John Ricus Couperus (1816-1902)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
John Ricus Couperus
John Ricus Couperus
John Ricus Couperus
Algemene informatie
Geboren Jakarta, 24 februari 1816
Overleden 's-Gravenhage, 13 oktober 1902
Nationaliteit Nederlands
Beroep Jurist, lid van het Hoog Militair Gerechtshof van Nederlands-Indië.
Bekend van Vader van Louis Couperus
Portaal  Portaalicoon   Louis Couperus

mr. John Ricus Couperus (Jakarta, 24 februari 1816 - 's-Gravenhage, 13 oktober 1902) was een Nederlands jurist, onder meer lid van de raad van justitie te Padang en Batavia en lid van het Hoog Militair Gerechtshof van Nederlands-Indië.

Familie[bewerken]

Couperus was een lid van de familie Couperus die veel predikanten en Indische ambtenaren had voortgebracht. Hij was een zoon van Petrus Theodorus Couperus (1787-1823), landdrost der Buitenzorgse en Preangerlanden 1811, landeigenaar op Java, en Catharina Rica Cranssen (1795-1845). Zijn broer was Henry William Leonard Couperus. Zijn moeder hertrouwde als weduwe met generaal Carel Jan Riesz (1791-1856).

Hij trouwde in 1847 met jkvr. Catharina Geertruida Reynst (1829-1893). Zij was lid van het geslacht Reijnst. Ze was een dochter van Jan Cornelis Reijnst (1798-1871), waarnemend Gouverneur-generaal van Nederlands-Indië. Zij waren de ouders van onder anderen schrijver Louis Couperus (1863-1923).

Loopbaan[bewerken]

Vroege loopbaan[bewerken]

Couperus studeerde rechten en vertrok vervolgens naar Nederlands-Indië, waar hij in november 1837 per stoomschip Castor van Batavia te Soerabaja aankwam.[1] Per 1 januari 1838 was hij aangesteld als ambtenaar-fiscaal te Soerabaja.[2] Hij werd in augustus 1839 door de gouverneur-generaal ter beschikking gesteld voor de gouvernements-commissaris voor Sumatra,[3] tevens als ambtenaar ter beschikking gesteld van de Raad van Indië; in april 1840 werd hij benoemd tot controleur der derde klasse bij de landelijke inkomsten en culures.[4][5] Bij Koninklijk Besluit van 22 april 1842 nummer 95 werd het radicaal van Indisch ambtenaar aan Couperus verleend[6] en werd hij benoemd tot secretaris en fiscaal bij de rechtbank van omgang in de Batavische afdeling.[5] In oktober 1844 werd hij door de gouverneur-generaal bij het civiel department benoemd tot fiscaal bij de raad van de justitie en tot auditeur-militair te Padang aangesteld.[7] Hij werd vervolgens op 24 juni 1844 benoemd tot lid van de raad van justitie te Batavia [8] en nam, in november 1847, gedurende de afwezigheid van jhr. D.A. Junius van Hemert (1816-1881), die tijdelijk was benoemd tot fiscaal bij de raad van justitie te Soerabaja, diens functie als ommegaande rechter in de westerafdeling tijdelijk waar; Junius van Hemert is te beschouwen als de zwager van Couperus daar hij getrouwd was met de halfzus van zijn vrouw: jkvr. Louise Johanna Batiste Charlotte Theunissen Reijnst.[9]

Op 1 mei 1848 werd Couperus aangesteld als lid bij het hoog gerechtshof van Nederlands-Indië; dat was in het kader van de door de gouverneur-generaal gedane rechterlijke benoemingen voor de nieuwe organisatie, die de eerste mei 1848 in werking zou treden.[10] In april 1849 werd hij benoemd tot griffier bij het hooggerechtshof van Nederlands-Indië[11] en in december 1850 bij beschikking van de gouverneur-generaal benoemd tot raadsheer in datzelfde hooggerechtshof.[12] Hij werd in juni 1854 benoemd tot lid van het Hoog Militair Gerechtshof en werd in mei 1859, op zijn verzoek, eervol van zijn waarneming der betrekking van lid in het Hoog Militair Gerechtshof van Nederlands-Indië ontheven, onder dankbetuiging van door hem als zodanig bewezen diensten.[13] Couperus kreeg in april 1860 een tweejarig verlof naar Nederland[14] en werd bij Koninklijk Besluit van 1 juni 1860 nummer 57 [15] benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw; hij was toen al met verlof in Nederland.[16] In juni 1862 verkreeg hij bij besluit van Z.M. de koning eervol ontslag uit 's lands dienst, met toekenning van pensioen.[17] Hij verkocht in 1883 het familielandgoed Tjicoppo in Nederlands-Indië en liet een huis bouwen aan de Surinamestraat 20 te Den Haag.

Latere loopbaan[bewerken]

Couperus schreef eind 1860 de brochure Een woord ter gelegenheid van de op handen zijnde ontmoeting tussen de oud-gouverneur-generaals J.J. Rochussen en mr. A.J. Duymaer van Twist op het veld van vrije arbeid, door mr. J.R. Couperus, voormalig raadsheer in het Hooggerechtshof en lid van het Hooggerechtshof van Nederlands-Indië. Deze brochure was geschreven naar aanleiding van de zittingen in de Tweede Kamer van 15, 16 en 17 oktober 1860, waar toen de regeling van de gouvernements suikercultuur op Java ter discussie stond. Dit betrof met name de kwestie van de zogenaamde vrije arbeid en de discussies hierover tussen Duynmaer van Twist en Rochussen brachten Couperus ertoe zijn bijdrage tot deze kwestie te leveren; met name de woorden van Duynmaer van Twist: Waren wij het thans ook maar eens eens, mijne heren, over die algemene richting, die ook volgens de wet in Indië gaat naar de vrije industrie... over die richting dient geen twijfel te bestaan zetten hem tot schrijven aan. Dat was dus met name om rechtskundig, naar de uitspraken der wet, de richting aan te wijzen waarin - en de grenzen te bepalen waarbinnen - de discussies gevoerd dienden te worden.[18][19]

Couperus overleed op 86-jarige leeftijd te 's-Gravenhage en werd begraven op de Algemene Begraafplaats aldaar.

Bibliografie[bewerken]

  • Dissertatio historico-juridica inauguralis de conditione Servorum apud Romanos. Amsterdam, 1837 (proefschrift)
  • Een woord ter gelegenheid der op handen zijnde ontmoeting der oud Gouverneurs-Generaal J.J. Rochussen en Mr. A.J. Duijmaer van Twist op het veld van vrijen arbeid. 's-Gravenhage, 1860
  • De geest van artikel 110 van het Nederlandsch-Indisch regerings-reglement, beschouwd als wettelijke grondslag voor de aanstaande Indische drukpers-wet. 's-Gravenhage, 1862
  • Gouvernements-cultures met of zonder stelsel? 's-Gravenhage, 1863
  • De agrarische wet van den Minister De Waal, en hare toepassing volgens Fransen van de Putte, ter vierschare gebragt voor de Eerste Kamer der Staten-Generaal. 's-Gravenhage, 1870

Literatuur[bewerken]

  • Herinneringen van een oude vader. Vertaald en ingeleid door Frans van der Linden. Baarn, 2013
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Javasche Courant, 29 november 1837
  2. Frédéric Bastet, Louis Couperus. Een biografie. Amsterdam, 1987, p. 39.
  3. Javasche Courant, 10 augustus 1839
  4. Javasche Courant, 29 april 1840
  5. a b Nederlandse Staatscourant, 24 juni 1843
  6. Nederlandse Staatscourant, 25 april 1842
  7. Opregte Haarlemsche Courant, 17 oktober 1844
  8. Nieuwe Rotterdamse Courant, 24 augustus 1846
  9. Javasche Courant, 3 november 1847
  10. Oprechte Haarlemse Courant, 29 mei 1848
  11. Algemeen Handelsblad, 20 april 1849
  12. Oprechte Haarlemse Courant, 21 december 1850
  13. Java-bode, 4 mei 1859
  14. Nieuw Amsterdams Handels- en Effectenblad, 13 april 1860
  15. Nederlandse Staatscourant, 5 juni 1860
  16. Oprechte Haarlemse Courant, 6 juni 1860
  17. Nieuw Amsterdams Handels- en Effectenblad, 28 juni 1862
  18. Java-bode, 23 januari 1861
  19. Meer informatie over deze brochure