Josef Richard Rozkošný

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Josef Richard Rozkošný
Josef Richard Rozkošný naar een portret van Jan Vilímek (1860-1938)
Josef Richard Rozkošný
naar een portret van Jan Vilímek (1860-1938)
Algemene informatie
Volledige naam Josef Richard Rozkošný
Geboren 21 september 1833
Overleden 3 juni 1913
Land Vlag van Tsjechië Tsjechië
Werk
Genre(s) symfonische muziek, kerkmuziek, opera, HaFaBramuziek
Beroep(en) componist, muziekpedagoog, dirigent, pianist en filosoof
Instrument(en) piano
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Josef Richard Rozkošný (Praag, 21 september 1833 – aldaar, 3 juni 1913) was een Boheems componist, muziekpedagoog, dirigent, pianist en filosoof.

Levensloop[bewerken]

Rozkošný was een persoon met vele talenten. Naast elkaar studeerde hij muziek, filosofie, techniek en kunstschilder. Bij Josef Jiránek en bij Vaclav Jan Tomášek studeerde hij aan het muziekinstituut piano en bij Josef Proksch schoolmuziek. Hij was ook in de compositie-klas van de directeur Jan Bedřich Kittl van het Státní konservatori hudby v Praze (Praags conservatorium). In 1850 publiceerde hij zijn eerst lied. In 1855 maakte hij een succes- en omvangrijke concertreis door Hongarije, Servië en Roemenië.

Na zijn terugkeer werd hij ambtenaar bij de Tsjechische Bondsspaarbank. Hij was ook medewerker bij het Hudebni listy. Van de federatie van componisten, schrijvers en dergelijke kunstenaars Umělecká beseda was hij van 1871 tot 1873 en van 1881 tot 1889 voorzitter. Op 30 november 1897 werd hij tot lid benoemd van de Tsjechische Academie der wetenschappen en kunsten (České akademie věd a umění).

Rozkošný was dirigent van het amateurkoor "sboru Lukes" en een belangrijke persoon voor de culturele en sociale samenleving in Praag. Hij was een zeer productief componist en zijn werken waren heel populair bij het publiek. Zij waren ook belangrijk voor de ontwikkeling van de Tsjechische muziekcultuur. Zij werden veel uitgevoerd door Felix Mendelssohn-Bartholdy en Charles Gounod. Zijn opera Svatojánské proudy met haar sprookjesachtige motieven, natuur-scènes en beschrijvende toon-schilderij werd van Bedřich Smetana beloofd en vanzelfsprekend door andere vakmensen en critici. Zij beleefde aan de Interimsopera en aan het Nationaal Theater (Tsjechisch: Národní Divadlo) 35 uitvoeringen. De opera Popelka (Assepoester) was de eerste Tsjechische opera, die gebaseerd was op een sprookje en beleefde 67 uitvoeringen alleen in Praag.

Composities[bewerken]

Werken voor orkest[bewerken]

  • 1884 Růže (Ros), melodram voor orkest
  • 1884 Odysseus, symfonisch gedicht voor orkest
  • 1886 Sen Lásky (Droom van de liefde), symfonisch gedicht voor orkest
  • Kvapík, voor orkest
  • Ouverture tot de opera "Die Moldaunixe", voor orkest

Werken voor harmonieorkest[bewerken]

  • Die Moldaunixe, symfonisch gedicht voor harmonieorkest

Missen en cantates[bewerken]

  • 1856 Mše (Mis) in Bes-groot
  • 1881 Lumír, cantate

Muziektheater[bewerken]

Opera's[bewerken]

Voltooid in titel aktes première libretto
1856 Ave Maria 1856, Praag, privé-uitvoering
1870 Mikuláš (Nikolaas) 2 aktes 5 december 1870, Praag, Interimstheater Karel Sabina
1871 Svatojánské proudy (De stroomsnellingen van St. Johan);

geïnstrumenteerd door Karel Richard Šebor

4 aktes 3 oktober 1871, Praag, Interimstheater Eduard Rüffer, "Die Moldaunixe"
1877 Záviš z Falkenštejna (Záviš van Falkenstein);

geïnstrumenteerd door Karel Richard Šebor

4 aktes 14 oktober 1877, Praag, Interimstheater Jindřich Böhm naar Vítězslav Hálek
1877 Mladí pytláci mei 1877, Mestanská Beseda
1885 Popelka (Assepoester) 3 aktes 31 mei 1885, Praag, National Theater (Tsjechisch: Národní Divadlo) Otokar Hostinský
1886 Rusalka onvoltooid Augustin Eugen Muzik naar Otakar Hostinský
1889 Krakonoš (Rübezahl) 3 aktes 18 oktober 1889, Praag, Nationaal Theater Jaroslav Borecký
1893 Stoja 1 akte 6 juni 1894, Praag, Nationaal Theater Otakar Kučera naar Josef Deograt Konrád
1898 Satanella 3 aktes 5 oktober 1898, Praag, Nationaal Theater Karel Kádner naar Jaroslav Vrchlický
1902;

rev. 1904

Černé jezero (Zwarte Zee);

oorspronkelijke titel: Šumavská víla (Böhmerwaldnixe)

3 aktes 6 januari 1906, Praag, Nationaal Theater Karel Kádner naar Adolf Heyduk "Dědův odkaz"
Alchymista onvoltooid

Werken voor koren[bewerken]

  • Hanicka
  • Večerní klekání, voor mannenkoor
  • Zlatá Praha, voor mannenkoor

Vocale muziek[bewerken]

  • Romance, voor tenoor en piano
  • Vecerni pisne, voor zangstem en piano - tekst: Vítězslav Hálek
    1. Tak modrojasna nebes ban...
    2. Na nebi plno hvezdicek...
    3. Prilitlo jaro z daleka

Kamermuziek[bewerken]

  • Feuillet d´Album, voor altviool en piano
  • Slavnostní fanfára, voor 4 hoorns

Werken voor piano[bewerken]

  • La Cascade

Bibliografie[bewerken]

  • Marta Ottlová: Hudební divadlo v českých zemích: osobnosti 19. století, Praha: Divadelní ústav, Academia, 2006. ISBN 80-7008-188-0
  • Jarmila Schreiberová: Slavné osobnosti v dějinách Prahy 5 : příběhy nevšedních životů, Praha: Perseus, 2006. 390 p., ISBN 80-239-8554-X
  • Charles J. Hall: Chronology of Western Classical Music, New York: Taylor & Francis, 2002. 1340 p., ISBN 978-0-415-94216-4
  • Jan Wenig: Prahou za hudbou : toulky, zastavení, zamyšlení, Praha: Orbis, 1972. 225 p.
  • Československý hudební slovník osob a institucí, Státní hudební vydavatelství, Praha, 1963
  • Josef Richard Rozkošný: Two letters to Ladislao Zavertal (Twee brieven aan Ladislav Josef Filip Pavel Sawerthal). Prague, 20-1-1897; Prague, 20-5-1897. 4 ff.] MS. autograph. University of Glasgow, 1949.
  • Zdeněk Nejedlý: Opera Národního divadla do roku 1900, Praze: Sbor pro zřízení druhého Národního divadla, 1935. 379 p.
  • František Josef: Almanach České Akademie císaře pro vědy, slovesnost a umění, Praha, 1914.
  • J. Filipiho: Národní album : sbírka podobizen a životopisů českých lidí prací a snahami vynikajících i zasloužilých, Praze: Vilímek, 1899. 280 p.

Externe link[bewerken]