Jules Kayser
Jules Kayser (Venlo, 2 oktober 1879 - aldaar, 20 oktober 1963), was een Nederlands architect die voornamelijk werkzaam was in Limburg. Hij ontwierp vooral kerken, huizen en scholen.
Inhoud |
[bewerken] Achtergrond
Jules is de zoon van architect Johannes Kayser. Hij volgde de HBS in Maastricht. Daarna ging hij naar de Polytechnische School in Delft, waar hij in 1906 het diploma bouwkundig ingenieur behaalde. Vervolgens werkte hij enige jaren bij zijn vader op het kantoor en deed ervaring op bij architecten in Amsterdam en Berlijn. Hierna vestigde hij zich als zelfstandig architect in Venlo. Daar ontwierp Kayser zeer veel gebouwen, waarvan de brandweerkazerne (1916), het pand Bervoets (1919), Huize St. Jan (1927) en de Gemeente Spaarbank (1929) tot de bekendste behoren.
[bewerken] Kerkenbouw
Net als zijn vader ontwierp Kayser een aantal kerken, te beginnen met de Heilig Hartkerk te Venlo uit 1921. Belangrijk is de H. Hubertuskerk te Maastricht uit 1925. Tevens maakte hij furore als restauratie-architect. De stijl van Kayser was aanvankelijk sterk geïnspireerd op het expressionisme van de Amsterdamse School, maar zonder ornamentiek, zodat zijn ontwerpen ook geïnspireerd lijken te zijn op de Nieuwe Zakelijkheid. Later neigde zijn stijl sterk naar het traditionalisme.
[bewerken] Werkwijze
Zijn meest gebruikte bouwmateriaal was baksteen, dat in combinatie met hoge zadeldaken aansloot op de werkwijze van A.J. Kropholler en B.J. Koldewey. Bouwde Kayser voor de oorlog vooral nieuw, na de oorlog lag het accent meer op restauratie. Dit was mede ingegeven door de verwoestingen rondom zijn woonplaats en zijn positie als stadsarchitect van Venlo. In deze functie bepleitte hij het handhaven van het oude stratenplan van de stad en restauratie van de toen bekende monumenten.
[bewerken] Wederopbouw
In 1948 maakte hij het wederopbouwplan voor Venlo en bemoeide zich intensief met de uitvoering hiervan en met de stadsuitbreidingen in Blerick. Bovendien kreeg Kayser de opdracht tot diverse restauraties. De Martinuskerk te Venlo en de Sint-Petrus' Bandenkerk te Venray, alsmede de kerken in Helden, Broekhuizen en Swolgen kregen vernieuwde delen en waar wenselijk ook een vergroting in dezelfde stijl. In Afferden was restauratie niet meer mogelijk en kreeg het dorp een nieuw gebouw. In Egchel ontwierp Kayser een noodkerk, die later als gemeenschapshuis kon worden gebruikt. Deze is nog steeds als kerk in gebruik.
Vanaf 1945 fungeerde Kayser als deken van de Bisschoppelijke Bouwcommissie in Roermond. In hetzelfde jaar werd hij tot voorzitter benoemd van de net opgerichte Academie van Bouwkunst in Maastricht. Tevens was hij voorzitter van de WGA van 1947 tot 1960. Hij bleef tot op hoge leeftijd doorwerken, zijn laatste ontwerpen stammen uit de jaren '50. Op 20 oktober 1963 overleed Kayser in Venlo.