Kaäba

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Moslims lopen tijdens de hadj zeven keer rondom de Kaäba

De Kaäba of Ka'aba (ook Ka'ba of Ka'bah, Arabisch الكعبة) is een kubusvormig gebouw en staat in de Grote Moskee in Mekka. Het is het centrale heiligdom van de islam, en staat ook wel bekend als Bayt Allah ("Huis van God"). Als onderdeel van de hadj, de bedevaart naar Mekka, loopt men zeven keer rond de Kaäba. Ook legt de Kaäba de islamitische gebedsrichting vast - een moslim bidt altijd in de richting van de Kaäba, dat is dus, als hij niet in Mekka is, in de richting van Mekka.

Uiterlijk[bewerken]

Historische foto van de Kaäba in 1898

De Kaäba wordt bekleed door de kiswah, een zwartfluwelen doek met zware gouddraden bestikt die verzen (ayat) vormen uit de Koran. Oorspronkelijk werd de kiswah vervaardigd in Egypte, maar tegenwoordig in Saoedi-Arabië. Ieder jaar na de hadj (bedevaart naar Mekka) wordt de kiswah vernieuwd.

De Kaäba heeft een ingang op circa 2 meter boven de grond, met het oog op het gevaar van overstroming, zoals in 1941 het geval was. In een hoek van de Kaäba bevindt zich de Hadjar-ul-Aswad (Zwarte Steen), een steen die volgens de islam uit het paradijs afkomstig is en door Gabriël aan Ibrahim gegeven was. Volgens overleveringen was deze steen eerst wit, maar door de zonden van de mens zwart geworden.

Pre-islamitisch gebruik[bewerken]

Seculiere visie[bewerken]

Het is niet duidelijk hoe dit heiligdom ontstaan is; archeologische opgravingen bij de Kaäba om meer inzicht te krijgen zijn niet mogelijk. Volgens de meeste archeologen was het oorspronkelijk een plaatselijke cultusplaats voor de inheemse stammen die hier van oudsher woonden. Bij Mekka, dat toen een tussenstation was, kwamen verschillende handelswegen samen die vanuit Jemen naar Egypte, Anatolië en Mesopotamië liepen. Langzamerhand groeide het belang van deze plaats en doortrekkende handelaren brachten offergaven aan de plaatselijk goden en godinnen om veiligheid en succes voor hun reis af te smeken. De Koran noemt in de Soera De Ster drie van de godinnen die bij de Kaäba vereerd werden expliciet, namelijk al-Lât, al-Oezzâ en Manât. In de bijbehorende cultus werden zij gezien en vereerd als dochters van de pre-islamitische Allat.

In pre-islamitische tijden waren er in Arabië meer van dergelijke kubusvormige heiligdommen. Heden is in de Grote moskee van Sanaa in Jemen nog een soortgelijke constructie te zien.

Traditionele islamitische visie[bewerken]

Volgens de islamitische overlevering is de Kaäba gebouwd door Adam, maar na verwoesting herbouwd door Ibrahim en Ismaël. In de loop der eeuwen begon men hem te gebruiken voor de aanbidding van vele goden. Zo werd de Kaäba een centrum van cultische godendienst. Honderden beelden van Arabische goden stonden rond en op de Kaäba, waar zowel doortrekkende handelaren als pelgrims op afkwamen. Het centrum werd beheerd door de Qoeraish, de belangrijkste (groep van) clan(s) die in Mekka woonde.

Toen eens een aantal schatten gestolen was, besloot de Qoeraish een dak te bouwen op de Kaäba. Het hout daarvoor werd gevonden bij Djedda, waar een Grieks schip gestrand was. Een Koptische timmerman klaarde het werk. Volgens de traditie is tijdens de werkzaamheden een Syrische inscriptie gevonden, die vertaald werd door een jood. Deze verklaarde dat de tekst luidde dat God de Kaäba in de scheppingsweek geschapen zou hebben en de Kaäba voor eeuwig zal blijven staan.

Tijdens de restauratie ontstond er onenigheid over wie de Zwarte Steen mocht terugplaatsen. Op dat moment arriveerde Mohammed, die bekendstond als de betrouwbare. Hij vroeg om een mantel en liet ieder stamhoofd de mantel, waarin de steen was gelegd, vasthouden. Bij de Kaäba aangekomen plaatste Mohammed de steen weer terug.

Wijding aan de Islam[bewerken]

Mohammed plaatst de Zwarte Steen in de Kaäba. Perzische afbeelding uit de Jami' al-tawarikh uit het begin van de 14e eeuw.

In 630, na de inname van Mekka door de profeet Mohammed, werden de beelden van de Arabische goden vernield en werd het gebouw gewijd tot islamitisch heiligdom. Het heersende veelgodendom werd door Mohammed vervangen door een monotheïstische religie, de aanbidding van één God.

De Kaäba heeft nu een zelfde, centrale functie in de islam als de vroegere joodse tempel in het jodendom. De eerste jaren van Mohammeds openbaringen was de Tempelberg in Jeruzalem de vaste gebedsrichting voor de salat. De eigenlijke joodse tempel was bij de joodse opstand in 70 door de Romeinen verwoest. De gebedsrichting veranderde na de openbaring van Soera De Koe in de huidige richting van de Kaäba. Volgens sommigen was dit het gevolg van de afwijzing van Mohammed als een profeet van God door de joodse bewoners van de Hidjaz. Op de plaats waar deze gebedsrichtingverandering heeft plaatsgevonden, staat nu de Qiblatain moskee. Deze plaats ligt in de Saoedische stad Medina.

Naast de overname van de Kaäba werden ook de graven van Hagar en Ismaël als ook een herdenkingsplaats aan de ontmoeting van Adam en Eva toegevoegd als onderdeel van de nieuwe religie.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]