John Broadus Watson

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
John Watson
John Broadus Watson.JPG
Persoonlijke gegevens
Volledige naam John Broadus Watson
Geboortedatum 9 januari 1878
Geboorteplaats Travelers Rest, South Carolina
Sterfdatum 25 september 1958
Sterfplaats New York
Wetenschappelijk werk
Vakgebied Psychologie
Onderzoek Little Albert experiment
Publicaties "Psychology as the behaviorist views it"
Bekend van Behaviorisme
Portaal  Portaalicoon   Psychologie

John Broadus Watson (Travelers Rest, 9 januari 1878 - New York, 25 september 1958) was een Amerikaans psycholoog en stichter van de psychologische school van het behaviorisme.

Leven en werk[bewerken]

John Watson werd geboren in Travelers Rest, een arm dorp in South Carolina. Wanneer hij 12 jaar was, vertrok zijn vader en liet zijn familie in de steek. Zijn moeder verhuisde toen met haar gezin naar Greenville met de hoop op een beter leven. Zijn moeder was erg religieus en met behulp van de kerk kon John Watson in 1894 beginnen studeren aan de Furman University, waar hij in 1900 een master-diploma behaalde. In 1900 trok hij naar Universiteit van Chicago om filosofie te studeren - psychologie was er toen nog geen afzonderlijke opleiding. Drie jaar later behaalde hij er zijn doctoraat en was meteen de jongste student die ooit een doctoraat had behaald aan die universiteit. Zijn doctoraatsthesis had als titel: The psychic development of the white rat correlated with the growth of its nervous system[1] en werd later uitgegeven onder de titel Animal education. Nadien bleef hij er nog tot 1908 als lesgever en assistent van James Rowland Angell.

Voor zijn behavioristische doorbraak deed Watson nog meer dieronderzoek en was hiermee de voorloper van de ethologie.[2] Op de Dry Tortugas-eilanden bestudeerde hij gedurende drie zomers het gedrag van de noddy en de bonte stern.[3][4] De laatste zomer werkte hij er samen met Karl Lashley. In totaal publiceerde Watson acht artikels over dit onderzoek.

In 1904 trouwde hij met Mary Ickes, de zuster van de Amerikaanse politicus Harold L. Ickes. Deze laatste was tegen het huwelijk gekant.

In 1908 werd Watson benoemd tot assistent-professor in de experimentele en vergelijkende psychologie aan de Johns Hopkins-universiteit in Baltimore (Maryland). Daar bleef hij tot 1920. Zijn bekendste en belangrijkste werken werden in die periode geschreven.

In 1913 hij het manifest "Psychology as the behaviorist views it", hierin stelde hij dat psychologie 'de wetenschap van het gedrag' moest worden.[5] Dit wordt als beginpunt van het behaviorisme gezien.

Watson was eveneens een pionier in de gedragsfarmacologie: samen met Edward Thorndike begon hij onderzoek rond de gedragseffecten van alcohol. Doch datzelfde jaar moest hij stoppen aan de universiteit.

In 1920 eindigde zijn carrière omdat hij een relatie had met Rosalie Rayner, één van zijn studentes, met wie hij later ook trouwde. Enkele maanden na zijn ontslag aan de universiteit zette zijn vrouw de echtscheiding in gang. Eind december 1920 was de echtscheiding voltooid en kort daarna trouwde John Watson met Rosalie Rayner. Ze waren volledig berooid: omdat de ouders van Rayner gekant waren tegen het huwelijk, kreeg ze niets en Watson had alles afgestaan aan zijn ex-vrouw.

Na zijn ontslag ging John Watson werken bij het reclamebedrijf J. Walter Thompson, waar hij aangetrokken werd door Stanley B. Resor. Hij moest er beginnen als verkoper van visserslaarzen. Dankzij zijn sterke ideeën schopte hij het binnen twee jaar tot vicepresident van het bedrijf. Hij bleef echter geïnteresseerd in psychologie en bleef lezingen geven, onderzoek begeleiden en publiceren. Zo was hij betrokken bij babyonderzoek. Hiertoe paste hij strikt behavioristische leerprincipes toe op zijn 2 zoontjes.

In 1935 stierf Rosalie Rayner op 37-jarige leeftijd aan longontsteking. Watson zou niet meer over het verdriet van dit verlies geraken en werd depressief. Hij stierf op 25 september 1958 in het Johns Hopkins Hospital in Baltimore. Eén van zijn kleinkinderen is de Amerikaanse actrice Mariette Hartley. Deze had zelf psychische problemen en schreef die toe aan de opvoedingsmethoden die John Watson bij zijn kinderen gebruikte.

Behaviorisme[bewerken]

Met zijn behaviorisme legde Watson de nadruk op het uiterlijk, observeerbaar gedrag en reacties van mensen op gegeven situaties, in plaats van op de innerlijke, mentale staat waarin die mensen verkeren. Hij vond dat analyse van gedragingen en reacties de enige objectieve manier is om inzicht te verkrijgen in het menselijk doen en laten. Hiermee kantte hij zich tegen de methode van introspectie.

Later kwam Watson in aanraking met de conditioneringsonderzoeken van Sechenov, een aanhanger van de reflexleer. Hij vond conditionering zeer interessant voor de behandeling van psychiatrische patiënten. Met William James was hij een aanhanger van de reflexleer en streefde naar een wetenschappelijke aanpak van problemen. Psychologie was voor hem een natuurwetenschap. Het doel van psychologie was het voorspellen en controleren van gedrag.

Watson schreef heel wat artikels en meerdere boeken over dit onderwerp. Hij was zeer radicaal in zijn opvattingen. Zo was hij ervan overtuigd dat haast alle persoonskenmerken aan te leren zijn. Bekend in dit verband is zijn uitspraak: "Give me a dozen healthy infants, well-formed, and my own specified world to bring them up in and I'll guarantee to take any one at random and train him to become any type of specialist I might select - doctor, lawyer, artist, merchant-chief, and yes, even beggarman and thief, regardless of his penchants, tendencies, abilities, vocations, and race of his ancestors". Deze zin werd wel gevolgd door het relativerende: "I know I'm going beyond my facts and I admit it, but so have the advocates of the contrary and they have been doing it for many thousands of years".[6] Van 1922 tot 1935 (de dood van zijn vrouw) gaf hij een lessenreeks over het behaviorisme aan The New School for Social Research te New York. Het boek Behaviorism (waaruit vorige citaten) was bedoeld als cursus hiervoor.

Emotie-onderzoek bij baby's en jonge kinderen[bewerken]

Samen met Rosalie Rayner was Watson intussen betrokken bij onderzoek bij kleine kinderen. Dit bleef zijn belangrijkste interessegebied omdat volgens hem een individu gevormd wordt in die fase. Watson onderzocht emoties bij baby's en kwam tot de conclusie dat er 3 aangeboren emoties zijn: liefde, woede en vrees. Emoties zijn volgens hem gedrag en kunnen zich dus ontwikkelen door conditionering.

Het bekendste onderzoek is dat rond Little Albert, dat reeds in 1920 werd gepubliceerd.[7] Via conditionering ontwikkelde de kleine Albert een angst eerst voor ratten en vervolgens voor konijnen, honden en andere harige objecten.

Samen met zijn vrouw ontwikkelde Watson een extreme visie op de opvoeding van kinderen.[8] Hierbij stelde hij onder meer dat emotionele binding met kinderen moet vermeden worden en raadde hij af om kinderen te knuffelen en kussen. Later wijzigde hij zijn opvattingen hierover en schreef dat hij zijn vroegere adviezen betreurde.

Bedrijfswereld[bewerken]

Na zijn universitaire loopbaan ging Watson aan de slag in een reclamebedrijf, waar hij snel innovatieve ideeën aanbracht. Hij werkte er veel met klassieke conditionering van emoties, onder meer via foto's van mooie vrouwen en het betrekken van bekende figuren en rechtstreekse getuigenissen van gebruikers. Zo werkte hij aan een campagne voor Pond's gezichtscrème.

Vooraanstaande functies en erkenning[bewerken]

Bron

Verwijzingen

  1. Doctoraatsthesis
  2. P.P.G. Bateson & P.H. Klopfer: Wither ethology? Perspectives in ethology 8, New York: Plenum Press, 1989, ISBN 0-306-42948-9.
  3. Review van Watson's The behavior of the noddy and sooty terns uit 1909
  4. J.B. Watson: Further data on the homing sense of noddy and sooty terns. Science, 1910, 32, 470-473.
  5. J.B. Watson: Psychology as the behaviorist views it. Psychological Review, 1913, 20, 158-177.
  6. J.B. Watson: Behaviorism, New York: Norton, 1925.
  7. J.B. Watson & R. Rayner: Conditioned emotional reactions. Journal of Experimental Psychology, 1920, 3, 1-14.
  8. J.B. Watson: Psychological care of infant and child, New York: Norton, 1928.
  9. [http://www.apa.org/about/governance/president/address.aspx Voorzitters van de American Psychological Association
  10. J.B. Watson: The place of the conditioned reflex in psychology. (Lezing bij zijn aanstelling als voorzitter van de American Psychological Association) Psychological Review, 1916, 23, 89-116.