John Hartle

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

John Hartle (Chapel-en-le-Frith, 22 december 1933 - Scarborough, 31 augustus 1968) was een Brits motorcoureur.

AJS 7R Boy Racer
Norton Manx uit 1953
Honda RC 162

Norton en AJS[bewerken]

Norton[bewerken]

  • 1954: In 1954 gebruikte hij voor beide wedstrijden een Norton. In de Senior viel hij uit maar in de Junior werd hij derde. Hij startte in dat jaar ook op Oliver's Mount bij Scarborough, het circuit waar hij veertien jaar later zou verongelukken, maar waar een ongeluk in 1961 hem ook bijna twee jaar zou uitschakelen.
  • 1955: De Manx Grand Prix was een amateurwedstrijd waaraan voornamelijk privérijders deelnamen, maar in 1955 stapte hij over naar de meer professionele Isle of Man TT, die eveneens op de Snaefell Mountain Course op het eiland Man werd verreden. In de Senior TT werd hij dertiende en in de Junior TT zesde. Hij reed weer beide races met een Norton. In de Ulster Grand Prix ging het veel beter: John Hartle werd zowel in de 350- als de 500 cc klasse tweede achter de Moto Guzzis van Bill Lomas. In het wereldkampioenschap 500 cc eindigde hij als achtste en in de 350 cc klasse als negende.
  • 1956: In 1956 reed hij als fabrieksrijder voor Norton. Het zou het laatste seizoen voor Norton als fabrieksteam worden, en men had de wedstrijden op het vasteland al opgegeven. Hartle ging dan ook niet naar de grote Grands Prix op het continent. Norton stuurde haar coureurs Hartle en Brett alleen naar Man en de Ulster Grand Prix. In de Senior TT eindigde Hartle als tweede achter John Surtees met de MV Agusta 500 4C. Hij won zijn eerste Grand Prix, de 500 cc Ulster. In de 350 cc klasse werd hij in beide wedstrijden derde. In de stand van het wereldkampioenschap van 1956 werd hij in de 500 cc klasse derde en in de 350 cc klasse achtste.

Norton en MV Agusta[bewerken]

  • 1957: In 1957, toen Norton haar fabrieksteam definitief had teruggetrokken, startte John Hartle niet eens in de 500 cc Grand Prix van Duitsland en de Senior TT. In de drie volgende 500 cc wedstrijden (Assen, België en Ulster) viel hij uit. In de Grand Prix des Nations op Monza werd hij negende. Die wedstrijd was zelfs nog gedegradeerd, omdat de wereldtitel al vast stond. Daarom had Gilera-coureur Bob McIntyre bijvoorbeeld zijn motorfiets af moeten staan aan de Italiaan Alfredo Milani. In de 350 cc klasse startte Hartle wél in Duitsland (tweede) en in de Junior TT (uitgevallen). In Assen werd hij zesde, in Ulster vierde en in Monza zesde. Daardoor eindigde hij als vijfde in de eindstand, als beste Norton-rijder. Opmerkelijk in 1957 was zijn eenmalige start met een 250 cc MV Agusta in België. Dat kwam vrijwel zeker doordat de eerste rijder van MV Agusta, Roberto Colombo, tijdens de trainingen verongelukt was. Hartle profiteerde ten volle van deze kans; hij won de 250 cc race vóór de sterke FB Mondial-rijders Sammy Miller en Cecil Sandford. Met dit ene resultaat werd hij vijfde in de 250 cc-eindstand.
  • 1958: 1958 Was voor het team van MV Agusta een bijzonder jaar. De belangrijkste Italiaanse teams (FB Mondial, Moto Guzzi, Gilera en MV Agusta) hadden in september 1957 aangekondigd uit het wereldkampioenschap wegrace te stappen. Graaf Domenico Agusta kwam echter op die afspraak terug. Na het terugtrekken van de fabrieksteams van BMW en Norton en nu ook Guzzi en Gilera lag de overwinning in de 500 cc klasse immers voor het grijpen. Alle Italiaanse teammanagers waren het er in de jaren vijftig over eens dat voor een kans op de wereldtitel een Angelsaksische coureur ingehuurd moest worden. Die kenden de Snaefell Mountain Course op Man, en het Dundrod Circuit in Ulster. Overwinningen daar waren niet alleen nodig voor het wereldkampioenschap, maar vooral de Isle of Man TT stond internationaal in hoog aanzien. Tot dat moment had Agusta alleen geïnvesteerd in John Surtees, kansloos als het was tegen de viercilinders van Gilera. Maar nu huurde men op advies van Surtees ook John Hartle in. Surtees won de eerste vier wedstrijden in de 350- en de 500 cc klasse, waardoor het team de verre reis naar de Grand Prix van Zweden kon overslaan. Ook beide klassen in de laatste twee Grands Prix werden door Surtees gewonnen. Hartle viel in de Junior- en de Senior TT uit, maar in de Senior was hij intussen de tweede coureur ooit die de "Ton" (een rondesnelheid van meer dan 100 mijl per uur gemiddeld) reed, nadat Bob McIntyre dat in 1957 gedaan had. In de 350 cc klasse werd hij in alle andere wedstrijden tweede. In de 500 cc klasse werd hij in Nederland en Duitsland tweede, in België en Ulster derde en voor de GP des Nations werd hij niet uitgenodigd. Daar koos MV Agusta voor een Italiaan, Remo Venturi, die tweede werd. In beide wereldkampioenschappen werd John Hartle tweede achter Surtees.
  • 1959: Na dit overtuigende seizoen vond men bij MV Agusta dat Remo Venturi genoeg kwaliteiten had om tweede rijder te worden. Surtees zou in het land der blinden, waar geen tegenstand van betekenis meer was, immers met gemak opnieuw wereldkampioen worden. John Hartle kreeg wel nog 500 cc MV Agusta's voor de TT van Man en de Ulster GP, maar in beide wedstrijden viel hij uit. In de 350 cc klasse bleef hij wel tweede man, want Venturi reed alleen op Monza. Hartle werd derde in de Grand Prix van Frankrijk, tweede in de Junior TT en tweede in Zweden, waardoor hij in de 350 cc eindstand ook tweede werd.
  • 1960: 1960 Was een topseizoen voor John Hartle, omdat hij goed presteerde in zijn beide "thuiswedstrijden". Het seizoen werd geopend in Frankrijk, waar hij niet naar toe reisde. Remo Venturi had nog nooit op het eiland Man gereden, en MV Agusta stelde John Hartle twee MV's ter beschikking voor de Junior- en de Senior TT. In de Senior moest hij de eerste plaats laten aan Surtees, maar in de Junior miste die na vier ronden geleid te hebben zijn derde versnelling, waardoor Hartle met gemak zijn eerste TT kon winnen. Daarna ging hij verder als privérijder met Nortons. In de 500 cc klasse werd hij achtste in België maar wist hij ook de Ulster Grand Prix te winnen. In Monza werd hij vijfde. In de 350 cc klasse werd hij tweede in de Ulster en derde in Monza. Hij eindigde het seizoen als derde in beide klassen.

Honda[bewerken]

  • 1961: Aanvankelijk nam Hartle in het eerste deel van het seizoen 1961 aan geen enkele race deel. Hij schafte een Honda RC 162 aan, waarmee hij startte in de 250 cc races in België, Ulster en Monza. Hij viel in alle drie deze wedstrijden uit. Het circuit van Oliver's Mount in Scarborough was hem weer niet goed gezind. Tijdens een nationale race viel hij hier hard, waardoor hij bijna het hele seizoen van 1962 nodig had om te herstellen.

Scuderia Duke[bewerken]

  • 1962: Al sinds 1960 probeerde Geoff Duke bij Giuseppe Gilera de oude Gilera 500 4C's, die al sinds 1957 opgeborgen waren, los te krijgen om er toch weer mee te gaan racen. MV Agusta was weliswaar ongenaakbaar geworden, maar dat kwam ook door een gebrek aan concurrentie van anderen. Duke was ervan overtuigd dat zelfs de overjarige Gilera's het goed zouden kunnen doen. Hij probeerde Gilera zover te krijgen Bob McIntyre op de Gilera in het wereldkampioenschap in te zetten. Dat lukte niet, maar eind 1962 stuurde de fabriek een machine naar Engeland voor tests door Derek Minter en John Hartle. Duke zorgde voor sponsoring door Castrol en Avon Rubber. Het team nam wel veel hooi op haar vork: zowel de 350 cc Gilera (alleen gebruikt in 1957 en nauwelijks raceklaar) als de 500 cc Gilera werden ingezet. Daardoor moesten de technische mensen veel te veel werk verzetten om de machines op het juiste niveau te brengen. Toch verliep de eerste test op Monza naar tevredenheid, hoewel Minter één van de vier 500 cc machines afschreef toen hij viel door een gebroken voorvork.
  • 1963: Minter won wedstrijden in Silverstone, Brands Hatch en Oulton Park en in Imola werden Minter en Hartle eerste en tweede en versloegen ze de nieuwe ster van MV Agusta, Mike Hailwood. In mei racete Minter met een Norton op Brands Hatch. Hij crashte met Dave Downer op een 650 cc Dunstall Norton Domiracer. Downer overleed hierbij en Minter kwam in het ziekenhuis terecht. Hij werd bij "Scuderia Duke" vervangen door Phil Read. Die werd met de 350 cc Gilera derde in Hockenheim en Hartle werd tweede in de Junior TT. In de TT eindigde hij zijn race op drie cilinders nadat Read al was uitgevallen met een opgeblazen motor. Het team besloot zich op de 500 cc Gilera te concentreren en de 350 cc machines terug te sturen naar Italië. In de Senior TT werd Hartle tweede achter Hailwood, maar het verschil tussen beide was niet erg groot. De Senior was de openingsrace van het wereldkampioenschap. Tijdens de TT van Assen ging de MV Agusta kapot en Hartle en Read werden eerste en tweede met hun Gilera's. Dat was absoluut spectaculair: twee zes jaar oude motorfietsen op het podium. In Francorchamps werd Read tweede achter Hailwood. Intussen won Derek Minter, nog herstellende van zijn rugblessure, een wedstrijd in Oulton Park. Het wereldkampioenschap ging verder met de Ulster Grand Prix, waar Hailwood met de MV Agusta superieur was. Hartle en Minter werden tweede en derde, maar de snelste Gilera was bijna 9 km/h langzamer dan de MV Agusta. Read crashte in deze wedstrijd waarbij een tweede machine werd afgeschreven. Tijdens de Grand Prix van de DDR op de Sachsenring werd Minter tweede achter Hailwood, maar Hartle viel en de derde machine was total loss. De laatste machine werd naar de GP van Finland gestuurd en zou gereden worden door Hartle, maar problemen met de versnellingsbak zorgden voor een teleurstelling. Ondanks alles wilden zowel Duke als de Gilera fabriek een goed resultaat boeken in de laatste grand prix, de thuisrace in Monza. Eén van de kapotte motorfietsen werd opgeknapt zodat er weer met twee machines gestart kon worden. Hartle crashte echter in de trainingen met de herstelde machine. Haastwerk bij de reparatie en de preparatie zorgde voor te trage en onbetrouwbare motorfietsen in de race. Ze vielen uit door olielekkages en kapotte versnellingsbakken. De directie van Gilera, teleurgesteld en vernederd, wees alle verzoeken om het experiment in 1964 voort te zetten van de hand, waardoor er al na één jaar een einde kwam aan Scuderia Duke. Het was het enige team geweest dat ondanks haar minimale budget toch nog enige tegenstand had kunnen bieden aan de MV Agusta van Mike Hailwood. John Hartle eindigde als derde in het 500 cc kampioenschap, Phil Read als vierde en Derek Minter als zevende. In de 350 cc eindstand werd Hartle zesde.

Norton[bewerken]

  • 1964: In 1964 reed John Hartle slechts één Grand Prix. Opmerkelijk genoeg niet in eigen land, maar in de Verenigde Staten. Op de Daytona International Speedway werd hij met een 500 cc Norton derde, waardoor hij in het wereldkampioenschap veertiende werd. Tijdens een internationale wedstrijd in Imola crashte hij hard, waardoor hij enkele jaren niet kon racen.
  • 1967: In 1967 verscheen John Hartle eindelijk weer op een aantal circuits. In de Isle of Man TT startte hij meteen in drie klassen, en met succes. Hij won de eerste Production 750 TT met een Triumph, werd zevende in de Junior TT met een Aermacchi Ala d'Oro en zesde in de Senior TT met een Matchless G50. Met de Matchless haalde hij in het wereldkampioenschap ook twee tweede plaatsen (DDR en Ulster), werd een keer vijfde (Tsjecho-Slowakije) en nog een keer zesde (Monza). In Finland werd hij tweede met een Norton Manx. Daardoor eindigde hij op de derde plaats van het 500 cc wereldkampioenschap van 1967. Dat was, zeker na twee jaar afwezigheid, een prima prestatie, maar hij was wel "best of the rest". De strijd in het 500 cc WK ging maar tussen twee rijders: Giacomo Agostini met de MV Agusta 500 3C en Mike Hailwood met de Honda RC 181.
  • 1968: In 1968 begon John Hartle aan het seizoen met een Métisse- Matchless, waarmee hij in Duitsland uitviel. Voor de Isle of Man TT kreeg hij van MV Agusta een 500 3C voor de Senior en een 350 3C voor de Junior ter beschikking. In de Senior race ging het goed, tot hij bij Cronk-ny-Mona viel, waardoor Agostini moeiteloos kon winnen. In de Production 750 TT viel hij met een Triumph uit door een olielekkage, en daardoor miste hij ook de start van de Junior TT. Hij maakte het 500 cc seizoen af met de Métisse-Matchless, maar haalde alleen punten in Monza, waar hij derde werd achter Agostini en Renzo Pasolini. Agostini won in dat seizoen (waaraan Honda niet meer deelnam) álle races en werd wereldkampioen. John Hartle eindigde als zestiende in de eindstand.

Overlijden[bewerken]

In alle seizoenen had John Hartle buiten het wereldkampioenschap gereden in nationale wedstrijden in het Verenigd Koninkrijk, maar ook in internationale wedstrijden op het vasteland. Ook in het seizoen 1968 startte hij op 31 augustus weer op Scarborough op het circuit van Oliver's Mount. Bij het uitaccelereren van een haarspeldbocht botste hij tegen een andere rijder en raakte zwaar gewond. Hij overleed aan zijn verwondingen.

Wereldkampioenschap wegrace resultaten[bewerken]

Plaats 1 2 3 4 5 6
Punten 8 6 4 3 2 1
Jaar Klasse Team Motorfiets 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 Punten Plaats Overwinningen
1955 350 cc Privé Norton Manx 40M FRA
-
IOM
6
DUI
-
BEL
-
NED
-
ULS
2
NAT
-
7 9e 0
500 cc Privé Norton Manx 30M SPA
-
FRA
-
IOM
13
DUI
-
BEL
-
NED
-
ULS
2
NAT
-
6 7e 0
1956 350 cc Norton Norton Manx 40M IOM
3
NED
-
BEL
-
DUI
-
ULS
3
NAT
-
8 8e 0
500 cc Norton Norton Manx 30M IOM
2
NED
-
BEL
-
DUI
-
ULS
1
NAT
-
14 3e 1
1957 250 cc MV Agusta 250 Bicilindrica DUI
-
IOM
-
NED
-
BEL
1
ULS
-
NAT
-
8 5e 1
350 cc Privé Norton Manx 40M DUI
2
IOM
NC
NED
6
BEL
-
ULS
4
NAT
6
11 5e 0
500 cc Privé Norton Manx 30M DUI
-
IOM
-
NED
NC
BEL
NC
ULS
NC
NAT
9
0 31e 0
1958 350 cc MV Agusta 350 4C IOM
NC
NED
2
BEL
2
DUI
2
ZWE
-
ULS
2
NAT
2
24 2e 0
500 cc MV Agusta 500 4C IOM
NC
NED
2
BEL
3
DUI
2
ZWE
-
ULS
3
NAT
-
20 2e 0
1959 350 cc MV Agusta 350 4C FRA
3
IOM
2
DUI
-
BEL
-
ZWE
2
ULS
-
NAT
-
16 2e 0
500 cc MV Agusta 500 4C FRA
-
IOM
NC
DUI
-
NED
-
BEL
-
ULS
-
NAT
-
0 - 0
1960 350 cc MV Agusta 350 4C FRA
-
IOM
1
NED
-
ULS
2
NAT
3
18 3e 1
500 cc Privé Norton Manx 30M FRA
-
IOM
2
NED
-
BEL
8
DUI
-
ULS
1
NAT
5
16 3e 1
1961 250 cc Privé Honda RC 162 SPA
-
DUI
-
FRA
-
IOM
-
NED
-
BEL
NC
DDR
-
ULS
NC
NAT
NC
ZWE
-
ARG
-
0 - 0
1963 350 cc Scuderia Duke Gilera 350 4C DUI
-
IOM
2
NED
-
BEL
-
ULS
-
DDR
-
FIN
-
NAT
-
JPN
-
6 6e 0
500 cc Scuderia Duke Gilera 500 4C IOM
2
NED
1
BEL
-
ULS
2
DDR
-
FIN
-
NAT
-
ARG
-
20 3e 1
1964 500 cc Privé Norton Manx 30M USA
3
IOM
-
NED
-
BEL
-
DUI
-
DDR
-
ULS
-
FIN
-
NAT
-
4 14e 0
1967 350 cc Privé Aermacchi Ala d'Oro 350 DUI
-
IOM
7
NED
-
DDR
-
CZE
-
ULS
-
NAT
-
JPN
-
0 - 0
500 cc Privé Matchless G50 DUI
-
IOM
6
NED
-
BEL
-
DDR
2
CZE
5
ULS
2
NAT
6
CAN
-
22 3e 0
Privé Norton Manx 30M FIN
2
1968 350 cc MV Agusta 350 3C DUI
-
IOM
NC
NED
-
DDR
-
CZE
-
ULS
-
NAT
-
0 - 0
500 cc Privé Métisse-Matchless DUI
-
SPA
-
NED
-
BEL
-
DDR
-
CZE
-
FIN
-
ULS
3
NAT
-
4 16e 0
MV Agusta 500 3C IOM
NC

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties