Jozef Cardijn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jozef Cardijn
Joseph Cardijn Colored.jpg
Kardinaal van de Katholieke Kerk
Wapen van een kardinaal
Rang kardinaal-diaken
Titeldiakonie 1965-1967: San Michele Arcangelo
Creatie
Gecreëerd door paus Paulus VI
Consistorie 22 februari 1965
Portaal  Portaalicoon   Christendom

Jozef Leo Cardijn (Schaarbeek, 13 november 1882 - Leuven, 24 juli 1967) was een Belgisch priester die later tot kardinaal werd verheven vanwege zijn verdienste als stichter en bezieler van de jeugdbeweging Katholieke Arbeiders Jeugd (KAJ), bijgenaamd De Kajotters.

Leven en werk[bewerken]

Cardijn werd in 1906 te Mechelen tot priester gewijd. In 1912 werd hij benoemd tot kapelaan aan de Onze-Lieve-Vrouweparochie van Laken, en in 1915 werd hij tevens benoemd tot 'directeur van de sociale werken' in Brussel. Als zodanig was hij in 1924 de oprichter van een Vlaamse landsbond onder de naam Kristene Arbeidersjeugd, naast de JOC. Door de pauselijke encycliek Rerum Novarum uit 1891, door zijn bewondering voor priester Daens en door zijn contacten met arbeidersbewegingen in binnen- en buitenland geraakte hij bewogen om ook iets voor de Belgische (jonge) arbeiders te doen.

Na een onderhoud met Paus Pius XI in 1925 werd zijn beweging als katholieke actie voor de arbeidersjeugd officieel erkend, en werd hij er de eerste proost van. In de jaren dertig keurde hij het rexisme, het communisme en het socialisme af. In 1940 telden de vier takken van de christelijke arbeidersjeugd (KAJ, VKAJ, JOC en JOCF) al 148 propagandisten en 34 bedienden, goed voor 66.000 aangesloten jongeren.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Cardijn in juni 1942 samen met zijn hulpaalmoezenier en de voorzitters van KAJ en JOC opgepakt, en gedurende drie maanden gevangengezet. Na die oorlog bouwde hij zijn beweging internationaal uit (in 80 verschillende landen). Zo kwam er een Internationaal Bureau voor de Christelijke Arbeidersjeugd, de latere IKAJ. In 1945 maakte Cardijn een eerste reis naar Latijns-Amerika. In 1957 volgde een eerste wereldcongres, in Rome. Daar werd Cardijn door de Heilige Stoel tot 'internationaal proost' benoemd.

Cardijn bezat een groot retorisch talent. Hij sprak zijn publiek al roepend toe, hevig gesticulerend en sterk wervend. Af en toe beging hij in al zijn enthousiasme een flater, zoals die keer toen hij het had over de "miljoenen en miljoenen Luxemburgers".

Op 22 februari 1965 nam paus Paulus VI hem op in het kardinaalscollege. Cardijn overleed op ruim 84-jarige leeftijd. Kardinaal Suenens ging voor in de begrafenisplechtigheid in de basiliek van Koekelberg, in aanwezigheid van prins Albert. Hij werd begraven in de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Laken, waar ook de leden van de koninklijke familie hun laatste rustplaats hebben.

Tijdens de verkiezing van de Grootste Belg eindigde kardinaal Cardijn op de 23e plaats.

Zaligverklaring[bewerken]

Op 16 januari 2014 installeerde aartsbisschop André Léonard een diocesane rechtbank die de zaligverklaring van Cardijn moet voorbereiden.[1]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties