Kabinet-Balkenende IV

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kabinet-Balkenende IV
ZetelsBalkenendeIV.svg
Coalitie CDA, PvdA, ChristenUnie
Zeteltal TK 41 + 33 + 6 = 80
Premier Jan Peter Balkenende
Beëdiging 22 februari 2007
Demissionair 20 februari 2010
Ontslagdatum 14 oktober 2010
Voorganger Balkenende III
Opvolger Rutte I
Overzicht kabinetten
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Kabinet-Balkenende IV
(demissionair)
Vanaf 23 februari 2010
ZetelsBalkenendeIV zonder PvdA.svg
Coalitie CDA, ChristenUnie
Zeteltal TK 47 zetels (41 + 6), na de verkiezingen van 9 juni 2010: 26 zetels (21 + 5)
Opvolger Rutte I
Overzicht kabinetten
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Het kabinet-Balkenende IV was een Nederlands kabinet, bestaande uit de politieke partijen CDA, PvdA en ChristenUnie. Het kabinet stond onder leiding van premier Jan Peter Balkenende en werd beëdigd op 22 februari 2007, na de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november 2006 en de daaropvolgende kabinetsformatie. Op 20 februari 2010 viel het kabinet naar aanleiding van de besluitvorming over de militaire missie in Uruzgan. De PvdA-bewindslieden boden hun ontslag aan, de overige bewindslieden van CDA en ChristenUnie stelden hun portefeuilles ter beschikking.[1] Op 23 februari werd het ontslag van de PvdA-bewindslieden daadwerkelijk verleend. De beide christelijke partijen bleven aan als demissionair kabinet om Tweede Kamerverkiezingen op 9 juni 2010 voor te bereiden, en tijdens de daaropvolgende formatie. Op 14 oktober 2010 kwam het kabinet ten einde, toen het kabinet-Rutte I werd beëdigd.

Kabinetsformatie[bewerken]

1rightarrow blue.svg Voor het hoofdartikel, zie Kabinetsformatie Nederland 2006-2007

Na de Tweede Kamerverkiezingen op 22 november 2006 ging de kabinetsformatie van start met een verkenning onder leiding van informateur Rein Jan Hoekstra, die uitwees dat een kabinet CDA-PvdA-SP niet mogelijk was. Op 3 januari 2007 begonnen, onder leiding van informateur Herman Wijffels, onderhandelingen over een coalitie CDA-PvdA-ChristenUnie die resulteerden in een regeerakkoord[2], waar de fracties van de drie partijen op 6 februari 2007 mee instemden. Op 9 februari benoemde koningin Beatrix Jan Peter Balkenende tot formateur, waarmee de personele invulling van dit kabinet officieel begon.[3] Op donderdagmiddag 22 februari beëdigde de koningin het nieuwe kabinet, na het constituerend beraad op donderdagochtend.[4]

Motto[bewerken]

Het regeerakkoord droeg het motto: 'Samen werken, samen leven.'[5] In het regeerakkoord zei de coalitie dat het ging om samenwerking voor "groei, duurzaamheid, respect en solidariteit".

Op 7 februari presenteerden de onderhandelaars Balkenende, Bos en Rouvoet het akkoord aan het publiek. Ze zeiden een "samenleving waarin de overheid grenzen stelt" te willen, en en te zullen werken aan "een beter Nederland" waarin de overheid "mensen als bondgenoot tegemoet treedt". De coalitie wilde "investeren in mensen" en bouwen aan "vertrouwen in elkaar en in de toekomst".

Het regeerakkoord was volgens het CDA de noodzakelijke tweede fase na de jaren van hervormingen. Overleg met het maatschappelijk middenveld zou de kern van de nieuwe houding zijn. Zoals Balkenende zei in de regeringsverklaring: "Er is een solide financiële basis. De sociale zekerheid is over een reeks van jaren hervormd (...). Het is nu tijd om samen te werken aan en te investeren in de toekomst. Om bestaande verbanden te verstevigen en nieuwe verbanden te ontdekken en te ontwikkelen."

Programma-ministers[bewerken]

Tijdens de informatie- en formatieperiode van het kabinet-Balkenende IV was er sprake van het aantal ministers terug te brengen of een kernkabinet te vormen. Een beperkt aantal ministers zouden sector-overstijgend moeten werken (beleidssectorbundeling), daarbij ondersteund door een groter aantal staatssecretarissen. Dit voorstel heeft het niet gehaald; wel zijn er twee programma-ministers benoemd. Dit zijn ministers zonder ministerie. Net als ministers zonder portefeuille ressorteren zij onder een ander ministerie; zij hebben echter wel een eigen portefeuille.

Het gaat om de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie en de Minister voor Jeugd en Gezin. Naast deze twee programmaministers zit in het kabinet-Balkenende IV een derde minister zonder ministerie, namelijk de minister voor Ontwikkelingssamenwerking. Dit is een meer gebruikelijke minister zonder portefeuille. In tegenstelling tot een programmaminister zou een projectminister - die vooralsnog niet benoemd is - alleen voor een bepaald beleidsproject (of soms tijdelijk) kunnen worden aangesteld, zoals in het verleden gebeurde voor de voorbereidingen van het jaar 2000 met betrekking tot het niet te voorspellen Millenniumprobleem.

Verloop[bewerken]

Start[bewerken]

Groepsfoto van de bordesscène

Op 22 februari 2007 presenteerde het kabinet zijn coalitieakkoord, de leidraad voor de bewindslieden in het kabinet, gesloten door de drie politieke partijen die met elkaar de regering vormden. Het kabinet werkte de hoofdlijnen uit het akkoord de volgende periode verder uit tot een concreet beleidsprogramma. Dit gebeurde onder meer via gesprekken in het land en op internet. Het beleidsprogramma werd vlak voor de zomer gepresenteerd.

Een van de plannen van het kabinet heet Samenwerken aan Nederland.

De Partij voor de Vrijheid (PVV) maakte nog voor het aantreden van de nieuwe bewindspersonen bezwaar tegen de staatssecretarissen van Justitie en Sociale Zaken en Werkgelegenheid omdat beiden beschikten over een dubbele nationaliteit (de Nederlandse en Turkse, respectievelijk Marokkaanse). De PVV vond dat zij hun niet-Nederlandse identiteit moesten opgeven omdat ze een voorbeeldfunctie hebben en de PVV loyaliteitsproblemen voorzag. Op 1 maart 2007 werd tijdens het debat over de regeringsverklaring door de PVV een motie van wantrouwen ingediend tegen Nebahat Albayrak en Ahmed Aboutaleb omdat zij twee paspoorten hadden en de PVV van mening was "dat het om elke schijn van dubbele loyaliteit en belangenverstrengeling en conflicterende belangen te voorkomen ongewenst is dat kabinetsleden een andere dan de Nederlandse nationaliteit bezitten".[6] Deze motie werd niet door andere partijen gesteund.

Het kabinet besteedde de eerste honderd dagen van de regeerperiode grotendeels aan het rondreizen door het land, om in contact te treden met maatschappelijke organisaties; dit tot ergernis van de parlementaire oppositie, die (in de woorden van D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold) 'buitenspel' meende te staan. Nieuw beleid werd pas gepresenteerd op Prinsjesdag (18 september 2007) en werd effectief in 2008; tot die tijd was Balkenende IV op het gebied van wetgeving en beleid vooral een de facto voortzetting van Balkenende III.

Het idee voor een ontmoetingscampagne zoals de honderd-dagenperiode werd al in 2002 geopperd door toenmalig PvdA-leider Ad Melkert, maar niet uitgevoerd omdat de PvdA in de oppositie belandde.[7]

Belangrijkste veranderingen[bewerken]

André Rouvoet opent in Hilversum-Zuid een Centrum voor Jeugd en Gezin, een van de maatregelen van het kabinet-Balkenende IV.

In de periode van het kabinet-Balkenende IV werden verscheidene maatregelen doorgevoerd en plannen opgesteld.[8]

  • Op 22 maart 2007 werd een lijst van 40 probleemwijken bekendgemaakt, naar toenmalig minister Ella Vogelaar ook wel 'vogelaarwijken' genoemd. In deze probleemwijken werd in de regeringsperiode extra geïnvesteerd.
  • Op 15 juni 2007 trad een generaal pardon in werking, waardoor alle asielzoekers die langer dan zes jaar in Nederland verbleven, in principe mochten blijven.
  • In december 2007 werd de Task Force Uruzgan, die in februari 2006 tot stand was gekomen onder het kabinet-Balkenende II en tot en met 2008 zou gaan duren, met twee jaar verlengd. De missie moest eind 2010 volledig beëindigd zijn.
  • In 2008 werden de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG's) gerealiseerd. Deze centra, onderdeel van het beleid van minister voor Jeugd en Gezin André Rouvoet, zijn een inlooppunt voor ouders, kinderen, jongeren en professionals terecht met allerlei vragen over opvoeden en opgroeien.
  • Toen minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid eind 2008 het ontslagrecht wilde versoepelen, leidde dat tot onenigheid binnen het kabinet. Uiteindelijk verdween het plan van de baan.
  • Op 1 juli 2008 werd door minister Ab Klink van VWS het Nederlandse rookverbod uitgebreid naar de horeca.
  • Eveneens op 1 juli 2008 wordt er een vliegtaks ingevoerd om het milieu minder zwaar te belasten. Exact een jaar later, op 1 juli 2009, wordt de belasting weer afgeschaft.
  • Om de kredietcrisis te bestrijden werd in december 2008 door minister Donner werktijdverkorting ingevoerd voor bedrijven die in de problemen waren gemaakt. Vanaf 1 april 2009 werd deze maatregel vervangen door de deeltijd-ww.
  • Op 25 maart 2009 werd door het kabinet, tezamen met de sociale partners, een crisisakkoord gesloten om de financiële crisis te bestrijden. Onderdeel van het akkoord was de mogelijkheid tot verhoging van de AOW-leeftijd.
  • In april 2009 sloeg het kabinet het advies de Hertogin Hedwigepolder te ontpolderen als natuurcompensatie voor de uitdieping van de Westerschelde in de wind. In plaats daarvan wilde de regering buitendijkse natuur ontwikkelen. Er volgden enkele maanden van discussie, alvorens in oktober 2009 alsnog wordt besloten tot ontpoldering.
  • In april 2009 was er onenigheid over de Nederlandse deelname aan het Joint Strike Fighter-programma. De PvdA wilde niet overgaan tot de aankoop van twee testtoestellen, in tegenstelling tot CDA en ChristenUnie. Uiteindelijk werd als compromis besloten het besluit deelname aan de testfase door te schuiven naar 2010 en pas in 2012, bij een volgend kabinet, te besluiten over een definitieve deelname aan het JSF-programma.
  • ChristenUnie en in mindere mate CDA uitten in 2009 kritiek op de vrijstellingen voor de wekelijkse koopzondagen, waarbij volgens deze partijen misbruik werd gemaakt van de definitie 'toeristisch gebied' - door die definitie konden alle zondagen in een gemeente koopzondagen worden, ook in bijvoorbeeld Almere. De twee partijen wilde het aantal koopzondagen terugdringen, maar een wet was voor de val van het kabinet nog niet ingevoerd.
  • In juli 2009 werd de crisis- en herstelwet vastgesteld, die de procedures rond grote bouw- en infrastructuurprojecten moest versnellen en zo de crisis moest bestrijden. De gang door de Eerste Kamer verliep echter traag, en tijdens de val van het kabinet was de wet nog niet ingevoerd.
  • Vanwege het oplopende begrotingstekort stelde de regering in augustus 2009 de ambitie 35 miljard euro te bezuinigen in 2015. Om de bezuinigingsmogelijkheden te onderzoeken werden twintig werkgroepen ingesteld.
  • In oktober 2009 werd de coalitie het eens over een verhoging van de AOW-leeftijd van 65 naar 67 jaar, ingaande vanaf 2020.
  • Een in februari 2009 ingediend wetsvoorstel door CDA, ChristenUnie en VVD voor een kraakverbod werd op 15 oktober 2009 door de Tweede Kamer aangenomen.
  • Op 12 januari 2010 presenteerde de Commissie-Davids een parlementair onderzoek naar de besluitvorming inzake de Irakoorlog, waarin kritiek wordt geuit op premier Balkenende. Balkenende wees eerst de kritiek af, maar erkende na druk van de PvdA alsnog de kritiek uit het rapport. Een motie van wantrouwen tegen de premier in februari, ingediend door vijf partijen, werd verworpen.

Noemenswaardige gebeurtenissen die buiten het kabinet om plaatsvonden, waren de kredietcrisis vanaf 2007 en de uitkomst van de islamkritische film Fitna van Geert Wilders in maart 2008.

Ontslagaanvraag[bewerken]

Conflict rond Uruzganbesluit[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Kabinetscrisis over het Uruzganbesluit voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op 20 februari 2010 viel het kabinet naar aanleiding van de besluitvorming over de militaire missie in Uruzgan. Na lang overleg op vrijdag 19 februari en de daarop volgende nacht, maakte Jan Peter Balkenende om 4.15 uur 's nachts de val bekend: de PvdA-bewindslieden boden hun ontslag aan en de overige bewindslieden van CDA en ChristenUnie (CU) stelden hun portefeuilles ter beschikking.[1] Op 20 februari deelde Balkenende het ontslag en de terbeschikkingstelling telefonisch mee aan koningin Beatrix, die op skivakantie was. Op 22 februari nam zij het ontslag in beraad en ontving zij adviseurs, vicepremiers en fractievoorzitters in de Tweede Kamer (alsmede de volgende dag).[9] De drie partijen in het kabinet zinspeelden op snelle nieuwe verkiezingen[10][11] en ook de overige partijen in de Tweede Kamer deelden de Koningin mede dat zij het liefst snel verkiezingen wilden, hetzij via een missionair interim-kabinet, hetzij via het huidige demissionaire kabinet.[12]

Op 23 februari verleende de Koningin de PvdA-bewindslieden daadwerkelijk hun ontslag en werd bekend dat de bewindslieden van CDA en CU aanblijven in een demissionair kabinet, waarbij de CDA- en CU-bewindslieden de portefeuilles van hun PvdA-collega's overnemen. Het demissionaire kabinet zal de lopende zaken waarnemen tot aan de vorming van een nieuw kabinet na de Tweede Kamerverkiezingen op 9 juni 2010.[13] De demissionaire status van het kabinet heeft als belangrijke consequentie dat het geen zogenoemde "controversiële onderwerpen" kan behandelen. Een door een informateur en formateur samengesteld rompkabinet zou als missionair kabinet de bevoegdheid hiertoe wél hebben gehad.[14] Omdat er geen nieuwe formatie heeft plaatsgevonden behoudt het kabinet de naam Balkenende IV.

Afwikkeling lopende zaken[bewerken]

De Eerste en Tweede Kamer besloten in de week van 8 maart welke onderwerpen formeel "controversieel" verklaard werden.

De Eerste Kamer heeft op 9 maart geen enkel onderwerp controversieel verklaard. Zie voor de onderwerpen en de stemverhouding de bijgevoegde koppeling. [15]

De Tweede Kamer heeft donderdag 11 maart een lijst met ruim driehonderd onderwerpen opgesteld die niet meer met het demissionaire kabinet worden besproken. Vergeleken met de voorstellen die de Kamercommissies eerder deden, veranderde er weinig. De grootste wijziging was het voorstel om het drankgebruik onder jongeren in te dammen. Daar wordt nu alsnog over gepraat. Eerder werd al duidelijk dat de AOW, de JSF, de kilometerheffing en de beperking van de ontslagvergoeding controversieel werden.[16]

De Tweede Kamer nam op 11 maart een motie van treurnis aan tegen minister Gerda Verburg wegens het verschijnen van de Glossy Gerda. Ook de minister-president neemt afstand van het handelen in dit dossier van zijn partijgenote.[17]

De Eerste Kamer heeft op 16 maart de Crisis- en herstelwet, inclusief novelle, aangenomen.[18]

Op 6 april besloot minister Van Middelkoop van Defensie een tweede brief van de NAVO over Afghanistan vertrouwelijk naar de Tweede Kamer te sturen.[19]

Op 7 mei ging de Tweede Kamer akkoord met de steunmaatregelen aan Griekenland.[20]

Op 11 mei ging de Tweede Kamer akkoord met het noodplan om de euro te redden. [21]

Woensdag 21 juli hielden de commissies voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Economische Zaken (EZ) een algemeen overleg over de sluiting van de MSD-vestiging in Oss. Namens het demissionaire kabinet was minister Van der Hoeven van Economische Zaken aanwezig. De Kamerleden van de commissies voor SZW en EZ onderbraken hun zomerreces voor dit algemeen overleg.[22]

Op 17 augustus maakte minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingrijpen bekend bij 14 pensioenfondsen middels een brief aan de Tweede Kamer. Per 1 januari 2011 zullen de pensioenen van 160.000 Nederlanders 1 tot 14% worden verlaagd. [23] De SP roept hierop de Tweede Kamer terug van het reces om op 24 augustus met de minister te debatteren over de pensioenen. [24]

Op 21 september sprak koningin Beatrix de troonrede [25] uit van het demissionaire kabinet en diende de minister van financiën Jan Kees de Jager de miljoennota 2011 in. [26]

Samenstelling[bewerken]

Het kabinet bestaat uit de volgende ministers en staatssecretarissen (sinds Balkenende het ontslag van de PvdA-ministers aanbood en de ambten van de overige ministers en staatssecretarissen ter beschikking stelde, staat er demissionair voor hun functie):

Ministers[bewerken]

Het kabinet-Balkenende IV telde bij zijn aantreden 16 ministers: 8 van het CDA, 6 van de PvdA en 2 van de ChristenUnie.[27] De ministers voor Ontwikkelingssamenwerking, voor Wonen, Wijken en Integratie en voor Jeugd en Gezin zijn minister zonder portefeuille, waarbij de laatste twee ook wel programma-ministers worden genoemd.


Ministerschap Minister Partij Opmerking(en)
Minister-president (MP) en minister van Algemene Zaken (AZ) Balkenende Dutch politician kabinet Balkenende IV.jpg Jan Peter Balkenende (1956) CDA
Minister van Financiën (Fin.) Bos Wouter Bos (1963) PvdA Bos was tevens vicepremier. Afgetreden op 23 februari 2010
De Jager Jan Kees de Jager (1969) CDA vanaf 23 februari 2010
Minister van Buitenlandse Zaken (BZ) / (BuZa Verhagen Maxime Verhagen (1956) CDA
Minister van Justitie (Justitie) Hirsch Ballin Ernst Hirsch Ballin (1950) CDA
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) / (BiZa) Ter Horst Guusje ter Horst (1952) PvdA afgetreden op 23 februari 2010
Hirsch Ballin Ernst Hirsch Ballin (1950) CDA vanaf 23 februari 2010
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) Plasterk Ronald Plasterk (1957) PvdA afgetreden op 23 februari 2010
Rouvoet André Rouvoet (1962) ChristenUnie vanaf 23 februari 2010
Minister van Defensie (Defensie) Middelkoop Eimert van Middelkoop (1949) ChristenUnie
Minister van Verkeer en Waterstaat (V&W) Eurlings Camiel Eurlings (1973) CDA
Minister van Economische Zaken (EZ) Van der Hoeven Maria van der Hoeven (1949) CDA
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) Verburg Gerda Verburg (1957) CDA
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) / (SoZa) Donner Piet Hein Donner (1948) CDA
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) Klink Ab Klink (1958) CDA
Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) Cramer Jacqueline Cramer (1951) PvdA afgetreden op 23 februari 2010
Huizinga Tineke Huizinga (1960) ChristenUnie Vanaf 23 februari 2010
Ministers zonder portefeuille
Minister voor Ontwikkelingssamenwerking (OS) bij (BuZa) Koenders Bert Koenders (1958) PvdA afgetreden op 23 februari 2010
Verhagen Maxime Verhagen (1956) CDA vanaf 23 februari 2010
Minister voor Wonen, Wijken en Integratie bij (VROM) Vogelaar Dutch politician kabinet Balkenende IV.jpg Ella Vogelaar (1949) PvdA Vogelaar trad op 14 november 2008 af nadat zij het vertrouwen van haar partij had verloren.
Eberhard van der Laan Eberhard van der Laan (1955) PvdA vanaf 14 november 2008, afgetreden op 23 februari 2010
Middelkoop Eimert van Middelkoop (1949) ChristenUnie vanaf 23 februari 2010
Minister voor Jeugd en Gezin bij (VWS) Rouvoet André Rouvoet (1962) ChristenUnie Rouvoet was tevens vicepremier .

Staatssecretarissen[bewerken]

Het kabinet Balkenende IV telt elf staatssecretarissen: 4 van het CDA, 6 van de PvdA en 1 van de ChristenUnie. Dat is één meer dan onder het kabinet-Balkenende II. De departementen Binnenlandse Zaken en Justitie hebben weer een staatssecretaris, waar in de voorgaande kabinetten zaken door een minister zonder portefeuille werden geregeld. De staatssecretaris op VROM is komen te vervallen na de instelling van de minister voor Wonen, Wijken en Integratie.

Ministerie Beleidsterrein Staatssecretaris Partij Opmerking(en)
Binnenlandse Zaken Financiën lagere overheden, provincies en gemeenten, publieke dienstverlening, persoonsgegevens, Koninkrijksrelaties en verkiezingsproces Bijleveld Ank Bijleveld (1962) CDA
Defensie Personeel en materieel Van der Knaap Cees van der Knaap (1951) CDA afgetreden op 18 december 2007 in verband met benoeming tot burgemeester van Ede per 21 januari 2008
De Vries Jack de Vries (1968) CDA van 18 december 2007 tot 14 mei 2010, afgetreden in verband met druk naar aanleiding van een buitenechtelijke relatie met zijn adjudante.
Financiën Belastingen (Fiscale Zaken) De Jager Jan Kees de Jager (1969) CDA vanaf 23 februari 2010 minister
Justitie Vreemdelingenzaken en TBS-beleid Albayrak Nebahat Albayrak (1968) PvdA afgetreden op 23 februari 2010
Onderwijs Voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs Van Bijsterverldt Marja van Bijsterveldt
(1961)
CDA
Basisscholen en kinderopvang Dijksma Sharon Dijksma (1971) PvdA afgetreden op 23 februari 2010
Sociale Zaken en Werkgelegenheid Arbeidsmarktbeleid, Werk en Bijstand, leer- en werkplicht en sociale werkvoorzieningen Aboutaleb Ahmed Aboutaleb (1961) PvdA afgetreden op 18 december 2008 in verband met benoeming tot burgemeester van Rotterdam per 1 januari 2009
Jetteklijnsma.jpg Jetta Klijnsma (1957) PvdA van 18 december 2008 tot 23 februari 2010
Verkeer en Waterstaat Waterbeleid, KNMI en stads- en streekvervoer Huizinga Tineke Huizinga (1960) ChristenUnie vanaf 23 februari 2010 minister van VROM
Volksgezondheid, Welzijn en Sport Maatschappelijke ondersteuning, verpleging en verzorging, sociaal beleid, ouderen, sport, medisch-ethische vraagstukken, biotechnologie en oorlogsgetroffenen Bussemaker Jet Bussemaker (1961) PvdA afgetreden op 23 februari 2010
Staatssecretarissen die zich in het buitenland "minister" mogen noemen
Buitenlandse Zaken Europese Zaken Timmermans Frans Timmermans (1961) PvdA afgetreden op 23 februari 2010
Economische Zaken Buitenlandse Handel;
MKB, Toerisme, Telecom, ICT [28]
Heemskerk Frank Heemskerk (1969) PvdA afgetreden op 23 februari 2010

Personele wijzigingen[bewerken]

  • Op 18 december 2007 trad Cees van der Knaap, staatssecretaris op het ministerie van Defensie, af in verband met zijn benoeming tot burgemeester van Ede per 21 januari 2008. Hij werd dezelfde dag opgevolgd door zijn partijgenoot Jack de Vries.
  • Op 14 november 2008 trad Ella Vogelaar, Minister voor Wonen, Wijken en Integratie, af nadat zij het vertrouwen van haar partij, de Partij van de Arbeid, had verloren. Zij werd dezelfde dag opgevolgd door haar partijgenoot Eberhard van der Laan.
  • Op 18 december 2008 trad Ahmed Aboutaleb, staatssecretaris op het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, af in verband met zijn benoeming tot burgemeester van Rotterdam per 1 januari 2009. Hij werd dezelfde dag opgevolgd door zijn partijgenoot Jetta Klijnsma.
  • Op 20 februari 2010 traden de bewindslieden van de Partij van de Arbeid af na onenigheid over het al dan niet verlengen van de missie in Uruzgan, Afghanistan. Op 23 februari werd hun ontslag door de koningin ondertekend. De taak van de PvdA-bewindslieden wordt tot de vorming van een nieuw kabinet op basis van de verkiezingen van 9 juni 2010 overgenomen door bewindslieden van CDA en ChristenUnie. Twee staatssecretarissen werden minister: Jan Kees de Jager werd benoemd tot minister van Financiën en Tineke Huizinga tot minister van VROM. Voor de overige door het aftreden van de PvdA-bewindslieden vacant gekomen ministersposten werden dubbelmandaten gecreëerd; de staatssecretarissen werden niet vervangen.
  • Op 14 mei 2010 trad Jack de Vries, staatssecretaris op het Ministerie van Defensie, af nadat hij in opspraak was gekomen door een affaire met zijn persoonlijke adjudant.

Reden ontslagaanvraag[bewerken]

Wetenswaardigheden[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b Verklaring premier Balkenende, NU.nl, 20 februari 2010
  2. Coalitieakkoord tussen CDA, PvdA en ChristenUnie - Rijksvoorlichtingsdienst, 7 feb 2007.
  3. Balkenende benoemd tot formateur, NOS.nl, 9 feb 2007.
  4. Nieuw kabinet wordt beëdigd op 22 februari - Rijksvoorlichtingsdienst, 19 feb 2007.
  5. Kabinet: 'Samen werken, samen leven', RTL.nl, 7 feb 2007.
  6. Kamerstuk 2006-2007, 30891, nr. 22, Tweede Kamer
  7. Praten met de burger, niet met de Kamer, NRC Handelsblad, 27 maart 2007
  8. Onder andere op basis van: "Wat het kabinet in drie jaar heeft bereikt", de Volkskrant, 22 februari 2010
  9. Koningin begint maandag gesprekken, NOS Nieuws, 20 februari 2010
  10. Bos wil verkiezingen voor de zomer, AD.nl, 20 februari 2010
  11. Verkiezingen in aantocht, DePers.nl, 20 februari 2010
  12. Fractievoorzitters willen snel verkiezingen, RNW.nl, 22 februari 2010.
  13. Tweede Kamer 9 juni, NU.nl, 23 februari 2010.
  14. Rompkabinet? Ontbindingsbesluit? Termen verklaard. de Volkskrant (22 februari 2010) Geraadpleegd op 1 maart 2010
  15. http://www.eerstekamer.nl/id/vidcpam2gqsn/document_extern/voorstellen_controversieelverklarin/f=/vidcpb617pkk.pdf
  16. Lijst van controversiële onderwerpen 11 maart
  17. Kamerdebat over Glossy Gerda
  18. Crisis- en herstelwet aangenomen en overig nieuws
  19. Brief NAVO vertrouwelijk naar Kamer
  20. Kamer voor steun Griekenland
  21. Kamer akkoord met noodplan euro
  22. Sluiting MSD-vestiging Oss
  23. Minister Donner grijpt hard in bij 14 pensioenfondsen
  24. Kamer komt terug van reces voor pensioendebat
  25. Tekst Troonrede
  26. Miljoenennota 2011
  27. Ontslag bewindslieden kabinet-Balkenende III en benoeming bewindslieden kabinet-Balkenende IV. Rijksoverheid.nl, 20 februari 2007
  28. Precieze portefeuille-indeling (en verschuiving) na constituerend beraad 22 febr. 2007 / EZ: DutchMedia Weblog, David de Jong, 26 feb 2007, 19:28 uur
  29. Brief van minister-president Balkenende aan de Tweede Kamer d.d. 20 april 2007
Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Coalitieakkoord tussen de Tweede Kamerfracties van CDA, PvdA en ChristenUnie op Wikisource