liet inspireren door de tuinstadbeweging. Voorbeelden hiervan zijn de ontwerpen voor woningbouwvereniging 'Huis ter Cleeff', woningbouwvereniging 'Rosehaghe' en Tuinwijk-Zuid in Haarlem. Deze wijken zijn ruim van opzet en met veel groen, precies zoals de tuinstadbeweging dat nastreefde omdat arbeiders recht hadden op licht en lucht. Opvallend aan de tuinsteden in Haarlem zijn de strakke, kubistische vormgeving. Die typische strakke belijning is vaker terug te zien ontwerpen van Van Loghem in Haarlem en omgeving. De panden zijn daardoor eenvoudig te dateren als zijnde uit de jaren 20-30.

Van Loghem was socialist en volgens hem was er een sterke samenhang tussen architectuur en politiek, om die reden sloot hij zich aan bij de Bond van revolutionair socialistische intellectuelen net als , net als bijvoorbeeld Van Doesburg en Berlage, . een overtuiging die in de periode van de tuindorpen zeer sterk naar voren kwam. Een tuindorp was voor Van Loghem een socialistisch ideaal, etagewoningen - zo vond Van Loghem - waren een kapitalistische en mensonwaardige oplossing en alleen bedoeld om arbeiders op te bergen. Van Loghem hoopte dat zijn architectuur een bijdrage kon leveren aan de verbetering van de leefomstandigheden van de minder bedeelden. Hij sloot zich in 1919 aan bij de Bond van Revolutionair-Socialistische Intellectueelen. In de geest van het socialisme maakte Van Loghem van zijn bureau een collectief; volgens Van Loghem waren architect, ingenieur, tekenaar, opzichter en vakarbeider allen gelijk en probeerden zij niets meer dan gezamenlijk een bouwwerk tot stand te brengen. Van Loghem vond dat de architect niet de baas was van een project, dat idee noemde Van Loghem 'een belachelijkheid, een uiting van burgerlijke zielen, die zich vastklampen aan het verleden en het komende met den kop in het zand afwachten'. Dit zei Van Loghem in het Bouwkundig Weekblad nr. 42 uit 1921.

Betondorp[bewerken]

Eén van de bekendste woningbouwprojecten waaraan Van Loghem van 1922 tot 1923 meewerkte, was het betonnen tuindorp Watergraafsmeer in Amsterdam, het zogeheten Betondorp - bekend uit De Avonden van G.K. van het Reve. Betondorp was een door gemeente Amsterdam opgezet experiment met systeembouw. Dit project was Van Loghem op het lijf geschreven omdat het niet alleen sociale woningbouw betrof maar hij ook kon experimenteren met nieuwe constructies en materialen. Dit project en het project woonhuis 't Fort' in Haarlem zijn Van Loghems eerste duidelijke stappen richting een eigen stijl die strak en zakelijk was.

Naar Siberië[bewerken]

Van 1924 tot 1926 was Van Loghem werkzaam in Siberië bij de stedenbouwkundige ontwikkeling van een industrieel gebied in midden Siberië, met als centrum de mijnstad Kemerovo. Op uitnodiging van de Nederlandse ingenieur Sebald Rutgers, die daar voor het communistische bewind de mijnbouw organiseerde, ontwierp Van Loghem een woonwijk voor het mijnpersoneel.

Aanvankelijk stond hem een tweede Betondorp voor ogen, maar daarvoor ontbraken ter plaatse de materialen. Baksteen van rivierklei was volop aanwezig, en Van Loghem greep terug op de stijl van de Amsterdamse School. Behalve woningen bouwde hij een school, een winkel en andere voorzieningen. Van het stadje is een deel afgebroken, maar wat over is wordt zoveel mogelijk gerestaureerd, waarbij Nederlandbetrokken is.[2]

Na Siberië[bewerken]

Na terugkeer uit Siberië vestigde Van Loghem zijn bureau in Rotterdam in de eerste wolkenkrabber van Nederland: het Witte Huis. Hij had in die tijd maar weinig opdrachten maar publiceerde veel artikelen over architectuur. Zo was hij bouwkundig medewerker van de Nieuwe Rotterdamsche Courant, het Algemeen Handelsblad en de Groene Amsterdammer, ook was hij redactielid van de tijdschriften 8 en Opbouw, Bouwkundig Weekblad en Wendingen. In 1932 verscheen zijn boek: Bouwen, Bauen, Bâtir, Building. Van Loghem stelt in dit boek dat een architect zich open moet stellen voor de culturele en materiële waarden van zijn tijd, volgens Van Loghem ontstaat op die manier architectuur waarin het echte leven wordt weerspiegeld. Achteraf kan worden gezegd dat Van Loghem zijn tijd ver vooruit was.

Andere werkzaamheden[bewerken]

Naast gebouwen ontwierp Van Loghem ook meubels, was hij redacteur en van 1917 tot 1919 lid van het hoofdbestuur van de Bond van Nederlandsche Architecten. Ook doceerde hij van 1916 tot 1925 techniektheorie aan het Voorbereidend Hoger Bouwkundig Onderwijs in Amsterdam.

Publicaties van Van Loghem[bewerken]

  • 'Antiquarisme en open-lucht-museum', Bouwkundig Weekblad, 33e jaargang, nummer 3 (18 januari 1913): pp. 26-28. Zie TU Delft scan 1 en scan 2.
  • 'Excursie naar Haarlem', Bouwkundig Weekblad, 33e jaargang, nummer 37 (13 september 1913): pp. 456-460. Zie TU Delft scan 1, scan 2 en scan 3.
  • 'De nieuwe Haarlemsche schouwburg', Bouwkundig Weekblad, 34e jaargang, nummer 20 (16 mei 1914): pp. 239-240. Zie TU Delft scan 1 en scan 2.
  • 'Twee woonhuizen aan den Middenlaan te Heemskerk', Bouwkundig Weekblad, 35e jaargang, nummer 10 (6 maart 1915): p. 70-73. Zie TU Delft scan 1 en scan 2.
  • 'Delft, Amsterdam of ....?', Bouwkundig Weekblad, 36e jaargang, nummer 7 (12 juni 1915): pp. 58, 60. Zie TU Delft scan 1 en scan 2.
  • 'Tentoonstelling van Architectura et Amicitia in het Stedelijk Museum te Amsterdam', De Nieuwe Amsterdammer (11 december 1915).
  • 'In Memoriam. De schoonheidscommissie van Haarlemmerliede c.a.', Bouwkundig Weekblad, 37e jaargang, nummer 7 (17 juni 1916): p. 69-70. Zie TU Delft scan 1 en scan 2.
  • 'Hoogspanninggebouw te Hoorn', Bouwkundig Weekblad, 38e jaargang, nummer 8 (24 februari 1917): p. 43. Zie scan TU Delft.
  • 'Moet het M.B.V.A. zich hervormen?', Bouwkundig Weekblad, 39e jaargang, nummer 4 (26 januari 1918): pp. 23-24. Zie TU Delft scan 1 en scan 2.
  • J.B. van Loghem b.i. (1932) Bouwen. Bauen. Bâtir. Building. Holland. Nieuwe zakelijkheid. Neues Bauen. Vers une architecture réelle. Built to live in, Amsterdam: Kosmos.

Publicaties over van Loghem[bewerken]

  • Anoniem (6 januari 1912) 'Driedubbele woning in het Haarlemmerhoutpark', Bouwkundig Weekblad, 32e jaargang, nummer 1, p. 4-5. Zie scan TU Delft.
  • R.A. Eggink, J.B. van Loghem, architect van een optimistische generatie, 1998. Proefschrift TU Delft

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. [1] Informatie van het Nederlands Tegelmuseum
  2. Joost Vermeulen in Het Parool van 6 maart 2013