Kabinet-Kiesinger
Het kabinet-Kiesinger (ook wel de "Grote Coalitie" genoemd) regeerde van 1 december 1966 tot 21 oktober 1969 over de Bondsrepubliek Duitsland. Het was de eerste federale coalitie van CDU/CSU en SPD in de Bondsrepubliek.
Geschiedenis [bewerken]
Na de Bondsdagverkiezingen van 1965 werd de coalitie van CDU/CSU en FDP onder bondskanselier Ludwig Erhard voortgezet. Een klein jaar later ontstond echter een kabinetscrisis toen de FDP haar ministers uit de regering terugtrok (27 oktober 1966). Binnen de CDU werd druk uitgeoefend op bondskanselier Erhard om af te treden. Op 10 november werd Kurt Georg Kiesinger, die op dat moment minister-president van Baden-Würrtemberg was, door de fractie van de CDU/CSU aangewezen als kandidaat-bondskanselier. Van de 245 fractieleden ondersteunden 118 de kandidatuur van Kiesinger[1]. De CDU voelde er weinig voor om nieuwe onderhandelingen met de FDP aan te knopen, en besloot met de SPD van Willy Brandt te gaan onderhandelen over een nieuwe coalitieregering. De onderhandelingen verliepen (mede dankzij de inspanningen van Brandt, die te maken had met strubbelingen binnen zijn eigen SPD[2]) buitengewoon vlot en op 1 december 1966 werd Kurt Georg Kiesinger gekozen tot bondskanselier van een kabinet bestaande uit CDU/CSU en SPD: de eerste "Grote Coalitie" ("Grosse Koalition") was een feit. Brandt werd vicekanselier en bondsminister van Buitenlandse Zaken.
Ondanks het streven dat de coalitie alleen maar aan zou blijven tot aan de nieuwe bondsdagverkiezingen van 1969, waren de betrekkingen tussen CDU/CSU en SPD goed, hoewel er binnen de laatste partij kritiek bestond op de coalitie. De nieuwe regering streefde naar het op orde brengen van de begroting en verbetering van de buitenlandse betrekkingen met Oost-Europese staten. De erkenning van de Duitse Democratische Republiek (DDR), die werd nagestreefd door de SPD, werd echter door de CDU/CSU van de hand gewezen. Hoogstens kon gewerkt worden aan de geleidelijke erkenning van het socialistische buurland.
In haar buitenlandpolitiek streefde de grote coalitie naar een grotere soevereiniteit voor de Bondsrepubliek. Zo wilde men de nog bestaande praktijk dat de geallieerden bij interne onrust (bijvoorbeeld een staatsgreep of iets dergelijks) konden ingrijpen in de soevereiniteit van de Bondsrepubliek ongedaan maken. De geallieerden eisten echter de invoering van noodwetten zodat de Bondsregering bij geval van politieke onrust in te kunnen ingrijpen. Om dergelijke noodwetten door het parlement te loodsen was echter een tweederdemeerderheid nodig in de Bondsdag. De oppositie, zowel in het parlement (FDP) als buiten het parlement (studentenbeweging, vakbonden, etc.) was echter bijzonder fel gekant tegen noodwetten. Op 27 mei 1968 stemden CDU/CSU en SPD - behoudens 54 parlementariërs - voor de noodwetten, terwijl de FDP tegen stemde. Op 28 juni werden de wetten van kracht en besloot de Geallieerde Controleraad af te zien van militair ingrijpen in de Bondsrepubliek bij interne onrust.
Aanvankelijk wilden CDU en SPD het meerderheidskiesrecht invoeren waardoor coalities in de toekomst niet meer nodig waren. Een partijdag van de SPD in 1968 wees het regeringsvoorstel echter (voorlopig) af.
In 1969 kwam de grote coalitie te einde toen er na de Bondsdagverkiezingen van dat jaar een coalitie van SPD en FDP (de zgn. "sociaalliberale coalitie") aantrad.
Kabinet-Kiesinger [bewerken]
| Functie | Persoon | Partij |
|---|---|---|
| Bondskanselier | Kurt Georg Kiesinger | CDU |
| Plaatsvervanger van de Bondskanselier | Willy Brandt | SPD |
| Bondsminister van Buitenlandse Zaken | Willy Brandt | SPD |
| Bondsminister van Binnenlandse Zaken | Paul Lücke tot 2 april 1968 Ernst Benda |
CDU |
| Bondsminister van Justitie | Gustav Heinemann tot 26 maart 1969 Horst Ehmke |
SPD |
| Bondsminister van Financiën | Franz Josef Strauss | CSU |
| Bondsminister van Economische Zaken | Karl Schiller | SPD |
| Bondsminister van Voedselvoorziening, Landbouw en Bosbouw | Hermann Höcherl | CSU |
| Bondsminister van Arbeid en Sociale Voorzieningen | Hans Katzer | CDU |
| Bondsminister van Verdediging | Gerhard Schröder | CDU |
| Bondsminister van Verkeer | Georg Leber | SPD |
| Bondsminister van Posterijen en Communicatie | Werner Dollinger | SPD |
| Bondsminister van Woningbouw en Stedenbouw | Lauritz Lauritzen | SPD |
| Bondsminister voor Verdrevenen, Vluchtelingen en Oorlogsslachtoffers | Kai-Uwe von Hassel tot 5 februari 1969 Heinrich Windelen vanaf 7 februari 1969 |
CDU |
| Bondsminister voor Gezamenlijke Duitse Aangelegenheden | Herbert Wehner | SPD |
| Bondsminister voor Aangelegenheden m.b.t. de Bondsraad en de Deelstaten | Carlo Schmid | SPD |
| Bondsminister voor Familie en Jeugd | Bruno Heck tot 2 oktober 1968 Aenne Brauksiepe vanaf 16 oktober 1968 |
CDU |
| Bondsminister voor Wetenschappelijk Onderzoek | Gerhald Stoltenberg | CDU |
| Federale Schatkistbewaarder | Kurt Schmücker | CDU |
| Bondsminister voor Economische Samenwerking | Hans-Jürgen Wischnewski tot 2 oktober 1968 Erhard Eppler vanaf 16 oktober 1968 |
FDP CSU |
| Bondsminister van Volksgezondheid | Käte Strobel | CDU |
Zie ook [bewerken]
Bronnen, noten en/of referenties
|
| Duitse kabinetten 1871-heden | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|||||||||||