Joodse adel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het wapen van de Rothschild

Adeldom als een in de Europese middeleeuwen ontstaan maatschappelijk en staatkundig instituut is geen onderdeel van de Joodse cultuur. In het Oude Testament en in de latere commentaren en boeken met religieuze voorschriften en verklaringen zoals de Talmoed komt het concept niet voor. Een Jood behoort tot een van de 12 stammen van Israël en in het Nieuwe Testament wordt uitdrukkelijk een stamboom opgegeven die moet aantonen dat Jezus uit het "Huis van David" stamde. Afstamming van een koning of profeet gaf een zeker maatschappelijk aanzien. In het Nieuwe Testament wordt het Huis van David genoemd omdat met Jezus' geboorte een oude profetie uitgekomen zou zijn.

Historie[bewerken]

Sommige Joodse families hadden recht op priesterlijke functies in de Tempel van Jeruzalem. Andere waren van generatie op generatie muzikant in die tempel. Vooral de eerste families waren machtig binnen de Joodse theocratie. De Joodse koningen en hun hovelingen behoorden tot een militaire en bestuurlijke kaste. Van strenge regels van afstamming voor die koningen, bestuurders en legeraanvoerders was geen sprake, bepalend was de gunst van de koning en de militaire bekwaamheid. Zogezien is er nooit een Joodse adel geweest. Dit artikel behandelt Joden en bekeerde Joden die in de Europese adelstand werden opgenomen.

Het middeleeuwse Europa waarin de ridderschap als instituut, later als gesloten kaste en adel tot bloei kwam was sterk antisemitisch. Dat was een drempel voor het opnemen van Joden in de adelstand. De idee en het ideaal van de ridderschap waren sterk met de kerk en het christendom verbonden. De weinige Joden in Europa werden overal afwisselend toegelaten, getolereerd, vervolgd en weer verjaagd. Zij mochten geen grond bezitten en waren juridisch achtergesteld.

De eerste verheffingen van rijk geworden Joodse bankiers kan men in Spanje vinden. Oostenrijk kreeg als resultaat van de Europese verlichting in 1782 een door de vooruitstrevende keizer Jozef II van het Heilige Roomse Rijk uitgevaardigd "Toleranzpatent". Dit patent bepaalde dat loyale en verdienstelijke onderdanen van Joodse religie ook in de adelstand konden worden verheven. Zij hoefden daarvoor niet tot het christendom over te gaan.

Volledige gelijkberechtiging kregen de Joodse onderdanen van de Oostenrijkse heersers pas in 1860. In Frankrijk werden Joden pas na de Franse Revolutie gelijkberechtigde burgers.

De positie en identiteit van de Joodse adel is historisch gezien problematisch. Deze adel was de vrucht van de Europese verlichting die de Joodse emancipatie mogelijk maakte. Tegenstanders van de verlichtingsidealen bleven zich tegen het Jodendom verzetten en in reactionaire kringen werden de Joodse edelen niet geaccepteerd. Om aan het stigma van het Jodendom te ontkomen kozen sommige Joodse adellijke families voor de doop, anderen voor het onherkenbaar maken van hun familienaam of beide. De Rothschilds bleven herkenbaar zichzelf.

Een probleem bij het beschrijven van de Joodse adel is dat traditionele namen als Hirsch, Meyer en Rosenberg ook bij de niet Joodse Europese oeradellijke en briefadellijke families veel voorkomen. Binnen de Spaanse en Portugese adel wordt veel Joods bloed vermoed, zo zou Lodewijk XIV aan de moederszijde een Joodse voorouder in het Koninklijke Huis van Aragon bezitten.[1]

Sommige Joodse families wisten hun Joodse naam uit door handig met namen te marchanderen. Montagu Samuel werd eerst Samuel Montagu en later Lord Swaythling. Montagu(e) is een oud adellijk Engels-Normandisch geslacht. Michael Hecht werd Michael Howard later Baron Howard of Lympne[2]. Howard is de familienaam van de hertogen van Norfolk, de graven van Carlyle en verschillende andere adellijke Britse geslachten.[3]

Antisemieten en liefhebbers van samenzweringstheorieën noemen bij veel Europese vorsten en machtige Europeanen veronderstelde of bewezen Joodse voorouders. Zij gaan daarbij voorbij aan de strenge bepalingen van de Joodse wet die het Jodendom alleen in vrouwelijke, matrilineaire lijn laat vererven.

De Joodse adel in de adel-almanak[bewerken]

De Joodse geslachten die tot de adel behoren werden in de adelsalmanakken van de diverse landen opgenomen. Naast deze almanakken verschenen ook almanakken die uitsluitend aan deze Joodse families waren gewijd. Het Weimarer historisch-genealoges Taschenbuch des gesamten Adels jehudäischen Ursprunges dat in 1912 en 1913 in twee delen verscheen,[4] en het Semigothaisches genealogisches Taschenbuch ari(st)okratisch-jüdischer Heiraten[5] dat in 1914 werd gepubliceerd geven een overzicht van de Joodse aristocratie zoals die zich in Europa heeft ontwikkeld.

De uitgevers geven wel een overzicht van Belgische Joodse adellijke families maar noemen Nederland waar de Joden sinds de bevrijding door Franse troepen en de vestiging van de Bataafse Republiek in 1795 tenminste op papier alle burgerrechten bezaten niet. In de daaropvolgende staatsvormen, Koninkrijk Holland, provincie van het Franse Keizerrijk en Koninkrijk der Nederlanden was er geen sprake meer van officiële achterstelling van de Joodse inwoners.

De Jewish Encyclopedia van 1906 noemt een groot aantal in de adelstand verheven Joodse geslachten.[6]

Nederland[bewerken]

Nederland kent een aantal Joodse adellijke geslachten.

De prinsen van Oranje en later de koningen der Nederlanden waren verdraagzaam waar het hun Joodse medemensen en latere onderdanen betrof. De Koning-Stadhouder logeerde in Amsterdam ten huize van de in de adelstand verheven maraan Hiëronymus Nunes da Costa (1619-1697), tevens bekend als Mozes Curiël.[7] De Prins van Oranje verleende geen adeldom maar in Nederland woonden Joden van bijvoorbeeld Portugese of Spaanse adel zoals Manuel Lopes Suasso.

De Duitse bezetter vervolgde in de Tweede Wereldoorlog de Europese Joodse adel en veel Joodse aristocraten werden naar Polen gedeporteerd waar zij werden omgebracht. Dat lot trof ook Nederlandse edelen van Joodse afstamming. De nazi's gebruikten het "Historisch-genealoges-Taschenbuch" waarop de Joodse families zo trots waren geweest als hulpmiddel bij hun vervolging.[8]

De volgende families werden opgenomen in de adel van het koninkrijk der Nederlanden:

België[bewerken]

  • In mei 2007 werd de Voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorie van België, prof. Dr. Julien Klener de titel van baron toegekend.

De Belgische koningen verhieven enige van hun Joodse onderdanen in de adelstand.[8]

  • Baron Lambert, de nakomelingen van Samuel Cahen
  • Baron Jacques Brotchi[12]
  • Baron Julien Klener[13]

Oostenrijk[bewerken]

Keizerin Maria Theresia van Oostenrijk onderhandelde zoals alle vorsten geregeld met de grote Joodse bankiers die haar oorlogen en projecten financierden. Zij sprak dan van achter een kamerscherm.[14] In het streng katholieke Oostenrijk werden de Joden als tweederangs burgers beschouwd. Om in Wenen te mogen wonen moesten zij "Hofjude" of anderszins geprivilegeerd zijn. In 1821 woonden in Wenen de adellijke Joodse families Rothschild, Arnstein, Eskeles, Gomperz, Kuffner, Lieben, Auspitz, Schey von Koromla, Todesco und Wertheimstein en von Wiernes. Zij waren rijk maar hun recht om in Wenen te wonen moest steeds opnieuw worden aangevraagd wanneer het hoofd van de familie was gestorven[15]. Onroerend goed mochten zij lange tijd niet bezitten[16]. Pas in 1867 werden Joden in Oostenrijk gelijk voor de wet[17].

Wapen van de Oostenrijkse Freiherren Rothschild

Genobiliteerde Joodse families in Oostenrijk-Hongarije[8]

  • Bernhard Freiherr von Eskeles[18]
  • Jonas Königswarter, na 1871 Freiherr von Königswarter[19]
  • Adam Albert Hönig, na 1784 genobiliteerd als Edler von Henikstein[20]
  • Rothschild, Ritter, later Freiherr Amschel Mayer von Rothschild sinds 1815 en 1822[21]
  • Oscar von Rosenberg, na 1916 Baron de Rede[22]

Na de val van de monarchie werd een einde gemaakt aan de Oostenrijkse adelstand. De titels en predicaten mogen niet meer worden gebruikt.

Verenigd Koninkrijk[bewerken]

Karikatuur van de eerste baron Swaythling

Vooraanstaande Joden worden geregeld in het Hogerhuis opgenomen. Dat gebeurde ook met de opperrabbijnen van het Britse Israëlitische Kerkgenootschap zoals de al eerder tot Knight Bachelor geslagen Immanuel Jakobovits Kt., verheven tot Baron Jakobovits of Regent's Park in Greater London.[23] en zijn opvolger Lord Sachs [24] De Britse koningen en koninginnen hebben hun Joodse onderdanen in de adelstand verheven door hen tot ridder te slaan, een adellijke titel zoals baron te verlenen of een hoge graad in een ridderorde te verlenen, een Jodin wordt dan Dame. In de lagere adel zijn er ook Joodse baroneten.

Joodse geslachten en afstammelingen van Joden in de Peerage, de hogere adel met een titel en tot voor kort een zetel in het Hogerhuis[8].

  • Earl of Beaconsfield and Viscount Hughenden. De Britse premier Benjamin Disraeli (1804-1881) was van Joodse afkomst en ontving de titels in 1876. De titel is uitgestorven.
  • Viscount Bearsted, nazaten van Marcus Samuel, 1st Baron Bearsted, oprichter van Shell Transport and Trading Company, die later opging in Royal Dutch Shell[25]
  • Alexander Bernstein, Baron Bernstein of Craigweil[26]
  • Arnold Silverstone, Baron Ashdown[27]
  • Rufus Isaacs GCB, GCSI, GCIE, GCVO, PC, KC, 1st Marquess of Reading. Het eerste praktiserende Joodse lid van het Britse kabinet[28]
  • Julia Neuberger, Baroness Neuberger[29], rabbanith
  • Rothschild, de Londense tak van de Frankfurter bankiersfamilie, In 1847 baronet in 1885 werd sir Nathan Mayer Rothschild bt. de eerste baron Rothschild.
  • Baron Swaythling, afstammelingen van Herbert Samuel[30]
  • David de Stern, Viscount Stern en Sydney Stern, Baron Wandsworth uit de Joodse bankiersfamilie.[31]
  • Michael Levy, Baron Levy[32]
  • Sassoon[33]
  • Baron Mancroft,afstammelingen van Arthur Michael Samuel van Asjkenazim afstamming. Eerder baronet[34].
  • Alan Sugar, sinds 2009 Baron Sugar of Clapton[35]

In de lagere adel[bewerken]

Sir Solomon de Medina, een financier van de oorlogen van Koning-Stadhouder Willem III was de eerste praktizerende Jood die in Engeland in de adelstand werd verheven. Hij werd op 23 juni 1700 op Hampton Court tot ridder geslagen.

Joden en bekeerde Joden in de lagere Britse adel:

Frankrijk[bewerken]

  • Rothschild, de Parijse tak van de Frankfurtse bankiersfamilie

Duitsland[bewerken]

  • Bleichröder, nakomelingen van Gerson baron Bleichröder (1822 - 1893)[41]
  • Willy Edgar Salomon Ritter Liebermann von Wahlendorf opgenomen in de Pruisische en Oostenrijkse adelstand[42]
  • von Kaullas, bankiers in Württemberg[22]
  • von Oppenheim[43]
  • Maurice de Hirsch oftewel Moritz Freiherr von Hirsch auf Gereuth[44]
  • von Redé[22]

Italië[bewerken]

  • Baron Abram Lumbroso, volgens het Taschenbuch misschien van Egyptisch-Joodse afstamming[45]
  • Rothschild, de Napolitaanse tak van de Frankfurtse bankiersfamilie

Rusland[bewerken]

Het Tsaristische Rusland was antisemitisch. Men beperkte de rechten van Joden. Toch worden namen van Russische of Russisch-Poolse aristocraten genoemd[8].

  • Baronnen Gantsmakher[8]
  • Baronnen Günzburg[46]

Spanje[bewerken]

In de vroege middeleeuwen werden de Joodse inwoners niet alleen getolereerd, sommigen maakten carrière aan het hof en in de wetenschap.

Salomon Alfaquin werd in het laatste kwart van de 12e eeuw lijfarts van Koning Sancho de Wijze van Navarra en ontving de "infanzon privileges", de voorrechten van de adel.[47]

Joodse families en afstammelingen van Joden in de Europese adel[bewerken]

In de genealogische literatuur worden tal van families genoemd die Joods bloed zouden bezitten. Deze lijsten zijn ook op het internet verschenen. Er is daarin ook sprake van geslachten waarvan de stamvader een bekeerde en gedoopte Jood zou zijn. Deze lijsten houden geen rekening met de matrilineaire afstammingswetten van het jodendom. Volgens deze wet vererft het jodendom uitsluitend van moeder op kind. Bij andere families wordt het vermoeden van Joods bloed alleen op de naam, voor zover die lijkt op een Hebreeuwse naam, gebruikt als onderbouwing dat de familie Joods bloed zou hebben. In de 19e eeuw verschenen veel antisemitische boeken, schotschriften en zelfs periodieken. De fanatiek antisemitische auteurs wilden hun lezers duidelijk maken dat "de Joden overal infiltreerden" en wilden een zelfverzonnen Joodse samenzwering tegen de maatschappij aantonen. Daarbij gingen zij leugens en verdachtmakingen niet uit de weg.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. A. Fraser, Love and Louis XIV: The Women in the Life of the Sun King.
  2. The Guardian [1], Gezien op 9 juli 2013
  3. In de roman The Hippopotamus steekt Stephen Fry de draak met deze toe-eigening van namen.
  4. Voluit Weimarer historisch-genealoges Taschenbuch des gesamten Adels jehudäischen Ursprunges. (Hebraici et conversi et de genere Juda). Aufsammlung all' der im Mannesstamme aus jüdischem Geblüt, d. h. aus dem recht orientalischen Rassentypus der (eigentlich unrichtig Israeliten genannten) Juden oder Hebraeer hervorgegangenen Adelsfamilien von einst und jetzt, ohne sonderliche Ansehung ihrer eventuell derzeit christlichen Konfession oder etwaiger Blutzumischung durch Einheirat arischer Frauen - vom Rassenstandpunkte aus besehen. München, Kyffhäuser-Verlag, 1912-1913.
  5. Voluit Semigothaisches genealogisches Taschenbuch ari(st)okratisch-jüdischer Heiraten mit Enkel-Listen (Deszendenz-Verfolgen). Aufsammlung aller adeligen Ehen mit vollblutjüdischen und gemischtblütigen Frauen - und 18 Ahnentafeln. München, Kyffhäuser-Verlag, 1914
  6. Online in te zien op Jewish Encyclopedia online.
  7. Woonhuis familie Nunes da Costa op m.iamsterdam.com, laatst geraadpleegd op 23 juni 2013.
  8. a b c d e f (en) Nobility of the World Volune VIII - Jewish. The History and Register of the Noble Families of Jewish Ancestry, Almanach de Gotha, laatst geraadpleegd op 23 juni 2013.
  9. Nederland's Adelsboek]] 44 (1951), p. 9-14.
  10. Nederland's Adelsboek 94 (2009), p. 284-303.
  11. Nederland's Adelsboek 95 (2010), pp. 83-103
  12. (fr) Biografie op cclj.be, laatst geraadpleegd op 23 juni 2013.
  13. 'Uitgelicht: Joodse Baron Julien Klener', JoodsActueel.be 23 april 2009, laatst geraadpleegd op 23 juni 2013.
  14. (en) E. Crankshaw, Maria Theresia, Bloomsbury Reader 2013.
  15. (de) [2] Almanach de Gotha. laatst geraadpleegd op 25 juni 2013
  16. (de) [3] Österreich-Lexikon. laatst geraadpleegd op 24 juni 2013
  17. (de) [4] Österreich-Lexikon. laatst geraadpleegd op 25 juni 2013
  18. (de) [5] Österreich-Lexikon. laatst geraadpleegd op 24 juni 2013
  19. (de) [6] Österreich-Lexikon. laatst geraadpleegd op 24 juni 2013
  20. (de) [7], Österreich-Lexikon. laatst geraadpleegd op 24 juni 2013
  21. (en) Rotschild, Jewish Encyclopedia, laatst geraadpleegd op 23 juni 2013.
  22. a b c (en) 'Baron de Rede', The Telegraph 10 juli 2004, laatst geraadpleegd op 23 juni 2013.
  23. Bermant, Chaim. Lord Jakobovits; the Authorized Biography of the Chief Rabbi. Londen, Weidenfeld & Nicolson, 1990.
  24. (en) [8] The Guardian, laatst geraadpleegd op 28 juni 2013
  25. (en) Samuel, Sir Marcus, Bart., Jewish Encyclopedia, laatst geraadpleegd op 23 juni 2013.
  26. (en) J. Elgot, 'Labour peer Lord Bernstein dies', The Jewish Chronicle Online 13 april 2010, laatst geraadpleegd op 23 juni 2013.
  27. (en) S. Rocker, 'LSJS honours loyal backers', The Jewish Chronicle Online 6 oktober 2011, laatst geraadpleegd op 23 juni 2013.
  28. (en) 'Reading', Jewish Virtual Library, laatst geraadpleegd op 23 juni 2013.
  29. (en) 'Rabbi Julia Neuberger', West London Synagogue, laatst geraadpleegd op 23 juni 2013.
  30. (en) 'Swaythling, Baron (UK, 1907)', Cracroft's Peerage 6 februari 2011, laatst geraadpleegd op 23 juni 2013.
  31. (en) Debrett,laatst geraadpleegd op 23 juni 2013
  32. (en) , BBC, Norwich blue plaque of the Baptist Particular Chapel.
  33. (en) M. Egremont, Siegfried Sassoon: A Life, Londen, Farrar, Straus and Giroux 2005.
  34. (en) Norwich blue plaque of the Baptist Particular Chapel [9] , laatst geraadpleegd op 28 juni 2013
  35. (en) [10] Daily Telegraph, laatst geraadpleegd op 28 juni 2013.
  36. (en) C. Roth, D. Phil & FR. Hist.S, 'Sir Edward Brampton: An Anglo-Jewish Adventurer during the Wars of the Roses 1', jhse.org, laatst geraadpleegd op 23 juni 2013.
  37. (en) 'Sir Ernest Cassel, banker and royal financial advisor', Pro Natura, laatst geraadpleegd op 23 juni 2013.
  38. (en) Goldsmid, Jewish Encyclopedia, laatst geraadpleegd op 23 juni 2013.
  39. (en) 'Mocatta', Jewish Virtual Library, laatst geraadpleegd op 23 juni 2013.
  40. (en) 'Sir Moses Montefiore', Jewish Virtual Library, laatst geraadpleegd op 23 juni 2013.
  41. (en) Bleichröder, Gerson, Baron von, Jewish Encyclopedia, laatst geraadpleegd op 23 juni 2013.
  42. (de) W. Liebermann von Wahlendorf & W. Ritter Liebe Wahlendorf, Erinnerungen eines deutschen Juden 1863-1936, Piper 1988.
  43. (de) G. Teichmann, 'Oppenheim, Freiherren von', NDB ADB Deutsche Biographe, laatst geraadpleegd op 23 juni 2013.
  44. (en) Hirsch, Baron Maurice de (Moritz Hirsch, Freiherr auf Gereuth), Jewish Encyclopedia, laatst geraadpleegd op 23 juni 2013.
  45. (en) Lombroso (Lumbroso), Jewish Encyclopedia, laatst geraadpleegd op 23 juni 2013.
  46. (en) 'Horace, Baron Günzburg', Encyclopedae Britannica, laatst geraadpleegd op 23 juni 2013.
  47. (en) Alfaquin, Solomon, Jewish Encyclopedia, laatst geraadpleegd op 23 juni 2013.