Joost van Lalaing
| Joost van Lalaing | ||
| ~1437 – 1483 | ||
| Stadhouder van Holland en Zeeland | ||
| Periode | 1480 - 1483 | |
| Voorganger | Wolfert VI van Borselen | |
| Opvolger | Jan III van Egmont | |
| Admiraal van Vlaanderen | ||
| Periode | 1462-1483 | |
| Voorganger | Simon van Lalaing | |
| Opvolger | Filips van Kleef (Nederlanden) | |
| Vader | Simon van Lalaing | |
| Moeder | Johanna van Gavere | |
Joost van Lalaing (ca. 1437 - bij Utrecht 5 augustus 1483), heer van Montigny en van Santes, was een Henegouwse edelman die verschillende belangrijke functies in dienst van de Bourgondische hertogen vervulde.
Leven en werk [bewerken]
Hij was de oudste zoon van Simon van Lalaing. In 1468 benoemde Karel de Stoute hem tot soeverein-baljuw voor Vlaanderen.
In 1476 was hij lid van de Hertogelijke Raad van Karel de Stoute. Vanaf 1477 was hij kamerheer aan het hof van diens dochter, Maria van Bourgondië. In 1478 werd hij verkozen tot ridder in de Orde van het Gulden Vlies. Toen Wolfert VI van Borselen de situatie in Holland en Zeeland niet meer meester was, werd hij benoemd tot stadhouder in die gewesten. Hij bleef dat tot zijn dood 1483. Joost van Lalaing sneuvelde bij het beleg van Utrecht in de Hoekse en Kabeljauwse twisten.
Huwelijk en gezin [bewerken]
Joost van Lalaing huwde op 1462 met Bonne van Viefville. Zij kregen vier kinderen:
- Karel (1466-1525), heer en later 1e graaf van Lalaing
- Antoon (1480-1540), gehuwd met Elisabeth van Culemborg en heer van Montigny en 1e graaf van Hoogstraten en Culemborg
- Antonia (?-1540), huwde Filips, heer van Habart
- Margareta, huwde Filips le Josne en Lodewijk, heer van Longueval
Bronnen, noten en/of referenties
|