Jongleren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Animatie van een cascade met drie ballen.

Met jongleren wordt tegenwoordig vooral geduid op een aantal vaardigheden waarmee objecten gegooid en gevangen worden. In de Middeleeuwen was een jongleur (joculator) een veelzijdig acrobaat die bijvoorbeeld ook zong.

Kern[bewerken]

Bij jongleren gaat het om het in de lucht gooien, in de lucht houden en opvangen van voorwerpen (bijvoorbeeld ballen, kegels of borden). In het circus kan het ook gaan om bijvoorbeeld poi en diabolo.

Alleen het omhoog gooien en weer opvangen van een object is echter nog geen jongleren. Met de objecten moet ook een bepaald continu patroon worden gevormd. Het meest bekende en eenvoudigste patroon is de cascade, waarbij minimaal drie ballen in het spel zijn. De eerste bal wordt door de lucht richting de andere hand gegooid, wanneer deze het hoogste punt bereikt wordt de volgende bal er in tegengestelde richting onderdoor gegooid. De volgende bal gaat daar weer onderdoor, etc.

Jongleren wordt door amateurs en professionals beoefend. Inmiddels zijn voor jongleren ook notatiesystemen ontwikkeld (de zogenaamde siteswaps, zie verder).

Geschiedenis[bewerken]

Circusjongleurs

Hoe oud jongleren nu precies is, is moeilijk na te gaan. De oudste afbeeldingen die bekend zijn stammen uit het oude Egypte, muurschilderingen tonen vrouwen die ballen in de lucht houden. Uit het oude Griekenland en het Romeinse Rijk zijn ook afbeeldingen, beelden en beschrijvingen bekend die erop duiden dat in deze tijd jongleren al bestond.

De term jongleren is net als jonglieren (Duits), juggling (Engels) en jongle (Frans) afgeleid van het Latijnse woord 'ioculari' (schertsen, spelen).

In de Europese Middeleeuwen maakte wat we nu jongleren noemen deel uit van het repertoire van rondreizende kunstenaars. Een jongleur (joculator) uit die tijd vertelde echter ook verhalen, speelde toneel, danste, zong, musiceerde en was bedreven in de acrobatiek.

De kunst van het jongleren was de afgelopen eeuwen een goed bewaard geheim. Jongleurs warmden in het geheim op en om zelf de kunst te leren vereiste een groot doorzettingsvermogen. Die geheimhouding is inmiddels verleden tijd. Tegenwoordig worden er boeken over geschreven, cursussen gegeven, videobanden uitgebracht en zijn er zijn grote festivals.

Disciplines[bewerken]

Een jongleur met brandende devil stick
Devil stick (rechts), flower stick (midden), en twee rubber stokken om ze te bespelen (links).

Veelal wordt bij jongleren gedacht aan voorwerpen als ballen, ringen, kegels, messen en fakkels. Er bestaat echter een grote variatie, zowel wat betreft de objecten waarmee gewerkt wordt als het gebruik van technieken, ook uit aanpalende disciplines. Hierbij valt te denken aan:

Festivals[bewerken]

Vooral in Europa en Amerika worden vele grote en kleinere jongleerfestivals gehouden. Hier komen jongleurs bij elkaar om samen te jongleren. Er zijn speciale workshops waar nieuwe stijlen en technieken geleerd kunnen, zoals shows, open podia, parades en games. In Nederland bekende festivals zijn:

Siteswap[bewerken]

Siteswap is een notatiesysteem waarin de hoogte (eigenlijk: de duur) van elke worp gegeven wordt. Een begrip van siteswapnotatie helpt niet alleen om makkelijker over jongleerpatronen te praten, maar ook om nieuwe variaties te verzinnen. Op internet geven veel websites goede (Engelstalige) informatie hierover.

Stijlen[bewerken]

Drie jongleerballen: een kleine goedkope (rechts), een luxere uitvoering (links), en een kevlar-vuurbal (midden)

Deze opsomming dient om een indruk van verschillende stijlen te geven. Zij is niet volledig, en de categorieën zijn niet duidelijk te scheiden. Bovendien heeft elke jongleur zijn eigen stijl.

Contactjongleren
Hierbij worden ballen niet gegooid, maar gerold over het gehele lichaam. Vooral over handen, armen, en via de schouders over de nek. Michael Moshen wordt beschouwd als de pionier van deze manier van jongleren. De bedoeling van deze stijl is de indruk creëren dat de bal over de lichaamsdelen zweeft zonder dat de jongleur er directe invloed op uitoefent. Deze stijl wordt vaak beoefend met doorzichtige acryl ballen.
Stuiteren (bouncing)
Door ballen pas te vangen nadat ze 1 (of 2) keer op de grond gestuiterd zijn, houdt een jongleur meer tijd over en kan dus meer ballen manipuleren. Uiteraard zijn hiervoor ballen van een geschikt materiaal nodig (silicone is het gebruikelijkst - en het duurst). Stuiterjongleerballen hebben een stuitergehalte. Hebben zij een stuitergehalte van 90%, betekent dat dat het balletje weer op 90% van de hoogte komt als waar hij losgelaten werd. Met deze stijl springen vele jongleurs creatief om, zo stuiteren zij bijvoorbeeld tegen een gong of op de toetsen van een keyboard om muziek te creëren tijdens het jongleren.
Siteswaps
Het gooien van ballen (soms kegels) op verschillende hoogtes (zodat ze in een andere volgorde worden gevangen dan ze gegooid zijn). Technisch zeer uitdagend, maar voor niet-jongleurs moeilijk te volgen. Bij deze techniek worden nummers gebruikt. De basisregel bij jongleren met ballen, kegels en ringen is: een nummer, bijvoorbeeld 3. Is dezelfde worp als jongleren met 3 props. (prop, is een voorwerp dat in de lucht wordt gehouden) De moeilijkheden zijn 0, dat is een lege hand. 1 Is een snelle pas naar de andere hand, en als laatste 2 is de prop vasthouden. Men gaat er bij siteswap altijd vanuit dat: je linkse worp, rechtse worp, linkse worp, ... doet. Je blijft altijd in hetzelfde ritme. Je gooit of vangt maar 1 bal tegelijkertijd. Het gemiddelde van de cijfers uit een patroon is gelijk aan de hoeveelheid props van dat patroon. Bijvoorbeeld: 441 ⇒ (4+4+1)3=3 Dus het is een drieballen patroon. Bij diabolo of devilstick gelden andere regels.
Passing met acht kegels
Passing
Het overgooien van ballen of kegels tussen 2 of meer jongleurs. Zeer populair op bijeenkomsten en festivals. In principe is niet een zeer hoog technisch niveau nodig om met veel mensen over te gooien. Olga en Vova Galchenko zijn professionele jongleurs die buitengewoon precies overgooien. In het Nederlands is het woord "overpasen" gebruikelijk.
Sportjongleren
Het gaat hierbij met name om het breken van records, zoals:
  • Het meeste aantal worpen met 8 kegels
  • Hardlopend jongleren (zelfs marathons en hordelopen)
Enkele jongleurs die in dit gebied uitblinken, zijn:
  • Anthony Gatto heeft gedurende 45 minuten 5 kegels gejongleerd en is officieel houder van de meeste wereldrecords in jongleren.
  • Albert Lucas heeft naar eigen zeggen 14 ringen gejongleerd.[1] Het record dat opgenomen is op video, is tot nu toe 13 ringen.
  • Jason Garfield heeft jongleerkampioenschappen georganiseerd in Las Vegas die televisieaandacht gekregen hebben in Amerika.
  • Bart Hoving is Nederlands Kampioen Technisch Jongleren 2008.


Nachtelijke jonglage met vuur
Circusstijl
De traditionele circusjongleur imponeert door snel te jongleren, of een groot aantal objecten, of door een combinatie van handelingen (Rafael de Carlos jongleert bijvoorbeeld 4 voetballen terwijl hij 1 bal op zijn hoofd kopt). Een bekende jongleur in deze stijl is Dmitry Chernov, die als specialiteit tijdens het jongleren voortdurend wisselt van aantal ballen.
Theaterstijl
In veel huidige circussen (Cirque du Soleil, Cirque Plume, Cirque Eloize, 7 à la Main, en de circusschool in Kiev) worden jongleernummers getoond met vloeiende overgangen tussen de patronen. Daarnaast wordt vaak muziek en decor gekozen in samenhang met de andere nummers. Dit gaat ook vaak samen met zang en toneel.
Straatoptredens
Straatartiesten laten meestal niet al hun technische kunnen zien, omdat op straat een goede grap meer geld oplevert dan knap jongleerwerk.
Vuurjongleren
Jonglage in het donker met brandende kegels of ballen; soms wordt dit gecombineerd met vuurspuwen.
Bronnen, noten en/of referenties