Joseph von Eichendorff

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Joseph von Eichendorff

Joseph Karl Benedikt Freiherr von Eichendorff (Ratibor, 10 maart 1788Neisse, 26 november 1857) was een Duits schrijver en dichter uit de Romantiek.

Levensloop[bewerken]

Joseph von Eichendorff werd op het slot Lubowitz geboren uit een familie van Pruisische officieren, en katholiek opgevoed. Hij werd in zijn jeugd tweetalig; doordat hij in het etnisch, staatkundig en cultureel grensgebied Opper-Silezië woonde, sprak hij even goed Duits als Pools. Hij ging in 1801 naar het gymnasium te Breslau en studeerde een jaar rechten in Halle an der Saale en een jaar in Heidelberg. Hij kwam in contact met de romantische dichters Arnim, Görres en Brentano, en leerde de filosoof Schleiermacher kennen. In 1809 ging hij nog een jaar naar Berlijn, en vervolgens naar Wenen. Hij raakte sterk geïntrigeerd door de volksliederen uit Des Knaben Wunderhorn en werd een vriend van schilder Philipp Veit, zoon van Dorothea Schlegel. Toen Eichendorff zijn studies in 1812 beëindigde, was hij een heftig tegenstander van Napoleon, en nam hij deel aan de bevrijdingsoorlogen tegen hem. Zijn eerste roman, Ahnung und Gegenwart, is een aanval op Napoleon. Zijn familie was door geldnood genoopt het barokke slot Lubowitz te verkopen.

Eichendorff werd in 1816 ambtenaar in dienst van de Pruisische staat en hield zich hoofdzakelijk met religieuze aangelegenheden bezig; in deze periode schreef hij het gros van zijn novelles, en twee komedies, Krieg den Philistern en Die Freier: Eichendorff had een hekel aan 'vrije' opvattingen van de godsdienst en stak de draak met de ongelovigen in deze werken. Ofschoon hij in 1841 benoemd werd tot Geheimer Regierungsrat, kon hij zich niet meer vinden in de religieuze politiek van Pruisen en verzocht in 1844 om zijn ontslag.

Eichendorff verwerkte in zijn vertellingen een aanzienlijke hoeveelheid gedichten, die hij later bundelde, en het zijn deze die hem zijn grote roem brachten. De kracht van Eichendorff zit voornamelijk in zijn eenvoud; zijn gedichten beschrijven altijd de natuur op evocatieve wijze. Deels is het een melancholisch heimwee naar het slot uit zijn jeugd, deels is het een transcendente zoektocht naar God. Aan alle geschriften van Eichendorff ligt een onbuigzaam, welhaast geborneerd vasthouden aan het strikte katholicisme ten gronde; hij achtte de verwatering van de fundamenten van de godsdienst verantwoordelijk voor de teloorgang van het romantische ideaal. Eichendorff staat reeds enigszins op het eind van de Romantiek; hij kondigt de overgang naar het realisme aan.

Joseph von Eichendorff wordt vooral om zijn natuurpoëzie herinnerd; 'O Täler weit, O Höhen' is een van zijn beroemdste gedichten, en vele ervan werden door Schumann op muziek gezet.

Werken[bewerken]

  • 1815 Ahnung und Gegenwart
  • 1819 Das Marmorbild
  • 1824 Krieg den Philistern
  • 1826 Aus dem Leben eines Taugenichts
  • 1833 Die Freier
  • 1834 Dichter und ihre Gesellen
  • 1837 Das Schloß Dürande
  • 1837 Gedichte
  • 1857 Halle und Heidelberg
  • 1866 Der deutsche Roman des 18.Jahrhunderts in seinem Verhältnis zum Christenthum


Bronnen, noten en/of referenties
  • Barbara Baumann & Brigitta Oberle (1985), Deutsche Literatur in Epochen. München: Max Hueber.
  • Gerhard Fricke & Mathias Schreiber (1988), Geschichte der deutschen Literatur. Paderborn: Ferdinand Schöningh.
  • Werner Kohlschmidt (1946), 'Die Romantik', in: Bruno Boesch (red.), Deutsche Literaturgeschichte in Grundzügen. Die Epochen deutscher Dichtung. Bern: Francke Verlag, pp. 309-347.
  • Bengt Algot Sørensen (1997), Geschichte der deutschen Literatur. Band I. Vom Mittelalter bis zur Romantik. C. H. Beck. [= Beck'sche Reihe 1216]
  • Wolf Wucherpfennig (1986), Geschichte der deutschen Literatur. Von den Anfängen bis zur Gegenwart. Stuttgart: Ernst Klett.

Weblinks[bewerken]