Kabinet-Balkenende I

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kabinet-Balkenende I
ZetelsBalkenendeI.svg
Coalitie CDA, LPF, VVD
Zeteltal TK 43 + 26 + 24 = 93
Premier Jan Peter Balkenende
Beëdiging 22 juli 2002
Demissionair 16 oktober 2002
Ontslagdatum 27 mei 2003
Voorganger Kok II
Opvolger Balkenende II
Overzicht kabinetten
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Het kabinet-Balkenende I was een Nederlands kabinet, gevormd door een coalitie tussen CDA, LPF en VVD, met als premier Jan Peter Balkenende.

Balkenende I was de opvolger van het kabinet-Kok II en werd geformeerd na de Tweede Kamerverkiezingen van 15 mei 2002.

Kabinetsformatie[bewerken]

De kabinetsformatie verliep als volgt:

  • Tweede Kamerverkiezingen: 15 mei 2002
  • Duur formatie: 67 dagen
    • informateur: Piet Hein Donner (CDA), 49 dagen
    • formateur: Jan Peter Balkenende (CDA), 18 dagen
  • Beëdiging kabinet: 22 juli 2002

Het kabinet telde 14 ministers (CDA 6, LPF 4, VVD 4), waaronder een minister zonder portefeuille - de Minister voor Vreemdelingenbeleid en Integratie - die onder het Ministerie van Justitie viel, en 14 staatssecretarissen. Ook Ontwikkelingssamenwerking kreeg een bijzondere status. Anders dan voorheen werd deze portefeuille niet meer vervuld door een minister maar door een staatssecretaris, zij het met de bevoegdheid zich in het buitenland als minister te presenteren.

Samenstelling[bewerken]

Het kabinet bestond uit de volgende ministers en staatssecretarissen:

Groepsfoto van de bordesscene.

Ministers[bewerken]

Minister-President, minister van Algemene Zaken Jan Pieter Balkenende.jpg Jan Peter Balkenende CDA
Viceminister-President Eduard-bomhoff-1350273015.jpg Eduard Bomhoff LPF afgetreden 16 oktober 2002
JRemkes.jpg Johan Remkes VVD
Image of none.svg Roelf de Boer LPF vanaf 18 oktober 2002
Minister van Buitenlandse Zaken Dehoopscheffercrop.jpg Jaap de Hoop Scheffer CDA
Minister van Justitie Piet-hein-donner-portret.jpg Piet Hein Donner CDA
Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie Nawijn.jpg Hilbrand Nawijn LPF
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties JRemkes.jpg Johan Remkes VVD
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap(pen) Maria-van-der-hoeven-ez208.jpg Maria van der Hoeven CDA
Minister van Financiën HHoogervorst.jpg Hans Hoogervorst VVD
Minister van Defensie Benk-korthals-1317123396.jpg Benk Korthals VVD afgetreden 12 december 2002
HKamp.jpg Henk Kamp VVD vanaf 12 december 2002
Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer HKamp.jpg Henk Kamp VVD
Minister van Verkeer en Waterstaat Image of none.svg Roelf de Boer LPF
Minister van Economische Zaken Image of none.svg Herman Heinsbroek LPF afgetreden 16 oktober 2002
HHoogervorst.jpg Hans Hoogervorst VVD vanaf 16 oktober 2002
Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij Image of none.svg Cees Veerman CDA
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aart De Geus.jpg Aart Jan de Geus CDA
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Eduard-bomhoff-1350273015.jpg Eduard Bomhoff LPF afgetreden 16 oktober 2002
Aart De Geus.jpg Aart Jan de Geus CDA vanaf 16 oktober 2002

Staatssecretarissen[bewerken]

(**) Mocht in het buitenland de titel minister voeren

Verloop[bewerken]

Binnen acht uur na installatie van het kabinet trad de eerste bewindspersoon, staatssecretaris Philomena Bijlhout, af. Zij kwam in opspraak toen bekend werd dat zij langer dan eerder door haar aangegeven, deel had uitgemaakt van de volksmilitie van Desi Bouterse in Suriname. Pas op 9 september 2002 werd zij vervangen door haar partijgenoot Khee Liang Phoa nadat in augustus Fiona de Vilder zich had teruggetrokken als kandidaat na een gesprek met Balkenende.

De periode daarna kenmerkte zich door onrust binnen de LPF. De eerste fractievoorzitter Mat Herben maakte plaats voor Harry Wijnschenk, die voor eenheid en stabiliteit moest zorgen. Interim-partijvoorzitter Ed Maas probeerde het partijbestuur en de landelijke organisatie op orde te krijgen. Intussen leidde vrijwel elke confrontatie van een LPF'er met de pers tot opmerkelijk nieuws. Bewindslieden lanceerden onuitgewerkte ideeën en werden daarvoor door de premier op het matje geroepen. Er ontstond een machtsstrijd tussen leden van het LPF-partijbestuur, de fractie en het kabinet, die uiteindelijk leidde tot de val van het kabinet.

Op 12 december trad Benk Korthals, die in het kabinet-Kok II minister van justitie was geweest, af als demissionair minister van defensie wegens de conclusies van de parlementaire enquêtecommissie Bouwnijverheid. Zijn portefeuille werd waargenomen door demissionair minister van VROM Henk Kamp.

Tijdens de demissionaire periode heeft het kabinet steun aan de invasie in Irak verleend. Dit is opmerkelijk, omdat er normaal gesproken tijdens een demissionaire periode geen politiek gevoelige beslissingen worden genomen.

Reden ontslagaanvraag[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Kabinetscrisis over de LPF voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op 15 oktober 2002 werd tijdens een kabinetsoverleg duidelijk dat een conflict tussen LPF-ministers Eduard Bomhoff en Herman Heinsbroek tot een onhoudbare situatie leidde. Uit piëteit met de koningin - Prins Claus was die dag bijgezet in de Nieuwe Kerk te Delft - werd hervatting van de vergadering uitgesteld tot de volgende dag.

Op 16 oktober 2002 kondigde eerst minister Eduard Bomhoff en vervolgens Herman Heinsbroek zijn ontslag aan. Fractievoorzitter Harry Wijnschenk werd afgezet en vervangen door oud-fractievoorzitter Mat Herben. Volgens de eerste officiële lezingen zegde fractievoorzitter Gerrit Zalm van de VVD vervolgens het vertrouwen in de LPF en het kabinet op en leidde daarmee de val van het kabinet in (de LPF-crisis). Mat Herben beweerde later echter dat het initiatief was uitgegaan van CDA-fractieleider Maxime Verhagen. Verhagen bevestigde dit in april 2006 en gaf hier voor als verklaring dat LPF-fractievoorzitter Wijnschenk op de dag van zijn afzetting de werkkamer van Verhagen was binnengestormd omdat hij zou zijn bedreigd met een vuurwapen.

Premier Balkenende diende dezelfde dag, na de Kamer geïnformeerd te hebben, schriftelijk het ontslag van het kabinet in bij de koningin, wegens onvoldoende basis voor verdere vruchtbare en duurzame samenwerking binnen de coalitie. Het kabinet werd demissionair en kreeg de opdracht vervroegde verkiezingen voor de Tweede Kamer voor te bereiden. Het ontslag werd verleend op 27 mei 2003, toen na de formatieperiode het kabinet-Balkenende II in functie trad.

Zie ook[bewerken]

Trivia[bewerken]

Het kabinet trad aan op 22 juli 2002 en viel al 86 dagen later, op 16 oktober 2002. Het was daarmee de 3e kortst zittende kabinet sinds de Tweede Wereldoorlog net achter het kabinet Zijlstra 85 dagen en het kabinet Beel II met 80 dagen, en 4e sinds het kabinet-Colijn V dat slechts 16 dagen regeerde (25 juli - 10 augustus 1939).