Kabinet-Kok II

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kabinet-Kok II
ZetelsKokII.svg
Coalitie PvdA, VVD, D66
Zeteltal TK 45 + 38 + 14 = 97
Premier Wim Kok
Beëdiging 3 augustus 1998
Demissionair 16 april 2002
Ontslagdatum 22 juli 2002
Voorganger Kok I
Opvolger Balkenende I
Overzicht kabinetten
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Het kabinet-Kok II was het Nederlandse kabinet van 3 augustus 1998 tot 22 juli 2002. Het staat ook bekend als het tweede Paarse kabinet.

Kabinetsformatie[bewerken]

De kabinetsformatie verliep als volgt:

Samenstelling[bewerken]

Het kabinet bestond uit de volgende ministers en staatssecretarissen:

Groepsfoto na de beëdiging

Ministers[bewerken]

Minister-president, minister van Algemene Zaken Wim Kok PvdA
Viceminister-president en minister van Economische Zaken Annemarie Jorritsma VVD
Viceminister-president en minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Els Borst D66
Minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen VVD
Minister van Justitie Benk Korthals VVD
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Bram Peper PvdA afgetreden 13 maart 2000
Roger van Boxtel D66 13 - 24 maart 2000
Klaas de Vries PvdA 24 maart 2000
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen Loek Hermans VVD
Minister van Financiën Gerrit Zalm VVD
Minister van Defensie Frank de Grave VVD
Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Jan Pronk PvdA
Minister van Verkeer en Waterstaat Tineke Netelenbos PvdA
Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij Haijo Apotheker D66 afgetreden 7 juni 1999
Laurens Jan Brinkhorst D66 8 juni 1999
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Klaas de Vries PvdA afgetreden 24 maart 2000
Willem Vermeend PvdA 24 maart 2000
Minister voor Ontwikkelingssamenwerking Eveline Herfkens PvdA
Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid Roger van Boxtel D66

Staatssecretarissen[bewerken]

Verloop[bewerken]

Weliswaar verloor D66, de initiatiefnemer van 'paars', maar PvdA en VVD wonnen voldoende om, desnoods zonder de Democraten, samen verder te gaan. De oppositie van het CDA had kennelijk niet overtuigd.

Maar vanaf de aantreding liep de samenwerking in het 2e kabinet-Kok veel stroever dan in het 1e kabinet van paars. Wel regeerde Kok II onder een gelukkig gesternte: de Nederlandse economie maakte een ongekende bloei door. Het vinden van nieuwe bezuinigingen maakte plaats voor de strijd om de verdeling van de meevallers.

Marktwerking was een belangrijk aspect van de kabinetten-Kok. Tijdens het kabinet-Kok I waren de Nederlandse Spoorwegen geprivatiseerd, met een beursgang als uiteindelijk doel. Omdat er nog geen concurrentie op het spoor was gekomen zag Kok II af van deze beursgang.

In het kader van verdere marktwerking pakte de regering ook de taxibranche aan. Terwijl voordien alleen met zelfregulering werd gewerkt, werd de vrijheid in de branche aan banden gelegd met de taxiwet uit 2000.

In 2001 werd de nieuwe vreemdelingenwet ingevoerd.

Personele wijzigingen[bewerken]

Op 7 juni 1999 trad Haijo Apotheker (D66), die als voormalig lokaal politicus niet kon aarden in de landelijke politiek, af als minister van van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Hij werd de daaropvolgende dag opgevolgd door Laurens Jan Brinkhorst.

Op 13 maart 2000 trad Bram Peper (PvdA) af als minister van van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties naar aanleiding van een openbaar bekend geworden affaire die dateerde uit de tijd dat hij burgemeester van Rotterdam was. Hij werd gedurende 11 dagen ad interim vervangen door Roger van Boxtel, die al minister zonder portefeuille op hetzelfde departement was. Op 24 maart 2000 werd Klaas de Vries als opvolger van Peper benoemd. Zijn functie als minister van van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werd op dezelfde dag overgenomen door Willem Vermeend. Diens functie als staatssecretaris van Financiën werd, eveneens op 24 maart, overgenomen door Wouter Bos.

Op 31 december 2000 trad Job Cohen (PvdA) af als staatssecretaris van Justitie naar aanleiding van zijn benoeming tot burgemeester van Amsterdam. Op 2 januari 2001 werd Ella Kalsbeek beëdigd als zijn opvolger.

Kabinetscrisis mei 1999[bewerken]

Een kabinetscrisis was het gevolg van de zogenoemde Nacht van Wiegel.

De Eerste Kamer verwierp op 19 mei 1999 het wetsvoorstel in tweede lezing tot invoering in de Grondwet van de mogelijkheid van een correctief wetgevingsreferendum. Het kabinet bood daarop zijn ontslag aan.

  • Ontslagaanvraag kabinet: 19 mei 1999
  • Ontslagaanvraag ingetrokken: 8 juni 1999
  • Informateur Herman Tjeenk Willink (PvdA), 18 dagen

Kritiek op Paars[bewerken]

Kritiek op de Paarse kabinetten kwam vooral uit neorechtse hoek met Pim Fortuyn als voorman. Hij stelde in het boek De puinhopen van 8 jaar paars dat het Paarse kabinet schuldig was aan een 8 jaar lang durend wanbeleid in de zorg en andere vitale sectoren in het land. Zijn partij de Lijst Pim Fortuyn wist bij de verkiezingen van 2002 26 zetels te behalen, nadat Fortuyn de week daarvoor door de dierenactivist Volkert van der Graaf was vermoord.

Reden ontslagaanvraag[bewerken]

NIOD-rapport over Srebrenica[bewerken]

Het kabinet diende op 16 april 2002 zijn ontslag in naar aanleiding van het NIOD-rapport over Srebrenica (Srebrenica-crisis). Er waren nog slechts 29 dagen te gaan tot de reguliere verkiezingen op 15 mei 2002. Daarom werden er naar aanleiding van dit aftreden geen vervroegde verkiezingen uitgeschreven. Het kabinet werd demissionair en kreeg de opdracht de lopende zaken waar te nemen, waaronder ook de reeds geplande verkiezingen vielen. Het ontslag werd verleend op 22 juli 2002, toen na de formatieperiode het kabinet-Balkenende I in functie trad.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties