Jules Émile Planchon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jules Émile Planchon
Standaardafkorting Planch.
Toelichting
De bovenaangeduide standaardaanduiding, conform de database bij IPNI, kan gebruikt worden om Jules Émile Planchon aan te duiden bij het citeren van een botanische naam.

In de Index Kewensis is een lijst te vinden van door deze persoon (mede) gepubliceerde namen.

Portaal  Portaalicoon   Biologie

Jules Émile Planchon (Ganges, 21 maart 1823 - Montpellier, 1 april 1888) was een Frans botanicus en hoogleraar in de farmacie aan de Université Montpellier 1. Hij is bekend geworden door zijn werk aan de identificatie van de druifluis (Dactylosphaera vitifoliae (Fitch, 1855); door hem Phylloxera vastatrix genoemd) en de rol die hij speelde bij het redden van de Franse wijngaarden door de invoer in Europea van Amerikaanse Vitis-soorten die resistent tegen de plaag waren.

Druifluisplaag[bewerken]

In 1868 doopte Planchon de druifluis Phylloxera vastatrix. De Franse regering stelde in 1870 ter bestrijding van de druifluis een commissie in, waarvan Louis Pasteur de prominentste voorzitter was. De commissie toetste meer dan 700 voorstellen. In 1873 slaagde Planchon erin met behulp van enkele andere experts te verifiëren dat de druifluis erin geslaagd was vanuit de oostkust van de Verenigde Staten naar Europa te reizen. De wijnbouwer Gaston Bazille, Planchon en de tuinbouwer F. Sahut herkenden in de biologische onderdrukking van de druifluis de sleutel tot de oplossing van het probleem. In de VS waren talrijke wijnstokken resistent geworden tegen de druifluis. Een Franse delegatie bemiddelde in Amerika met behulp van de botanicus Thomas Volney Munson voor het verkrijgen van de vereiste onderstammen. Bazille begon de loten van de Europese wijnstokken ( Vitis vinifera) op de resistente Amerikaanse onderstammen te enten. De cyclus van de druifluis werd zo succesvol gestopt. Deze vorm van veredeling was de eerste biologische ongediertebestrijding in de geschiedenis van de druifluis, en de methode wordt nog steeds toegepast.

Meeldauw[bewerken]

De uit Amerika stammende schimmel meeldauw werd in 1875 door Planchon ontdekt. Deze schimmel hield in Europa in 1915, 1977, 1983 en 1988 massaal huis. Deze ontstaat uit de plasmospora van een schimmel, die Vitis labrusca spaart, maar van Vitis vinifera een sterke aantrekkingskracht ondervindt en dan vooral bij hoge temperaturen en een hoge relatieve luchtvochtigheid. Hij toont zich door een olieachtige vlek op de bovenkant van het blad, door een wit poeder op de onderkant en het verblijf op afgestorven bladeren. De preventie van meeldauw gebeurt met onverweekte koperzouten - dit mag van de Bordeaux gebeuren met niet-schadelijke syntheseproducten van dithiocarbamaat tot producten op basis van cyxno-oxamil, die de bladeren binnendringen of nog verder door systemische producten die 12 tot 14 dagen werkzaam zijn.

Planten[bewerken]

Planchon heeft meerdere planten een beschrijving gegeven en van een wetenschappelijke naam voorzien. Daaronder bevinden zich de kiwi (Actinidia chinensis) en 13 soorten passiebloemen. Voor planten die hij heeft beschreven wordt als auteursnaam de afkorting Planch. gebruikt.

Bronnen[bewerken]