Juan Luis Vives

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Standbeeld van Juan Luis Vives in Madrid (P. Carbonell).

Juan Luis Vives of Jan Ludovicus Vives (Valencia, 6 maart 1492 (of 1493) – Brugge, 6 mei 1540) was een Spaanse geleerde die vrijwel zijn hele actieve leven in de Nederlanden woonde. Hij was de oudste van vijf kinderen van het echtpaar Vives, beiden bekeerde Joden die tot intellectuele families behoorden.

Inhoud

Biografie [bewerken]

Zowel om aan de gevaren inherent aan zijn afkomst te ontsnappen als om ambitieuze studies te ondernemen, schreef Vives zich in 1509 in aan de Sorbonne in Parijs en had er onder meer de Gentse filosoof Jan Dullaert als leermeester. Na de dood van Dullaert in 1513 wijdde Vives een korte biografie aan hem. Hij was eerder teleurgesteld over het scholastieke onderwijs aldaar. De verhoudingen tussen Frankrijk en Spanje vertroebelden rond die tijd, wat een vertrek geraadzaam maakte. Zo komt het dat hij zich in 1512 in Brugge vestigde, in het huis van Bernardo Valdaura, een koopman uit Valencia, net als hij een marañes of bekeerde Jood. Hij trouwde met zijn dochter Marguerita in 1524. Het huwelijk werd ingezegend door zijn humanistische vriend Jan Fevijn, de rector van de Sint-Donaaskapittelschool.

In 1516 verbleef Vives aan het hof van keizer Karel V in Brussel. Rond dezelfde tijd werd hij in Leuven de huisleraar van de Bruggeling Jacques de la Potterie, later stadpensionaris van Brugge. In 1517 werd hij als huisleraar toegevoegd aan de 19-jarige bisschop van Kamerijk, kardinaal Willem van Croÿ, die dat jaar aartsbisschop van Toledo werd. De twee verhuisden in 1517 naar Leuven, waar Vives als gastdocent aan de universiteit werd toegelaten en zijn vriendschap met Erasmus bestendigde. In 1520 ontmoetten Thomas More en Vives elkaar voor het eerst in Calais. In 1521 kwam Croÿ door ziekte om. Aan Vives werd in 1522 een professoraat in Alcalá aangeboden, maar een terugkeer naar Spanje was onmogelijk: Vives’ vader viel dat jaar in handen van de Inquisitie vanwege zijn vermeende terugval in het jodendom en werd in 1524 tot de brandstapel veroordeeld. Op grond van dezelfde beschuldiging werd het lijk van Vives’ moeder, die al in 1508 gestorven was, in 1529 opgegraven en op de brandstapel geplaatst.

Van 1523 tot 1528 woonde Vives afwisselend in Brugge en in Engeland, waar hij Grieks doceerde in Oxford en aan het hof van koning Hendrik VIII en Catharina van Aragon verkeerde. In 1527 werd hij opvoeder van hun dochter, de latere koningin Maria Tudor. Omdat hij de kant van Catharina koos toen Hendrik van haar wilde scheiden, moest hij Engeland in 1528 verlaten, niet zonder eerst door de koning voor zes weken onder huisarrest te zijn geplaatst. In 1530 woonde Vives de promotie bij van Pieter de Corte tot doctor in de theologie.

De laatste twaalf jaar van zijn leven, die zijn productiefste waren als auteur, sleet Vivès voornamelijk in Brugge, al verbleef hij vanaf 1537 ook geregeld in Breda, aan het hof van de Nassaus, als huisleraar van Mencía de Mendoza. Zijn vriendschap met Erasmus bekoelde gaandeweg; zijn beste vrienden waren Frans van Cranevelt, de grote Franse filoloog Guillaume Budé (1468-1540) en de Engelse humanist Thomas More. Nauwelijks 48 geworden, overleed Vives en werd begraven in de St.-Donaaskerk in Brugge. Zijn vrouw Margarita overleed in 1552 en werd naast hem bijgezet. Kinderen hebben zij niet gekregen.

Borstbeeld van Juan Vivès in Brugge

Het grafschrift van Vives luidde:
Hier is begraven meester Jan Ludovicus Vives
geboren van Valencia in spagnien
hie overleet
anno MDXL den VI in meye

Betekenis in de geschiedenis [bewerken]

Vives geldt als de grootste Spaanse geleerde van de 16e eeuw. Na Erasmus was hij de belangrijkste vertegenwoordiger van het humanisme in de Nederlanden. In vergelijking met Erasmus was Vives een meer stelselmatig denker, met grotere aandacht voor filosofische en historische vraagstukken. Bij het nageslacht is hij vooral als opvoedkundige bekend gebleven.

Prof. Chris Coppens schreef over hem: "Het denken van Vivès is heel actueel. Niet alleen liggen zijn ideeën mee aan de basis van moderne opvattingen over onderwijs, psychologie en pedagogie, Vivès was ook een grote pacifist en een voorstander van een verenigd Europa. Alleen al vanwege die twee laatste opvattingen die toen niet zovanzelfsprekend waren, verdient Vives het om uit de schaduw van Erasmus te worden gehaald".

Deze waarden en visie waren dan ook de aanleiding om de naam van Vivès te linken aan een hogeschool. De samenwerking van de West-Vlaamse hogescholen KATHO en KHBO koos om vanaf september 2013 onder de nieuwe naam 'Vives' naar buiten te komen. Ook de link van Vivès met de West-Vlaamse regio speelde daarbij een rol.

Bibliografie [bewerken]

Zijn belangrijkste pedagogische werken zijn:

  • De institutione feminae christianae (1524; over de opvoeding van vrouwen),
  • De ratione studiis puerilis (1523), over pedagogie
  • Introductio ad sapientiam (1524),
  • De disciplinis (1531; historisch overzicht van de wetenschappen en richtlijnen voor hun modernisering),
  • Linguae latinae exercitatio (1538; leerboek Latijn).

Op filosofisch gebied zijn te noemen:

  • In pseudodialecticos (1519; tegen de scholastieke redeneerkunst)
  • De anima et vita (1538; wijsgerig-psychologische verhandeling).

Maatschappelijke kwesties behandelde Vives in

  • De subventione pauperum (1526; project voor de armenzorg)
  • en enkele pacifistische geschriften.
  • Zijn theologische hoofdwerk De veritate fidei christianae werd postuum uitgegeven door Cranevelt (1543).

Literatuur [bewerken]

  • H. DE VOCHT, Louis Vivès, in: Biographie nationale de Belgique, Tome XXVI, 1936-1938, col. 789-800.
  • P. SAINZ RODRIGUEZ, A. FONTAN, e. a. Homenaje à Luis Vives, Madrid, 1977
  • G. TOURNOY, J. ROEGIERS en C. COPPENS (red), Vives te Leuven, Catalogus tentoonstelling met inleidende bijdragen, Leuven, 1993.

Externe links [bewerken]