Joodse vluchtelingen uit de Arabische wereld
De verdrijving van Joden uit de Arabische wereld tussen 1948 en 1973 of de Joodse exodus uit de Arabische wereld (Hebreeuws:יציאת יהודים ממדינות ערב Yetziat yehudim mi-medinot Arav; Arabisch:هجرة اليهود من الأراضي العربية Hijrat al-Yahud min al-arad' al-Arabiya) was een massale volksverdrijving tussen 1948 en 1973. Schattingen van het aantal vluchtelingen variëren van 800.000 tot 1.000.000 personen, min of meer gelijk aan het aantal verdreven Palestijnen. Deze Joodse verdrijving is over het algemeen minder bekend dan de Palestijnse volksverdrijving.
De Joodse bevolking in de Arabische wereld en Perzië telde in 1948 nog 800.000 tot 900.000 personen. In 2012 is dit aantal afgenomen tot minder dan 8.000 in Arabische landen en circa 25.000 in Iran.[1][2] Na de Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948, de onafhankelijkheid van Arabische landen die voorheen vaak Franse en Britse kolonieën of protectoraten waren, en de Zesdaagse Oorlog van 1967, verslechterde de positie van de Joodse gemeenschappen in de Arabische wereld door pogroms en vervolging en discriminatie door de overheden, en vluchtten de meeste Joden weg of werden verdreven. Direct na de bekendmaking dat het delingsplan van de Verenigde Naties in werking is gesteld, ontstaat in de hele Arabische wereld onrust. Er worden anti-joodse wetten uitgevaardigd en er ontstaan rellen. Opnieuw is sprake van pogroms. De situatie verergert snel als midden mei 1948 de staat Israël wordt uitgeroepen. Bij het geweld tegen Joden komen in Aden 80 joden om het leven, in Caïro meer dan 70, in Marokko 44, in Syrië 70, in Libië een onbekend aantal. Grote aantallen joden slaan op de vlucht, meestal met achterlating van al hun bezit. Israël nam - zonder steun van een organisatie als de United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East zo'n 600.000 Joodse vluchtelingen uit Arabische landen op. Velen moesten jarenlang bivakeren in tentenkampen (ma'abarot) voor er huisvesting voor hen beschikbaar kwam. De integratie in de door Asjkenazische Joden van Europese herkomst gedomineerde Israëlische samenleving verliep aanvankelijk moeizaam, daar deze de nieuwkomers en hun cultuur min of meer als achtergebleven beschouwden. De overige Joodse vluchtelingen trokken overwegend naar de Verenigde Staten, Canada en Frankrijk
Inhoud |
Achtergrond [bewerken]
De Joden uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika worden vaak aangeduid als Sefardische of Mizrachi-Joden. De oude Joodse gemeenschappen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika leefden sinds de islamisering van deze gebieden met de status van dhimmi, een ondergeschikte positie die gold voor joden en christenen in moslimlanden, met beperkte rechten op religieus, wettelijk en sociaal-economisch gebied. Vaak hadden Joden ook een uitzonderlijke positie doordat ze in de handel actief waren; ze werden als bemiddelaars ingezet door Arabische heersers en later door de koloniale machten, met name Frankrijk en Engeland.
Situatie per land [bewerken]
Algerijë [bewerken]
De geschatte Joodse bevolking in Algerijë van voor de laatste wereldoorlog is 140.000. In 1870 kregen ze reeds het Franse staatsburgerschap. Na het uitbreken van anti-joodse rellen in onder meer Constantine en de onafhankelijkheid van het land vertrokken veel joden naar Frankrijk. Van de Joodse cultuur en bevolking in Algerijë is bijna niets meer terug te vinden.
Egypte [bewerken]
In Egypte leefden voor de Tweede Wereldoorlog ongeveer 80.000 joden. In 1948 stierven minstens 70 Joden door bomaanslagen op Joodse buurten in Cairo en kwamen velen om bij rellen. Honderden anderen werden gearresteerd en hun bezittingen in beslag genomen. Tot midden jaren 50 vertrokken minstens 34.000 Egyptische Joden naar Israël met achterlating van hun bezittingen. Na de Zesdaagse Oorlog in 1967 werd het merendeel van de nog 15.000 overgebleven Joden gedwongen Egypte te verlaten.
Irak [bewerken]
In 1948 woonden er ongeveer 150.000 joden in Irak. Reeds in 1941 kwamen circa 200 Joden om bij rellen (Farhud) in Bagdad. Na 1948 was emigratie van Joden enkele jaren verboden. De toenemende repressie en antisemitisme zette intussen een grote druk en onzekerheid op de Joodse gemeenschap. Onder diplomatieke druk stond Irak vanaf maart 1950 een jaar lang emigratie toe, en verlengde die termijn daarna nog eens. Emigranten raakten hun staatsburgerschap kwijt en hun bezittingen en tegoeden werden geconfisceerd. Na enkele bomaanslagen verlieten ongeveer 120.000 Irakese Joden het land met Israëlische hulp. Met het aan de macht komen van de Baath-partij in 1963 werden aan de overgebleven Joden, die met Israël werden geassocieerd, allerlei beperkingen opgelegd. Tussen de Zesdaagse Oorlog in 1967 en 1973 werd voor zo'n 200 miljoen dollar aan Joodse bezittingen in Irak geconfisqueerd. De overgebleven Joden werden uit overheidsdienst ontslagen.
Op 17 januari 1969 werden veertien Joden in Bagdad voor een juichende menigte opgehangen. Dit leverde internationaal een storm van protest op. Dit leidde tot een verdere emigratie in de jaren zeventig, waardoor het aantal Joden tot enkele duizenden werd gedecimeerd. In 1990 werd het aantal joden geschat op 1460 personen. De periode van de vervolgingen was toen al voorbij maar vooral religieuze Joden werden wel door Saddams veiligheidsdienst in de gaten gehouden. Ook bleef de anti-Joodse retoriek, die vooral op Israël was gericht, aanwezig. Nog in het jaar 2000 noemde Iraakse overheidsvertegenwoordigers Joden afstammelingen van apen en varkens. De Jerusalem Post berichtte in 1997 dat zo'n 75 Iraakse Joden het land in de periode 1992-1997 waren ontvlucht. De meesten hadden in Nederland en Engeland een nieuw thuis gevonden. Twintig van hen emigreerden naar Israël. Naarmate het aantal Joden afnam, werd ook de druk minder. Het aantal Joden in Irak wordt in 2012 op een aantal tussen de 50 en 100 geschat, 37 van hen wonen in Bagdad.
Jemen [bewerken]
De geschatte Joodse bevolking van deze Brite kroonkolonie in 1940 betreft circa 63.000 personen. Circa 80 Joden kwamen om bij rellen in Aden in 1947 (na aanname van het delingsplan van Palestina), waarbij veel Joodse huizen en winkels vernield werden. 82 inwoners werden gedood in deze Pogrom van Aden. Begin 1948 braken er opnieuw rellen uit naar aanleiding van vermeende rituele moorden. Van 1949 tot 1950 werden in een geheime operatie bijna 50.000 Joden per vliegtuig naar Israël overgebracht (Operatie Magic Carpet). Heden ten dage wordt het aantal Joden in het land geschat op 200 - 1000 personen.
Libanon [bewerken]
Al sinds de oudheid kent Libanon een Joodse gemeenschap. Onder Frans bestuur verbeterde de positie van de Joden in dit land. Ook de gemengde bevolkingsopbouw van Libanon zorgde voor een relatief tolerant klimaat. De toegenomen spanningen leidden in de jaren '50 en '60 tot het vertrek van de meeste Joden uit Libanon. De bevolkingsgroep daalde van circa 7000 personen tot enige honderden.
Libië [bewerken]
In Libië daalde het aantal Joden van 38.000 in 1948 tot 100 in 1956. Reeds voor de onafhankelijkheid van het land in 1951 kwamen honderden joden om bij rellen. Na 1951 ontvluchtten bijna alle joden Libië. Na 1956 werden door de Libische regering verschillende wetten aangenomen die de vluchtelingen hun staatsburgerschap en bezittingen afnam en alle contacten met Israël verbood. De laatste jood in het land stierf in 2002.
Marokko [bewerken]
In Marokko leefden voor de Tweede Wereldoorlog ongeveer 265.000 joden.[3] Rond 1948 vonden aanvallen op Joden en joodse gebouwen plaats waarbij tientallen doden vielen. Veel Joden emigreerden, onder andere naar de nieuwe staat Israël. In de daarop volgende jaren bleven er onlusten plaatsvinden, zo werden er in juni 1953 43 joden vermoord tijdens rellen. Het geweld werd niet minder na de Marokkaanse onafhankelijkheid op 2 maart 1956. De antisemitische rellen en armoede maakten dat veel Marokkaanse Joden na de oorlog wilden emigreren, dat ging echter niet zomaar, vanaf 1956 verbood de regering hen het land te verlaten. In 1961 kregen ze van koning Hassan II toestemming om zich elders te vestigen. Direct daarna vertrokken grote groepen Joden naar Israël, Frankrijk, de Verenigde Staten en Canada. Vanaf 1963 is emigratie van Joden officieel toegestaan. Zie verder Geschiedenis van de Joden in Marokko
Syrië [bewerken]
Het Syrische beleid is er sinds de Tweede Wereldoorlog op gericht geweest om de joden als politiek pressiemiddel vast te houden. Al in 1947 zei de Syrische afgevaardigde Fais a-Khuri in de VN-commissie over Palestina, dat wij er problemen mee zullen hebben om de joden in de Arabische wereld te beschermen en te beveiligen, tenzij het Palestina-probleem wordt opgelost. Bij pogroms in 1947 kwamen 75 Joden om in Aleppo en ontvluchtten 7.000 de stad. De regering nam in de daaropvolgende jaren Joodse eigendommen in beslag, ontsloeg Joodse overheidsambtenaren en beperkte hun bewegingsvrijheid. De meeste Joden ontvluchten Syrië illegaal, vaak met hulp van buitenaf. Een Canadese vrouw hielp vanaf de jaren '70 heimelijk meer dan 3.000 Joden uit Syrië te ontsnappen. Begin jaren '90 woonden er nog duizenden Joden in Syrië, toen de regering onder Amerikaanse druk visa begon te verstrekken (op voorwaarde dat ze niet naar Israël zouden emigreren). Het merendeel vertrok toen naar de VS, van waaruit een aantal later alsnog naar Israël emigreerden. In 2001 woonden er nog circa 100 joden in het land.
Tunesië [bewerken]
In dit land leefden voor de 1948 ongeveer 105.000 joden. Na de onafhankelijkheid van Frankrijk in 1956 werden alle joodse instituties opgeheven, en werd de oude joodse wijk van Tunis - waar ruim de helft van de Tunesische Joden woonde - gesloopt ten behoeve van stadsvernieuwing. Met name de Suezcrisis en de Zesdaagse Oorlog gingen gepaard met rellen en aanvallen op de Joodse gemeenschap. De meeste Joden emigreerden naar Frankrijk en zo'n 40.000 naar Israël. In 1967 waren er nog 20.000 Joden over in Tunesië, in 2001 was dit aantal gedaald tot slechts enige duizenden.
Rechtvaardiging en tegenargumentatie [bewerken]
Arabische landen hebben sindsdien vaak beweerd dat de Joden hun landen vrijwillig verlieten omdat ze hun aliyah naar Israël wilden maken. Een tweede, vaak gehoorde rechtvaardiging luidt dat de Joden gedwongen werden uit de Arabische landen te vertrekken omdat ze de spontane reactie van de Arabische straat vreesden die volgde op de stichting van de staat Israël en de Joodse Holocaust op de Palestijnen.
Een rapport uit 2010 van de organisatie Justice for Jews from Arab Countries[4] levert harde bewijzen dat de Arabische staten de vervolging en de daaropvolgende verdrijving van de Joden zorgvuldig hadden gepland. Documenten onthullen dat Arabische regeringen hun Joodse inwoners wilden straffen voor de stichting van de staat Israël. Deze regimes bevroren de banktegoeden van hun Joodse onderdanen en confisqueerden al hun ontroerend goed. Vervolgens werden de Joden stelselmatig van al hun bezittingen beroofd en gedwongen te vertrekken. Velen van hen kwamen in Israël in vluchtelingenkampen terecht, om vanuit het niets een nieuw bestaan op te bouwen.
Zij worden vaak vergeten vluchtelingen genoemd, omdat er nauwelijks aandacht is besteed aan hun verdrijving. Enerzijds omdat zij niet tijdens één oorlog hun geboorteland verlieten, maar verspreid over een periode van 20 tot 30 jaar. Zij worden ook vergeten genoemd omdat de VN hun verdrijving nooit heeft veroordeeld, zij geen hulp van de VN kregen en geen erkenning of schadeloosstelling door de Arabische landen of de internationale gemeenschap.
Zie ook [bewerken]
- Palestijns vluchtelingenprobleem
- Christelijke exodus uit het Midden-Oosten
- Israël, Palestina en de Verenigde Naties
- Pogrom van Aden
- Pogrom van Tripoli (1945)
- Pogrom van Caïro (1945)
- Pogrom van Aleppo (1947)
- Pogrom van Oujda en Jerada
- Bomaanslag in Caïro 1948
Externe links [bewerken]
- Website Justice for Jews in Arab Countries
- Website Jews Indigenous to the Middle East and North Africa
- Website Historical Society of Jews From Egypt
- Informatie op de website van het Israëlische ministerie van Buitenlandse zaken
- The Forgotten Narrative: Jewish Refugees from Arab Countries. Artikel op de website van Institute for Global Jewish Affairs
| Bronnen, noten en/of referenties |