Kabinet-Prodi II

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Politiek in Italië

Emblem of Italy.svg
Politiek in Italië


Portaal  Portaalicoon  Politiek
Portaal  Portaalicoon  Italië

Het Italiaanse kabinet-Prodi II trad op 17 mei 2006 aan en volgde hiermee het Kabinet-Berlusconi III op. Het kabinet wordt geleid door Romano Prodi die van 1996 tot 1998 ook al premier was geweest. Het kabinet bestaat uit 25 ministers die voor het grootste deel lid zijn van de Olijfboomcoalitie, de grootste subcoalitie binnen de De Unie. Op 21 februari 2007 diende Prodi het ontslag in van zijn kabinet bij de Italiaanse president Giorgio Napolitano, een keuze die door de president aanvaard werd. Het kabinet viel nadat het Afghanistan-beleid van Kabinet Prodi II met 2 stemmen strandde in de Senato della Repubblica met 158 stemmen voor en 136 senatoren tegen.

Op 22 en 23 februari 2007 sprak de Italiaanse president Giorgio Napolitano met de partijleiders hoe het verder moest toen Romano Prodi zijn ontslag aanbood. De meeste partijleiders adviseerden de Italiaanse president vervroegde verkiezingen te houden. Op 24 februari vroeg Napolitano Prodi aan te blijven als premier. Hiervoor had hij wel vertrouwen nodig van het Parlement van Italië.

Op 24 januari 2008 zegde de Italiaanse senaat na een aantal corruptiezaken met 161 tegen 156 stemmen het vertrouwen in het kabinet-Prodi op, wat het einde ervan betekende. De val leidde tot nieuwe parlementsverkiezingen in april. Deze verkiezingen werden gewonnen door Silvio Berlusconi met zijn Volk van de Vrijheid. Op 8 mei werd de regering-Berlusconi IV geïnstalleerd, onder leiding van Berlusconi.

Verloop van de regering[bewerken]

De regering-Prodi II werd gekenmerkt door onderlinge tegenstrijdigheden tussen de gematigde partijen en de extreem-linkse partijen. Tot de gematigde partijen behoorden Democratici di Sinistra, La Margherita en Movimento Repubblicani Europei. Deze partijen gingen op in de centrum-linkse partij Democratische Partij. Tot de extreem-linkse partijen behoorden de Partito della Rifondazione Comunista, de Partito dei Comunisti Italiani, de Groene Federatie en Democratisch Links. Deze partijen gingen op in de extreem-linkse partij De linkse Regenboog.

Crisis februari 2007[bewerken]

Op 21 februari 2007 viel de regering nadat het buitenlandse beleid van de regering werd afgewezen. Struikelblokken waren de plannen van minister D'Alema om de ruim 1900 Italiaanse militairen in Afghanistan te houden en de uitbreiding van de Amerikaanse basis in Italiaanse Vicenza. De oppositie was daar tegen. Voor een meerderheid in de Senaat was het nodig 160 senatoren voor zouden stemmen, maar de regering kreeg 158 senatoren achter zich. Twee communistische senatoren (die deel uitmaakten van de coalitie) protesteerden tegen de plannen door de oppositie te steunen. Alhoewel Prodi niet verplicht was op te stappen, deed hij dat toch, want D'Alema had vooraf gezegd dat het kabinet zou aftreden als zijn beleid niet werd gesteund.

Nadat Prodi zijn ontslag aanbod aan president Giorgio Napolitano, vroeg de president na gesprekken met verschillende politieke partijen, aan Prodi om aan te blijven als premier. Prodi stemde daarmee in, op voorwaarde dat hij nog op een meerderheid kon rekenen. Dit was ook het geval, en hierdoor kon Prodi doorgaan met zijn regering.

Val van de regering[bewerken]

Begin januari 2008 trad de minister van Justitie Clemente Mastella, die tevens de leider is van de politieke partij Volksalliantie- UDEUR af nadat zijn vrouw Sandra Lonardo onder huisarrest was gezet vanwege beschuldigingen van corruptie. In eerste instantie beloofde hij de regering te blijven steunen, maar na een paar dagen kwam hij daarop terug. Met drie senatoren in de Italiaanse senaat, was deze partij noodzakelijk voor de centrum-linkse regering-Prodi om door te kunnen gaan, want hierdoor was de regering haar kleine meerderheid kwijtgeraakt.

Vanwege de gebeurtenis besloot Prodi aan het parlement het vertrouwen te vragen. In de Kamer van Afgevaardigden kreeg hij genoeg parlementariërs achter zich, maar in de senaat werd op 24 januari 2008 zijn regering weggestemd met 161 senatoren tegen de regering, en 156 senatoren voor de regering. Prodi trok zijn conclusies en diende zijn ontslag als premier in bij president Giorgio Napolitano, die het accepteerde. De president gaf de president van de senaat Franco Marini de taak een interim-regering te vormen om het Italiaanse kiesstelsel te hervormen, voordat er nieuwe verkiezingen gehouden zouden worden. Maar Marini slaagde hier niet in, en op 6 februari schreef Napolitano nieuwe verkiezingen uit [1]. In het voorjaar waren er nieuwe verkiezingen, die overtuigend door Berlusconi werden gewonnen. Prodi maakte in maart 2008 bekend dat hij na de parlementsverkiezingen van half april niet terugkeert in de Italiaanse politiek. Wel houdt hij de mogelijkheid open van een functie in de internationale politiek. "De wereld is vol mogelijkheden en er zijn veel mensen die op hulp en vrede wachten", zei Prodi op de Italiaanse televisie [2].

Samenstelling[bewerken]

De partijen die deel uitmaakten van het kabinet:

Ministers[bewerken]

Minister-President[bewerken]

Ministers (met portefeuille), onderministers en staatssecretarissen[bewerken]

Ministers, onderministers en staatssecretarissen zonder portefeuille[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties