Keizer Jozef II

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jozef II
Portret van keizer Jozef II in uniform, ca. 1780.
Portret van keizer Jozef II in uniform, ca. 1780.
Rooms-Duits koning en keizer
Regeerperiode 1765 - 1790
Verkiezing
Kroning
27 maart 1764 in Frankfurt
3 april 1764 in de Dom van Frankfurt
Voorganger Frans I Stefan
Opvolger Leopold II
Koning van Hongarije, koning van Bohemen en regerend aartshertog van Oostenrijk
Regeerperiode 1780 - 1790
Voorganger Maria Theresia
Opvolger Leopold II
Huis Habsburg-Lotharingen
Vader Frans I Stefan
Moeder Maria Theresia van Oostenrijk
Geboren 13 maart 1741
Wenen, Oostenrijk
Gestorven 20 februari 1790
Wenen, Oostenrijk
Begraven Kapuzinergruft, Wenen
Echtgenotes 1. Isabella van Parma
2. Maria Josepha van Beieren
Religie Rooms-katholiek
Wapenschild
Wapen van Jozef II

Jozef II (Jozef Benedictus August Johan Anton Michaël Adam) (Wenen, 13 maart 1741 - aldaar, 20 februari 1790) was Rooms-Duitse keizer van 1765 tot 1790 en heerser van de Habsburgse monarchie van 1780 tot 1790. Hij was de oudste zoon van keizerin Maria Theresia en haar man, Frans I Stefanus, en was de broer van Marie Antoinette. Hij was zodanig de eerste heerser in de Oostenrijkse heerschappij van het Huis Habsburg-Lotharingen. Jozef was een voorstander van verlicht absolutisme; echter, zijn betrokkenheid bij de moderniserende hervormingen veroorzaakte veel tegenstand, waardoor zijn programma slechts gedeeltelijk uitgevoerd werd. Hij wordt, samen met Catharina II van Rusland en Frederik II van Pruisen, gezien als één van de drie grote verlichte monarchen. Zijn beleid staat nu bekend als het jozefisme. Hij stierf zonder zonen en werd opgevolgd door zijn jongere broer, Leopold.

Biografie[bewerken]

Jozef huwde op 6 oktober 1760 met Isabella van Parma (1741-1763), hun twee kinderen waren:

Het jongste kind stierf bij de geboorte en Isabella vijf dagen later, aan de pokken. Jozef kon dit eigenlijk niet verwerken, maar op 23 januari 1765 hertrouwde hij toch met Maria Josepha van Beieren (1739-1767). De verhouding tussen de echtelieden had weinig van een sprookje. In het openbaar liet Jozef zich laatdunkend uit over de lelijkheid en het afstotelijk uiterlijk van zijn vrouw. Zij leed namelijk aan een chronische huidziekte. Dit huwelijk bleef kinderloos. Twee jaar later stierf Maria Josepha, ook aan de pokken.

In 1765 was Jozef II bovendien zijn vader opgevolgd als keizer en werd mederegent van zijn moeder in de landen van de Habsburgse monarchie. In de binnenlandse politiek streefde hij naar centralisatie van het bestuur, waardoor hij in conflict raakte met de Hongaren en de Zuidelijke Nederlanden. De Hongaren kon hij nog tevreden stellen door de maatregelen in te trekken.

Onder invloed van het kameralisme was hij er van overtuigd dat het welzijn van zijn volk gegarandeerd werd door de kracht van de staat. Jozef II zorgt ervoor dat geen enkele boer nog langer als lijfeigene beschouwd mocht worden. Bovendien zag hij het geloof als een private zaak, niet die van de Staat, en ijverde hij voor gelijke rechten voor de joodse bevolking in zijn rijk. Jozef II reisde zelfs naar Rome om invloed uit te oefenen op de pauskeuze. Hij lijkt succes gehad te hebben; de nieuwe paus Clemens XIV hief in 1773 de Jezuïetenorde op.

Hij maakte tijdens zijn regering een einde aan het uitgebreide hofceremonieel zoals dat door Joan Raye jr. (1737 - 1823) beschreven werd. Bij keizerlijke audiënties hoefden geen kniebuigingen meer gemaakt te worden. Het Pruisische uniform verving de Spaanse gewaden. Hofdignitarissen werden niet meer op staatskosten onderhouden en alleen op nieuwjaarsdag was er nog een gala-ontvangst.

De keizer zocht ook toenadering tot Rusland in de strijd tegen de Turken op de Balkan, de Oostenrijks-Turkse Oorlog 1787-1791.

Als beschermheer van de opera in Wenen had hij grote invloed op verschillende producties van Wolfgang Amadeus Mozart.[1]

Jozef II heeft een grote invloed gehad op het strafrecht. Hij streefde naar een diepgaande hervorming van de Constitutio Theresiana Criminalis van zijn moeder Maria Theresia. Op 13 januari 1787 tekende hij te Wenen de afkondiging van het Allgemeines Gesetz über Verbrechen und derselben Bestraffung.

Oostenrijkse Nederlanden[bewerken]

In 1781 reisde Jozef naar de Oostenrijkse Nederlanden in gezelschap van de graaf van Torcy. Om de Fransen af te leiden [bron?] eiste hij van de Nederlandse Republiek ontruiming van hun barrièresteden in de Oostenrijkse Nederlanden. Onder het pseudoniem graaf van Falkenstein reisde hij naar Den Haag en werd ontvangen door stadhouder Willem V en Carel George van Wassenaer Obdam. Vervolgens ging hij naar Amsterdam en had een overleg met burgemeester Joachim Rendorp. Hij bezocht Den Helder en ging aan boord van een van de schepen. Vervolgens trok hij naar Zaandam, Broek-in-Waterland, waar een boer hem niet binnen liet[2], Utrecht, Den Bosch en Maastricht.

In oktober 1784 stuurde hij een tweetal schepen de Schelde op en begon de Keteloorlog, mogelijk om wraak te nemen op de noord-Nederlandse patriotten, die zijn achterneef Lodewijk Ernst van Brunswijk-Lüneburg-Bevern hadden uitgewezen. Hij eiste vrije handel op Oost-Indië, opening van de Schelde, die bij de Vrede van Münster in 1648 dicht was gebleven, en annexatie van Maastricht[bron?]; beide tevergeefs.

In de Zuidelijke Nederlanden stond hij bekend om zijn verlichte, maar paternalistische hervormingspolitiek. Hij kreeg de bijnaam keizer-koster vanwege van zijn verregaande regeldrift ten aanzien van interne kerkelijke zaken zoals het priesterlijke gewaad en het bepalen van het aantal brandende kaarsen op het altaar. Ook beperkte hij het aantal kermissen te lande. In de Oostenrijkse Nederlanden trachtte hij het recht diepgaand te hervormen. Hij gaf Jozef Crumpipen, de kanselier van Brabant, opdracht om hieraan te werken. Het resultaat van deze poging tot hervorming werd voorgelegd aan Jozef II. De keizer ging niet akkoord en weigerde de ontwerptekst te aanvaarden omdat die niet ver genoeg ging. Hierop gaf hij aan Karl Anton von Martini de opdracht om het wetboek dat deze reeds voor Lombardije had gemaakt te vertalen in het Nederlands. Deze "vreemde" tekst werd echter niet aanvaard door de Oostenrijkse Nederlanden en droeg bij aan het uitbreken van de Brabantse Omwenteling van 1789-1790.

Titels[bewerken]

Wapenschild Keizer Jozef II.

Jozef II, bij gratie Gods verkozen Keizer van: Heilige Roomse Rijk koning van: Duitsland, Jeruzalem, Hongarije, Bohemen, Dalmatië, Kroatië Slavonië, Galicië en Lodomerië Aartshertog van: Oostenrijk Groothertog van: Toscane Hertog van: Bourgondië Lotharingen, Stiermarken Karinthië, Krain Brabant Limburg Luxembourg Gelderland Württemberg Silezië Milaan Mantua Parma en Piacenza, Auschwitz, Zator, Calabria Bar Guastalla Montferrat Teschen Grootvorst van: Transsylvanië Markgraaf van: Moravië, Prins van: Zwaben Charleville Prinselijk Graaf van: Habsburg, Vlaanderen, Tirol, Henegouwen, Kyburg Görz Gradisca Markgraaf van: Antwerpen Burgau Lausitz Pont-à-Mousson Nomeny Graaf van: Namen Provence Vaudémont Blâmont Zutphen Sarrewerden Salm Falkenstein Heer van : Wenden Mechelen'

Voorouders[bewerken]

Voorouders van Jozef II
Overgrootouders Keizer Leopold I (1640–1705)
∞ 1676
Eleonora van Palts-Neuburg (1655–1720)
Hertog Lodewijk Rudolf van Brunswijk-Wolfenbüttel (1671–1735)
∞ 1690
Luise von Oettingen (1671–1747)
Karel V van Lotharingen (1643–1690)
∞ 1656
Eleonora van Oostenrijk (1653-1697)
Filips van Orléans (1640-1701)
∞ 1671
Elisabeth Charlotte van de Palts ((1652-1722)
Grootouders Keizer Karel VI (1685–1740)
∞ 1708
Elisabeth Christine van Brunswijk-Wolfenbüttel (1691–1750)
Leopold van Lotharingen (1679–1729)
∞ 1689
Elisabeth Charlotte van Orléans (1676–1744)
Ouders Maria Theresia (1717–1780)
∞ 1736
Keizer Frans I Stefan (1708–1765)

'Keizer Jozef II (1741-1790)'

Bron[bewerken]

  1. Österreich zur Zeit Kaiser Josephs II. Mitregent Kaiserin Maria Theresias, Kaiser und Landesfürst. Niederösterreichische Landesausstellung. Stift Melk.
  2. Dunk, Th. von der (2008) Germanie: Inkognito aber stadtbekantt. Joseph II. auf Reise in Holland, p. 95. In: De Achttiende Eeuw, 40 (2008) 1.
Karolingen (800–911): Karel de Grote · Lodewijk I de Vrome · Lotharius I · Lodewijk II · Lodewijk III de Duitser · Karel II de Kale · Lotharius II · Karloman van Beieren1 · Lodewijk III de Jonge1 · Karel III de Dikke · Arnulf van Karinthië · Lodewijk IV het Kind
Italiaanse keizers (891–928): Guido van Spoleto · Lambert van Spoleto · Lodewijk de Blinde · Berengarius van Friuli
Ottonen (911–1024): Koenraad I van Franken2 · Hendrik I de Vogelaar · Otto I de Grote · Otto II · Otto III · Hendrik II de Heilige
Saliërs (1024–1125): Koenraad II · Hendrik III · Hendrik IV · Rudolf van Rheinfelden · Herman van Salm · Koenraad (III)1 · Hendrik V
Hohenstaufen (1125–1254): Lotharius III2 · Koenraad III · Hendrik (VI) Berengarius1 · Frederik I Barbarossa · Hendrik VI · Filips van Zwaben · Otto IV2 · Frederik II · Hendrik VII1 · Koenraad IV · Hendrik Raspe
Interregnum (1254–1273): Willem van Holland · Richard van Cornwall · Alfons van Castilië
Versch. dynastieën (1273–1437): Rudolf I · Adolf van Nassau · Albrecht I · Hendrik VII · Lodewijk V de Beier · Frederik de Schone1 · Karel IV · Gunther van Schwarzburg · Wenceslaus · Ruprecht van de Palts · Jobst van Moravië · Sigismund
Habsburgers (1437–1806): Albrecht II · Frederik III · Maximiliaan I · Karel V · Ferdinand I · Maximiliaan II · Rudolf II · Matthias · Ferdinand II · Ferdinand III · Ferdinand IV1 · Leopold I · Jozef I · Karel VI · Karel VII Albrecht2 · Frans I Stefan · Jozef II · Leopold II · Frans II

Vetgedrukt: keizer · Cursief: tegenkoning · 1 medekoning (in een deelrijk)· 2 afkomstig uit een andere dynastie