Kabinet-Balkenende II

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kabinet-Balkenende II
ZetelsBalkenendeII.svg
Coalitie CDA, VVD, D66
Zeteltal TK 44 + 28 + 6 = 78
Premier Jan Peter Balkenende
Beëdiging 27 mei 2003
Demissionair 30 juni 2006
Ontslagdatum 7 juli 2006
Voorganger Balkenende I
Opvolger Balkenende III
Overzicht kabinetten
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Het kabinet-Balkenende II was een Nederlands kabinet dat beëdigd werd op 27 mei 2003. Het bestond uit drie politieke partijen: de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD), het Christen-Democratisch Appèl (CDA), en Democraten 66 (D66), die het kleinste van de drie is. Op 29 juni 2006 zegde D66 zijn vertrouwen in de coalitie op. De volgende dag bood minister-president Balkenende het ontslag van het kabinet aan aan koningin Beatrix. Op basis van het advies van het parlement, stelde Beatrix voor dat er een CDA-VVD minderheidskabinet gevormd moest worden. Het kabinet-Balkenende III werd beëdigd op 7 juli 2006.

Kabinetsformatie[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Kabinetsformatie Nederland 2003 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De kabinetsformatie was met 125 dagen de op drie na langste formatie van een Nederlands kabinet. Recordhouder is het kabinet-Van Agt I met 208 dagen. In eerste instantie probeerde men een tweepartijenkabinet te vormen van CDA en PvdA. Toen dit niet lukte, werden VVD en D66 bij de kabinetsformatie betrokken. Omdat men hierbij kon terugvallen op het regeerakkoord dat gesloten was voor het kabinet-Balkenende I (dat bestond uit CDA, VVD en LPF), was de formatie hierna vrij snel rond.

Het kabinet telde 16 ministers: (CDA 8, VVD 6 en D66 2) en 10 staatssecretarissen. Ontwikkelingssamenwerking werd nadat het in het kabinet-Balkenende I een staatssecretariaat was geworden weer een ministerspost.

Samenstelling[bewerken]

Het kabinet bestond uit de volgende ministers en staatssecretarissen:

Groepsfoto van de bordesscene.

Ministers[bewerken]

Minister-President en Minister van Algemene Zaken Jan Peter Balkenende CDA
Viceminister-President Gerrit Zalm VVD
Thom de Graaf D66 afgetreden 25 maart 2005
Laurens Jan Brinkhorst D66 vanaf 31 maart 2005, afgetreden 29 juni 2006
Minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer CDA afgetreden 3 december 2003
Ben Bot CDA vanaf 3 december 2003
Minister voor Ontwikkelingssamenwerking Agnes van Ardenne CDA
Minister van Justitie Piet Hein Donner CDA
Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie Rita Verdonk VVD
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Johan Remkes VVD
Minister voor Bestuurlijke vernieuwing en Koninkrijksrelaties Thom de Graaf D66 afgetreden 25 maart 2005
Alexander Pechtold D66 vanaf 31 maart 2005, afgetreden 29 juni 2006
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Maria van der Hoeven CDA
Minister van Financiën Gerrit Zalm VVD
Minister van Defensie Henk Kamp VVD
Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Sybilla Dekker VVD
Minister van Verkeer en Waterstaat Karla Peijs CDA
Minister van Economische Zaken Laurens Jan Brinkhorst D66 afgetreden 29 juni 2006
Gerrit Zalm VVD a.i. vanaf 3 juli 2006
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit1 Cees Veerman CDA
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aart Jan de Geus CDA
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Hans Hoogervorst VVD

1 De naam van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij werd op 1 juli 2003 gewijzigd in Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Staatssecretarissen[bewerken]

Verloop[bewerken]

Het kabinet voerde een omvangrijk pakket aan bezuinigingen door op onder andere de sociale zekerheid (herziening WAO Invoering WIA, invoering Wet Werk en Bijstand), korting huurtoeslag van €18 per maand en bezuinigingen op het zorgpakket. Verder werd in 2006 het nieuwe zorgstelsel ingevoerd.

Steun in de Tweede Kamer[bewerken]

Op 3 september 2004 stapte Geert Wilders uit de VVD-fractie maar bleef wel lid van de Tweede Kamer, waardoor er van de 28 zetels die de VVD in de Kamer had nog maar 27 overbleven. Het kabinet behield echter wel een meerderheid.

Personele wijzigingen[bewerken]

Op 3 december 2003 verliet Jaap de Hoop Scheffer (CDA) het kabinet vanwege zijn benoeming tot secretaris-generaal van de NAVO. Hij werd opgevolgd door zijn partijgenoot Ben Bot.

Op 8 juni 2004 werd in de Tweede Kamer een motie van treurnis ingediend tegen staatssecretaris Annette Nijs (VVD). Hoewel de motie niet werd aangenomen, was haar positie onhoudbaar geworden en diende zij de volgende dag haar ontslag in. Zij werd opgevolgd door haar collega-staatssecretaris Mark Rutte, die verhuisde van het departement van Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar dat van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Op Sociale Zaken werd hij als staatssecretaris opgevolgd door zijn partijgenoot Henk van Hoof.

Paasakkoord[bewerken]

De Eerste Kamer was niet akkoord gegaan met een grondwetswijziging die de rechtstreeks gekozen burgemeester mogelijk moest maken, waardoor minister Thom de Graaf (D66) opstapte. Vervolgens werd er door de coalitiepartijen opnieuw onderhandeld over het regeerakkoord. In het paasweekeinde bereikten de partijen een akkoord, het zogenoemde Paasakkoord.[1] Op 31 maart 2005 werd De Graafs opvolger, de Wageningse burgemeester Alexander Pechtold, beëdigd. De Graaf was ook vicepremier; die functie werd door Laurens Jan Brinkhorst overgenomen.

Overige wijziging[bewerken]

Op 27 juni 2006 nam Mark Rutte (VVD) ontslag als staatssecretaris op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, omdat hij na zijn verkiezing tot politiek leider van de VVD van mening was dat hij in die positie beter geen deel meer kon uitmaken van het kabinet. Hij werd opgevolgd door zijn partijgenoot Bruno Bruins, die evenwel door de val van het kabinet, twee dagen later, niet werd geïnstalleerd. In het rompkabinet dat als gevolg van deze val beëdigd werd kreeg Bruins wel de betreffende functie.

Reden ontslagaanvraag[bewerken]

Conflict over het functioneren van minister Verdonk[bewerken]

Op 30 juni 2006 verloor het kabinet de steun van de coalitiepartner D66; zie het artikel kabinetscrisis over het functioneren van minister Verdonk. De bewindslieden van D66 dienden hun ontslag in, waardoor het kabinet de parlementaire meerderheid verloor en demissionair werd.

Oud-premier Ruud Lubbers ging vervolgens als informateur aan de slag met een informatiepoging om tot een rompkabinet te komen. Na vijf dagen werd zijn werk overgenomen door formateur Jan Peter Balkenende, die na twee dagen op 7 juli 2006 het naar hem genoemde kabinet-Balkenende III presenteerde.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties