Jonas Lie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jonas Lie
Jonas en zijn vrouw Thomasine Lie in 1892

Jonas Lauritz Idemil Lie (Modum, 6 november 1833 - Stavern, 5 juli 1908) was een Noors schrijver en dichter.

Biografie[bewerken]

Lie werd geboren in het Zuiden van Noorwegen, maar bracht een belangrijk deel van zijn jeugd door in Tromsø, waar zijn vader hoofdinspecteur van politie geworden was. Hij bezocht de zeevaartschool in Fredriksværn, maar moest vanwege zijn slechte ogen afzien van een loopbaan op zee. Hij ging vervolgens naar de Latijnse School in Bergen. In 1851 ging hij naar de Universiteit van Oslo (toen Christiania), waar hij in 1857 afstudeerde in het recht. In 1860 huwde hij zijn nicht Thomasine Lie.

Hij begon een advocatenpraktijk in Kongsvinger. De praktijk was niet erg druk en Lie vond tijd om te publiceren in verschillende Noorse bladen. In 1866 verscheen zijn eerste dichtbundel Digte. Met deze bundel had hij weinig succes. In de jaren die daarop volgden verdiende hij de kost als journalist. In 1870 volgde zijn prozadebuut met Dem Frensynte, een collectie verhalen over het noorden van Noorwegen.

Van 1870 tot 1893 reisde hij - daartoe in staat gesteld door een reisbeurs - door Europa. In die tijd publiceerde hij tal van boeken. Zijn familiekroniek Familien paa Gilje (1883) is zijn bekendste boek. Lie schreef ook een aantal sprookjes.

Waardering[bewerken]

Met Bjørnstjerne Bjørnson, Henrik Ibsen en Alexander Kielland wordt Lie gerekend tot de "Grote Vier" van de 19e-eeuwse Noorse literatuur. Thomas Mann was een groot bewonderaar van zijn werk.

Werken[bewerken]

  • Digte 1866
  • Den Fremsynte 1870
  • Tremasteren Fremtiden 1872
  • Fortællinger og Skildringer 1872
  • Lodsen og hans Hustru 1874
  • Faustina Strozzi 1875
  • Thomas Ross 1878
  • Adam Schrader 1879
  • Rutland 1880
  • Grabows Kat 1880
  • Gaa paa! 1882
  • Livsslaven 1883
  • Familjen paa Gilje 1883
  • En Malstrøm 1884
  • Otte Fortællinger 1885
  • Kommandørens Døtre 1886
  • Et Samliv 1887
  • Maisa Jons 1888
  • Digte 1889
  • Onde Magter 1890
  • Trold I-II 1891-92
  • Niobe 1893
  • Lystige Koner 1894
  • Naar Sol gaar ned 1895
  • Dyre Rein 1896
  • Lindelin 1897
  • Wulffie & Co 1897
  • Faste Forland 1899
  • Naar Jerntæppet falder 1901
  • Ulfvungerne 1903
  • Østenfor Sol, vestenfor Maane og bagom Babylons Taarn! 1905
  • Eventyr 1908
  • Jonas Lie og hans samtidige (keuze uit zijn brieven) 1915