Johannes van Rossum
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Johannes van Rossum (Den Haag 1809 – Schloss Reinhartshausen, Erbach im Rheingau 1873) was de koetsier, later stalmeester, secretaris en minnaar van Prinses Marianne van Oranje-Nassau.
Johannes’ vader was kruidenzoeker, zijn moeder was de eigenaresse van een winkeltje.
Johannes van Rossum kreeg een relatie met prinses Marianne toen zij in 1848 na haar mislukte huwelijk in Voorburg op de buitenplaats ‘Rusthof’ ging wonen. Hij was op dat moment getrouwd en is ook later nooit gescheiden van zijn vrouw. Zeven maanden na Mariannes komst naar Voorburg was ze zwanger van Van Rossum. Haar familie brak hierop het contact en Marianne en Johannes verlieten Nederland en gingen naar Sicilië. Daar werd in 1849 hun zoon Johannes Willem van Reinhartshausen geboren. Hij overleed op 12-jarige leeftijd aan roodvonk. Hij werd begraven in de kerk van Erbach. Johannes en Marianne wilden na hun dood bij hun zoon begraven worden, maar omdat zij niet getrouwd waren, kregen zij daar van de kerkenraad geen toestemming voor. Johannes van Rossum werd in 1873 begraven op het kerkhof van Erbach, waar tien jaar later ook Marianne begraven zou worden. Het is echter alleen de naam van Marianne die te lezen is op de grafsteen.

