Jules Auguste Lemire

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jules Auguste Lemire

Jules Auguste Lemire, ook Abbé Lemire (Oud-Berkijn, 23 april 1853 - Hazebroek, 7 maart 1928) was een Frans katholiek priester, politicus en sociaal hervormer.

Onderwijs[bewerken]

Lemire groeide op in een boerengezin in Oud-Berkijn, een dorpje bij Hazebroek. Hij volgde onderwijs aan het klein seminarie "Franciscus van Assisi" in Hazebroek. Een van zijn leermeesters was hier de politiek geëngageerde priester Jacques Dehaene, die het klein seminarie in 1865 was gestart en tot 1881 leidde. Na beëindiging van het seminarie wordt Jules Auguste Lemire werkzaam in hetzelfde seminarie, aanvankelijk als begeleider, later als hulponderwijzer. In 1878 ontving Lemire de priesterwijding en kreeg een aanstelling als onderwijzer aan het klein seminarie van Hazebroek; hij onderwees de eerste jaren filosofie. Na de pensionering van Jacques Dehaene in 1881 gaf hij onderwijs in retorica.

Politiek[bewerken]

In 1893 onderbrak Lemire zijn werk als onderwijzer. Hij stelde zich kandidaat voor de Franse parlementsverkiezingen namens de christen-socialisten. Hij werd gekozen en overwon daarbij een conservatieve generaal. In de verkiezingsjaren 1898, 1902, 1906, 1910 en 1914 werd Lemire steeds herkozen.

In het jaar van zijn eerste kandidaatstelling, trok Lemire ten strijde tegen het besluit van het conservatieve kabinet Dupuy, waarin de arbeidsbeurs zou worden opgeheven. Lemire typeerde dit beleid als minachting van de arbeiders. Na zijn verkiezing in het parlement raakte Lemire gewond tijdens de bomaanslag vanaf de publieke tribune door de anarchist Vaillant.

Overtuiging[bewerken]

Kern van Lemires denken was de verzoening van volk en Kerk. Hij accepteerde daarom onvoorwaardelijk de republiek als staatsvorm. Hij was van mening dat het kerkelijk leven zich niet uitsluitend binnen de muren van de kerkgebouwen zou moeten afspelen, maar ook en vooral daarbuiten. Hij vond daarbij grote inspiratie in de encycliek Rerum Novarum. Lemire ijverde met Paul Antoine Naudet, Leo Dehon en andere "abbés démocrates" voor een sociaal bewogen clerus, die zich zou inzetten voor verbetering van de vaak in bittere armoede levende bevolking. Hiertoe zou elk gezin op het platteland de beschikking moeten krijgen over een eigen stuk land. Dit door hem genoemde terriarisme was een centraal punt in Lemires politieke programma, dat vorm kreeg in de 1897 opgerichte "Ligue Française du Coin de Terre et du Foyer". In 1903 zette hij zich bovendien in voor beperkingen inzake kinderarbeid. Het landbouwpensioen kwam mede dankzij Lemire tot stand. verder ageerde hij tegen de doodstraf, voor de introductie van volkstuintjes, vermindering van het aantal werkuren voor vrouwen en invoering van kindergeld. Omdat Lemire menige redevoering in het Vlaams hield en zich inzette voor de taal en cultuur van de Westhoek, heeft hij ook betekenis voor de Vlaamse Beweging en de geschiedenis van Frans-Vlaanderen.

Lemire beschouwde de scheiding van Kerk en staat als een voorwaarde om de verantwoordelijkheid van Kerk en gelovigen gestalte te geven. Zo meende Lemire dat de secularisering niet alleen legitimiteit verschafte aan het openbare onderwijs, maar juist ook het recht op bijzonder onderwijs veronderstelt.

Kritiek[bewerken]

Lemire werd gaandeweg beschouwd als een republikeinse katholiek. Hij steunde de republikeinse regering Waldeck-Rousseau, maar stemde desondanks later tegen de laïcistische wet over scheiding van kerk en staat van het kabinet Combes (1905). Ondertussen stond Lemire steeds meer bloot aan kritiek van integralisten uit zijn eigen aartsbisdom Kamerijk, zoals van de met Umberto Benigni bevriende kanunnik Delassus. Hij publiceerde zijn ideeën onder andere in de "Réforme sociale" en de "Révue" van Rijsel. Lemire gaf zijn eigen tijdschrift "Cri des Flandres" uit, die in 1910 door wijbisschop Delamaire wegens modernisme werd gekritiseerd. In 1914 werd lezers van het blad door bisschop Charost van Rijsel gedreigd met onthouding van de absolutieverlening. Deze bisschop verbood Lemire bovendien de mis nog in het openbaar te lezen.

Ondanks de druk vanuit zijn diocees, kandideerde Lemire - deze keer zonder ruggespraak met zijn bisschop - opnieuw voor een parlementszetel. Hij werd ook deze keer herkozen. Enkele weken later werd Lemire bovendien burgemeester van Hazebroek. Hij maakte zich zeer verdienstelijk tijdens de naoorlogse wederopbouw, mede door de oprichting van een hypotheekbank, een ziekenhuis en de elektrificatie van Hazebroek. In 1916 werd Jules Auguste Lemire gerehabiliteerd door paus Benedictus XV.

Werk[bewerken]

  • L'abbé Dehaene et la Flandre (1891)