John Broadus Watson

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

John Broadus Watson (Greenville, 9 januari 1878 - New York, 25 september 1958) was een Amerikaans psycholoog en stichter van de psychologische school van het 'behaviorisme'.

Zijn leven[bewerken]

Watson studeerde eerst een paar jaar filosofie en psychologie, maar in 1900 trok hij naar Chicago om filosofie te studeren, dat boeide hem echter niet. Door de verschillende baantjes die hij had op het psychologisch laboratorium, kwam hij op het idee zich bezig te houden met dieronderzoek. Na zijn doctoraatsproefschrift, kreeg hij een assistentenbaan en richtte hij zijn aandacht op de perceptie van ratten.

In 1908 werd Watson benoemd tot professor in de experimentele en vergelijkende psychologie aan de Johns Hopkins universiteit in Baltimore.

In 1913 hij het pamflet 'Psychology as the behaviorist views it', hierin stelde hij dat psychologie 'de wetenschap van het gedrag' moest worden. Dit wordt als beginpunt van het behaviorisme gezien.

In 1920 eindigde zijn carrière omdat hij een relatie had met Rosalie Rayner, één van zijn studentes, met wie hij later ook trouwde. Na zijn ontslag ging hij werken in een bedrijf dat reclamecampagnes verzorgde. Hij bleef echter geïnteresseerd in psychologie en was betrokken bij babyonderzoek. Hiertoe paste hij strikt behavioristische leerprincipes toe op zijn 2 zoontjes.

Behaviorisme[bewerken]

Met zijn behaviorisme legde Watson de nadruk op het uiterlijk gedrag (Am.:behavior) en reacties van mensen op gegeven situaties, in plaats van op de innerlijke, mentale staat waarin die mensen verkeren. Hij vond dat analyse van gedragingen en reacties de enige objectieve manier is om inzicht te verkrijgen in het menselijk doen en laten.

Later kwam Watson in aanraking met de conditioneringsonderzoeken van Sechenov, een aanhanger van de reflexleer. Hij vond conditionering zeer interessant voor de behandeling van psychiatrische patiënten. Met William James was hij een aanhanger van de reflexleer.

Emoties[bewerken]

Watson onderzocht emoties bij baby's en kwam tot de conclusie dat er 3 aangeboren emoties zijn: liefde, woede en vrees. Emoties zijn volgens hem gedrag en kunnen zich dus ontwikkelen door conditionering.