Jordanië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
المملكة الأردنّيّة الهاشميّ
Al Mamlakah al Oerdoeniyah al Hashimiyah
Vlag van Jordanië Wapen van Jordanië
(Details) (Details)
Jordanië
Basisgegevens
Officiële landstaal Arabisch
Hoofdstad Amman
Regeringsvorm Parlementaire monarchie (Koninkrijk)
Staatshoofd Koning Abdoellah II
Regeringsleider Marouf Bakhit
Religie Soennisme 92% Christelijk 6%
Oppervlakte 89.328 km² [1] (0,03% water)
Inwoners 5.100.981 (2004)[2]
6.482.081 (2013)[3] (72,6/km² (2013))
Overige
Volkslied As-salam al-malaki al-oerdoeni
Munteenheid Jordaanse dinar (JOD)
UTC +2 (zomertijd +3)
Nationale feestdag 25 mei
Web | Code | Tel. .jo | JOR | 962
Voorgaande staten
Transjordanië Transjordanië
Arabische Federatie Arabische Federatie
1946
1958-1958
Topografie
Jordanië
Portaal  Portaalicoon   Landen & Volken

Jordanië, officieel het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië (Arabisch: 'المملكة الأردنية الهاشمية), is een land in het Midden-Oosten. Jordanië is gelegen ten oosten van Israël en de Westelijke Jordaanoever (onderdeel van de Palestijnse Gebieden) met als grens de rivier de Jordaan en de Dode Zee (een zoutmeer). Verder is het land gelegen naast Syrië in het noorden, Irak in het noordoosten en Saoedi-Arabië in het zuidoosten. Het heeft in het zuiden via de Golf van Akaba toegang tot de Rode Zee. De hoofdstad is Amman.

Het land is lid van de Arabische Liga.

Geschiedenis[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Geschiedenis van Jordanië voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Jordanië was een deel van het Ottomaanse Rijk tot 1917, toen Turkije - in de Eerste Wereldoorlog - door de geallieerde troepen werd verslagen. Jordanië maakte in 1922 kortstondig deel uit van het Britse Mandaatgebied Palestina. Maar reeds in 1923 werd Abdoellah I van Jordanië tot Emir van Transjordanië verklaard. Op 1 maart 1946 werd het land formeel onafhankelijk; het bleef Transjordanië ('over de Jordaan') heten.

Toen de Verenigde Naties in 1947 - na het beëindigen van het Britse mandaat - besloten Palestina op te delen in een Joodse en een Arabische staat, kwam de Palestijnse bevolking in opstand en dreigde de Arabische Liga de Joodse kolonie aan te vallen. Koning Abdoellah, wiens koninkrijk deel uitmaakte van de Liga, sloot daarop een geheime overeenkomst met het Joods Agentschap om Palestina te verdelen tussen de toekomstige Joodse staat en Transjordanië. Hij beloofde bij een eventuele oorlog de grenzen van de Joodse staat, zoals beschreven in het verdelingsplan, te zullen respecteren. Deze overeenkomst kreeg de zegen van de Britse minister van Buitenlandse Zaken Ernest Bevin.

Toen na het vertrek van de Britse mandaattroepen oorlog uitbrak tussen de zojuist uitgeroepen staat Israël en de Arabische Liga slaagde het Jordaanse leger erin heel het Arabische gebied aangrenzend aan het koninkrijk te bezetten. (Later zou dit gebied de Westelijke Jordaanoever gaan heten.) Israël kon zich ondertussen concentreren op het noordelijk en zuidelijk front tegen de andere Arabische legers, die veel zwakker waren dan het Jordaanse Arabisch Legioen. De enige keer dat het tot een direct treffen kwam tussen de Joodse troepen en het Arabisch Legioen was in de strijd om Jeruzalem. Over de verdeling van de stad, die in het Corpus Separatum lag, hadden Abdoellah en de Joodse leiding tijdens de onderhandelingen geen consensus kunnen bereiken. Na zware gevechten kwam Oost-Jeruzalem, waaronder de oude stad, in Jordaanse handen, terwijl de Israëliërs het westelijke gedeelte bezetten. Door de strijd vluchtten vele Palestijnen naar Transjordanië, waar zij een belangrijke bevolkingsgroep werden.

Op 3 april 1949 tekenden Israël en Transjordanië een bestand en op 24 april 1950 annexeerde het koninkrijk formeel het bezette gebied (de Westelijke Jordaanoever) en veranderde zijn naam in Jordanië. Slechts het Verenigd Koninkrijk en Pakistan erkenden deze annexatie, terwijl de meeste Arabische landen haar sterk afkeurden.

Op 20 juli 1951 werd koning Abdoellah I bij het betreden van de Rotskoepelmoskee in Jeruzalem door een Palestijnse nationalist gedood. Ook zijn kleinzoon, de latere koning Hoessein werd door een kogel geraakt, maar overleefde de aanslag. In 1951, gedurende het korte leiderschap van Koning Talal, werd een liberale grondwet ingevoerd. Jordanië werd een constitutionele monarchie. Talal moest echter om gezondheidsredenen het koningschap in mei 1953 overdragen aan zijn zoon Hoessein. Tegen die tijd was er onder Palestijnen en andere Arabieren veel waardering opgekomen voor de Egyptische president Nasser, die in de Koude Oorlog een neutrale positie zag weggelegd voor de Arabische wereld, die hij politiek wilde verenigen (nasserisme). Jordanië belandde eind 1955 in crisis toen het weifelde om deel te nemen aan het Bagdadpact, een Brits-Amerikaans bondgenootschap met landen in het Midden-Oosten bedoeld om de Sovjet-Unie in te sluiten in het kader van de Koude Oorlog, maar ook om de Britse greep op het oostelijk gedeelte van de Arabische wereld te verstevigen. Nasser instigeerde in december 1955 en maart 1956 twee volksoproeren in de Jordaanse hoofdstad Amman tegen toetreding tot het pact, en koning Hoessein ontsloeg daardoor de pro-Britse premier Glubb Pasja op 2 maart 1956. Nasser profiteerde van deze Britse nederlaag, en nationaliseerde op 26 juli het Suezkanaal (voor 80% in Brits-Franse handen) en blokkeerde de Golf van Akaba tegen Israëlische schepen, wat leidde tot de Suezcrisis. Daarop liet koning Hoessein in oktober een nieuw pro-Egyptisch kabinet aantreden onder leiding van de Palestijn Naboelsi, waarmee Jordanië de kant van Nasser koos. Eind 1956 bezette Israël daarop de Egyptische Sinaï-woestijn en de Jordaanse stad Akaba. Begin 1957 verliet het Israëlische leger Jordanië en de Sinaï weer.

Na een staatsgreep in april 1957 ontbond koning Hoessein (1953-1999) het parlement; premier Naboelsi trad af. Daarna regeerde Hoessein vrijwel als alleenheerser, totdat hij in 1992 politieke partijen weer toestond. In februari 1958 sloten de Hasjemitische koningen van Jordanië en Irak samen de Arabische Federatie, die echter weer uiteenviel nadat op 14 juli 1958 een staatsgreep in Irak de Hasjemitische monarchie ten val bracht. Hoessein vroeg in deze noodsituatie Britse parachutisten om militaire en de Amerikanen om economische hulp, die hij kreeg. De pro-westerse koerswijziging vervreemdde hem van Nasser en deed Palestijnse groeperingen in Jordanië zich tegen hem keren.

Pas toen in mei 1967 spanningen met Israël toenamen, verzoenden Hoessein en Nasser zich weer. Bij de Zesdaagse Oorlog in juni 1967 werd de Westelijke Jordaanoever door Israël op Jordanië veroverd, en tot bezet gebied gemaakt (alleen Oost-Jeruzalem werd ingelijfd). Zo'n 200.000 Palestijnen vluchtten naar Jordanië. De Palestijnse strijders en Jordaanse regeringstroepen vielen hierna herhaaldelijk de Westelijke Jordaanoever binnen. Israëlische vergeldingsacties en aanvallen op Jordanië ondermijnden de stabiliteit van het land.

In 1970 kaapte het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina drie westerse vliegtuigen, waarna de vliegtuigen in Jordanië landden. Na acht dagen van gevechten tussen regeringstroepen en Palestijnse guerrillero's, die de kapers beschermden, werd een bestand getekend. De stabiliteit van het land kwam echter direct in gevaar en de koning besloot de militante Palestijnen uit zijn land te verwijderen. In de maanden daarna werden de Palestijnse strijders verslagen en Jordanië uitgezet. In juli 1971 waren hun laatste bases vernietigd.

In 1989 liet koning Hoessein weer verkiezingen toe en gaf hij het parlement en de regering geleidelijk grotere macht. Vanaf 1992 mochten weer partijen gevormd worden. In 1993 hield Jordanië, voor het eerst sinds 1956, verkiezingen waar meerdere partijen aan meededen. In 1994 werd een vredesverdrag getekend met Israël.

Geografie en demografie[bewerken]

Gouvernementen van Jordanië
Bevolkingsgroei van Jordanië

De hoofdstad van Jordanië is Amman, die met 1.430.000 inwoners de grootste stad van het land is. Andere steden zijn Akaba, Al-Karak, Az-Zarqa, Irbid, Ma'an, Rihab, Madaba en Jerash.

De bekendste rivier is de Jordaan en deze vormt de grens met Israël en de Westelijke Jordaanoever. Door watergebruik voor irrigatie is de Jordaan bijna geheel opgedroogd en is de monding verzand. Een andere rivier is de Jarmuk, deze stroomt in het noorden van het land.

De Dode Zee is geen zee maar een zoutmeer. Het is het grootste meer van Jordanië. Jordanië deelt het meer met de Palestijnse Autoriteit en Israël.

Jordanië heeft via de Golf van Akaba een open verbinding naar de Rode Zee en daarmee met de rest van de wereld.

90% van het Jordaanse grondgebied is woestijn. Een nauwe strook langs de oostelijke oever van de Jordaan is - vooral dankzij irrigatie - een vruchtbare streek waar aan land- en vooral tuinbouw wordt gedaan. Verder zijn in het noordwesten enkele bossen te vinden.

Het noordwesten van het land behoort tot het mediterrane gebied, de rest van het land tot het woestijngebied.

Bekende wegen - die ook al in de oudheid gebruikt werden - zijn de King's Highway en de Desert Highway.

Bestuurlijke indeling[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Gouvernementen van Jordanië voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het land is onderverdeeld in twaalf gouvernementen, die zijn onderverdeeld in 52 nahias.

Bevolking[bewerken]

Religies[bewerken]

Staatsinrichting en politiek[bewerken]

Abdoellah II

Het staatshoofd van Jordanië is koning Abdoellah II van Jordanië die in 1999 zijn overleden vader Hoessein van Jordanië opvolgde.

Jordanië wordt beschouwd als een parlementaire monarchie.

De premier wordt aangesteld door de koning en wordt dus niet door het volk gekozen. De premier stelt vervolgens zijn ministerraad samen, die uit 25 personen bestaat. De koning geeft de premier en zijn raad ook nog een opdracht mee hoe het land het beste geregeerd kan worden.

Op 17 oktober werd Awn Khasawneh tot premier benoemd, die op 24 oktober zijn kabinet presenteerde. Zij kregen als opdracht mee om politieke hervormingen door te voeren. Ook moet er meer decentralisatie plaatsvinden, het parlement moet onafhankelijker worden en de oppositie moet in de regering worden opgenomen om zo de publieke deelname aan het besluitvormingsproces te vergroten[6].

De volksvertegenwoordiging is het enige gekozen orgaan in de Jordaanse politiek. Zij oordeelt in een vertrouwensstemming over het kabinet. De leden van de volksvertegenwoordiging worden om de vier jaar gekozen door alle stemgerechtigde Jordaniers.

De leden van de senaat, echter, worden om de vier jaar benoemd door de koning.

Aangezien de koning dus het kabinet én de senaat samenstelt, heeft hij een allesbepalende macht in de Jordaanse politiek.

Jordanië kent geen persvrijheid. Hoewel er onafhankelijke media bestaan wordt kritiek op bevriende naties bestraft met gevangenisstraf. Kritiek op de koning is ondenkbaar in Jordanië en wordt eveneens bestraft.[bron?]

Tijdens de Arabische Lente vonden in Jordanië ook protesten plaats, maar deze waren kleinschaliger dan in andere landen. Ook werden de demonstraties snel de kop ingedrukt.[bron?]

Koningen van Jordanië[bewerken]

Naam Jaar van kroning Jaar van abdicatie c.q. overlijden
Abdoellah I 1923 1951
Talal 1951 1952
Hoessein 1952 1999
Abdoellah II 1999 heden

Het Jordaanse Koningshuis behoort tot de dynastie van de Hasjemieten en stamt af van Hasjem, de overgrootvader van de profeet Mohammed.

Buitenlandse betrekkingen[bewerken]

Jordanië onderhoudt goede betrekkingen met de landen van de Arabische Liga, maar ook met het Westen en met Israël.

Jordanië en Israël tekenden in 1994 een vredesverdrag. De Verenigde Staten steunen mede hierom de Jordaniërs en het land is een van grootste ontvangers van Amerikaanse hulp in het Midden-Oosten. De Jordaanse koning probeert zo veel mogelijk te bemiddelen in het regionale vredesoverleg.

Economie[bewerken]

Algemene cijfers[bewerken]

  • BNP: $26,8 miljard ($4700 per inwoner) (2005)
  • Groei BNP: 6,1% (2005)
  • Inflatie: 4,5% (2005)
  • Werkloosheid: 12,5% (2004)
  • Ontwikkelingshulp: Ontvangen $552 miljoen (2000)

Aandelenbeurs van Jordanië is de Amman Stock Exchange.

Productie[bewerken]

Internationale handel[bewerken]

Energie[bewerken]

Jordanië beschikt, in tegenstelling tot haar buurlanden Irak en Saoedi-Arabië, niet over olie- en gasvoorraden. Het land moet deze producten importeren.

In 2009 tekende Jordanië een overeenkomst met Rusland, waarin de bouw van vier kerncentrales werd vastgelegd.

Bezienswaardigheden en toerisme[bewerken]

Met Petra heeft Jordanië één van 's werelds toeristische hoogtepunten, zoals bleek uit de verkiezing van de New7Wonders of the World. De meeste toeristen komen speciaal voor Petra naar het land. Andere bezienswaardigheden zijn de historische stad Jerash, de woestijnkastelen en de kruisvaardersburchten.

Voor wat de natuur betreft zijn met name Wadi Rum en de Dode Zee spectaculair.

Daarnaast zijn er buitenlandse toeristen die komen ontspannen in de badplaats Akaba.

Enkele bezienswaardigheden[bewerken]

Galerij[bewerken]

Defensie[bewerken]

Het Arabisch Legioen was de voorloper van het huidige Jordaanse leger. Het legioen werd in de jaren 1920 gevormd door veteranen van de Arabische opstand en werd getraind door de Brit John Bagot Glubb. Tegenwoordig heeft het Jordaanse leger nog steeds de structuur zoals destijds door de Britten is geïntroduceerd. Koning Abdoellah is opgeleid in Sandhurst.

Het Jordaanse leger heeft nauwe banden met de Verenigde Staten, die een trainingsbasis ten oosten van Amman hebben.

Zie ook[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties