Julius Graf von Zech-Burkersroda

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Julius Graf von Zech-Burkersroda (Dresden, 7 februari 1885 - Bautzen, 19 januari 1946) was een Duits politicus.

Hij was de zoon van Ludwig von Zech (1853-1927), die het riddergoed Börln in Saksen bezat. Hij begon een studie rechtswetenschappen aan de Universiteit van Leipzig, en vervolgde die in Heidelberg, Berlijn en Halle. In 1906 promoveerde hij en in 1909 trad hij in dienst van de diplomatieke dienst van Pruisen. In 1914 werd hij de adjudant van de Duitse rijkskanselier Theobald von Bethmann Hollweg.

In 1917 ging Von Zech-Burkersroda naar München en in 1922 naar Helsingfors. Vanaf 1925 was hij werkzaam in de onderafdeling Zuid-Europa van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken, tot hij in 1928 gezant in Den Haag werd. In september 1939 werd door Joachim von Ribbentrop op zijn vervanging aangedrongen omdat hij niet nadrukkelijk sympathie voor het Nationaalsocialisme uitte. Hij bleef echter op zijn post en overhandigde op 10 mei 1940 de Duitse oorlogsverklaring aan Nederland aan minister Van Kleffens. Hij zou tot in de bezetting op deze post blijven en werd op 7 juni 1940 met vervroegd pensioen gestuurd.[1]

Na het einde van de Tweede Wereldoorlog werd Von Zech-Burkersroda opgepakt door de Sovjet-Russische bezettingsmacht. Zijn riddergoed in Börln werd onteigend, en hijzelf opgesloten in het Speziallager van Bautzen. Hij overleed hier in de winter van 1946. Er staat een grafsteen in Eulau.

Bronnen, noten en/of referenties