Judith van Vlaanderen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Judith Fausta van Vlaanderen (1031/1035 - 5 maart 1094) was een dochter van graaf Boudewijn IV van Vlaanderen en van (vermoedelijk) zijn tweede echtgenote Eleonora van Normandië. Zij was in 1051 gehuwd met Tostig Godwinson, graaf van Northumberland, en in 1071 met Welf IV, hertog van Beieren (overleden 1101).

In 1067 erfde Judith van Boudewijn V van Vlaanderen een kostbare relikwie, die volgens de legende een met aarde vermengde bloeddruppel van Jezus bevatte. De bloeddruppel zou opgevangen zijn door een Romeinse soldaat , later bekend worden als de heilige Longinus . Samen met zijn gebeente kwam de relikwie naar Mantua en Boudewijn V kreeg de relikwie in 1056 van keizer Hendrik III. Bij haar dood in 1094 liet Judith de relikwie na aan de abdij Weingarten. Op de dag na hemelvaart wordt de relikwie daar nog steeds in een ruiterprocessie rondgereden. Deze Bluttrit is de grootste ruiterprocessie ter wereld met enkele duizenden deelnemers (allemaal mannen in rokkostuum met hoge hoed), vele muziekkapellen en tienduizenden toeschouwers. De Bluttrit wordt al in de 16e eeuw als een oude traditie vermeld. Judith is begraven in de abdij van Weingarten.

Judith had bij Tostig enkele kinderen, die allemaal op jonge leeftijd zijn overleden. Tostigs zoons Skuli Tostisson Kongsfostre en Ketil Tostisson, zijn vrijwel zeker geen kinderen van Judith.

Judith en Welf kregen de volgende kinderen:

  • Welf V (1072-1120)
  • Hendrik de Zwarte (1075-1126)
  • Kunizza (-1120), die huwde met graaf Frederik Rocho van Diessen.