Kabinet-Balkenende IV
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Het kabinet-Balkenende IV was een Nederlands kabinet, bestaande uit de politieke partijen CDA, PvdA en ChristenUnie. Het kabinet stond onder leiding van premier Jan Peter Balkenende en werd beëdigd op 22 februari 2007, na de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november 2006 en de daaropvolgende kabinetsformatie. Op 20 februari 2010 viel het kabinet naar aanleiding van de besluitvorming over de militaire missie in Uruzgan. De PvdA-bewindslieden boden hun ontslag aan, de overige bewindslieden van CDA en ChristenUnie stelden hun portefeuilles ter beschikking.[1] Op 23 februari werd het ontslag van de PvdA-bewindslieden daadwerkelijk verleend. De beide christelijke partijen bleven aan als demissionair kabinet om Tweede Kamerverkiezingen op 9 juni 2010 voor te bereiden, en tijdens de daaropvolgende formatie. Op 14 oktober 2010 kwam het kabinet ten einde, toen het nieuwe kabinet-Rutte werd beëdigd.
Inhoud |
[bewerken] Kabinetsformatie
Na de Tweede Kamerverkiezingen op 22 november 2006 ging de kabinetsformatie van start met een verkenning onder leiding van informateur Rein Jan Hoekstra, die uitwees dat een kabinet CDA-PvdA-SP niet mogelijk was. Op 3 januari 2007 begonnen, onder leiding van informateur Herman Wijffels, onderhandelingen over een coalitie CDA-PvdA-ChristenUnie die resulteerden in een regeerakkoord[2], waar de fracties van de drie partijen op 6 februari 2007 mee instemden. Op 9 februari benoemde koningin Beatrix Jan Peter Balkenende tot formateur, waarmee de personele invulling van dit kabinet officieel begon.[3] Op donderdagmiddag 22 februari beëdigde de koningin het nieuwe kabinet, na het constituerend beraad op donderdagochtend.[4]
- Ontslagaanvraag vorig Kabinet (Kabinet Balkenende III): 22 november 2006
- Beëdiging kabinet: 22 februari 2007
- Duur formatie: 91 dagen, exact drie maanden
- Informateur: Rein Jan Hoekstra (CDA), 26 dagen
- Informateur: Herman Wijffels (CDA), 50 dagen
- Formateur: Jan Peter Balkenende (CDA), 12 dagen
[bewerken] Motto
Het regeerakkoord draagt het motto: 'Samen werken, samen leven.'[5] In het regeerakkoord zegt de coalitie dat het gaat om samenwerking voor "groei, duurzaamheid, respect en solidariteit".
Op 7 februari presenteerden de onderhandelaars Balkenende, Bos en Rouvoet het akkoord aan het publiek. Ze willen een "samenleving waarin de overheid grenzen stelt", en zullen werken aan "een beter Nederland" waarin de overheid "mensen als bondgenoot tegemoettreedt". De coalitie zal "investeren in mensen" en bouwen aan "vertrouwen in elkaar en in de toekomst".
Het regeerakkoord is volgens het CDA de noodzakelijke tweede fase na de jaren van hervormingen. Overleg met het maatschappelijk middenveld zou de kern van de nieuwe houding zijn. Zoals Balkenende zei in de regeringsverklaring: "Er is een solide financiële basis. De sociale zekerheid is over een reeks van jaren hervormd (...). Het is nu tijd om samen te werken aan en te investeren in de toekomst. Om bestaande verbanden te verstevigen en nieuwe verbanden te ontdekken en te ontwikkelen."
[bewerken] Programma-ministers
Tijdens de informatie- en formatieperiode van het kabinet-Balkenende IV was er sprake van het aantal ministers terug te brengen of een kernkabinet te vormen. Een beperkt aantal ministers zouden sector-overstijgend moeten werken (beleidssectorbundeling), daarbij ondersteund door een groter aantal staatssecretarissen. Dit voorstel heeft het niet gehaald; wel zijn er twee programma-ministers benoemd. Dit zijn ministers zonder ministerie. Net als ministers zonder portefeuille ressorteren zij onder een ander ministerie; zij hebben echter wel een eigen portefeuille.
Het gaat om de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie en de Minister voor Jeugd en Gezin. Naast deze twee programmaministers zit in het kabinet-Balkenende IV een derde minister zonder ministerie, namelijk de minister voor Ontwikkelingssamenwerking. Dit is een meer gebruikelijke minister zonder portefeuille. In tegenstelling tot een programma-minister zou een projectminister - die vooralsnog niet benoemd is - alleen voor een bepaald beleidsproject (of soms tijdelijk) kunnen worden aangesteld, zoals in het verleden gebeurde voor de voorbereidingen van het jaar 2000 met betrekking tot het niet te voorspellen Millenniumprobleem.
[bewerken] Verloop
[bewerken] Start
Op 22 februari 2007 presenteerde het kabinet zijn coalitieakkoord, de leidraad voor de bewindslieden in het kabinet, gesloten door de drie politieke partijen die met elkaar de regering vormden. Het kabinet werkte de hoofdlijnen uit het akkoord de volgende periode verder uit tot een concreet beleidsprogramma. Dit gebeurde onder meer via gesprekken in het land en op internet. Het beleidsprogramma werd vlak voor de zomer gepresenteerd.
Een van de plannen van het kabinet heet Samenwerken aan Nederland.
De Partij voor de Vrijheid (PVV) maakte nog voor het aantreden van de nieuwe bewindspersonen bezwaar tegen de staatssecretarissen van Justitie en Sociale Zaken en Werkgelegenheid omdat beiden beschikten over een dubbele nationaliteit (Nederlandse en Turkse, respectievelijk Marokkaanse). De PVV vond dat zij hun niet-Nederlandse identiteit moesten opgeven omdat ze een voorbeeldfunctie hebben en de PVV loyaliteitsproblemen voorzag. Uniek was dat op donderdag 1 maart 2007 tijdens het debat over de regeringsverklaring door de PVV een motie van wantrouwen werd ingediend tegen Nebahat Albayrak en Ahmed Aboutaleb omdat zij twee paspoorten hebben en de PVV van mening is "dat het om elke schijn van dubbele loyaliteit en belangenverstrengeling en conflicterende belangen te voorkomen ongewenst is dat kabinetsleden een andere dan de Nederlandse nationaliteit bezitten"[6]. Deze motie werd niet door andere partijen gesteund.
Het kabinet besteedde de eerste honderd dagen van de regeerperiode grotendeels aan het rondreizen door het land, om in contact te treden met maatschappelijke organisaties; dit tot ergernis van de parlementaire oppositie, die (in de woorden van D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold) 'buitenspel' meende te staan. Nieuw beleid werd pas gepresenteerd op Prinsjesdag (18 september 2007) en werd effectief in 2008; tot die tijd was Balkenende IV op het gebied van wetgeving en beleid vooral een de facto voortzetting van Balkenende III.
Het idee voor een ontmoetingscampagne zoals de honderd-dagenperiode werd al in 2002 geopperd door toenmalig PvdA-leider Ad Melkert, maar niet uitgevoerd omdat de PvdA in de oppositie belandde.[7]
[bewerken] Belangrijkste veranderingen
In de periode van het kabinet-Balkenende IV werden verscheidene maatregelen doorgevoerd en plannen opgesteld.[8]
- Op 22 maart 2007 werd een lijst van 40 probleemwijken bekend gemaakt, naar toenmalig minister Ella Vogelaar ook wel 'vogelaarwijken' genoemd. In deze probleemwijken werd in de regeringsperiode extra geïnvesteerd.
- Op 15 juni 2007 trad een generaal pardon in werking, waardoor alle asielzoekers die langer dan zes jaar in Nederland verbleven, in principe mochten blijven.
- In december 2007 werd de Task Force Uruzgan, die in februari 2006 tot stand was gekomen onder het kabinet-Balkenende II en tot en met 2008 zou gaan duren, met twee jaar verlengd. De missie moest eind 2010 volledig beëindigd zijn.
- In 2008 werden de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG's) gerealiseerd. Deze centra, onderdeel van het beleid van minister voor Jeugd en Gezin André Rouvoet, zijn een inlooppunt voor ouders, kinderen, jongeren en professionals terecht met allerlei vragen over opvoeden en opgroeien.
- Toen minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid eind 2008 het ontslagrecht wilde versoepelen, leidde dat tot onenigheid binnen het kabinet. Uiteindelijk verdween het plan van de baan.
- Op 1 juli 2008 werd door minister Ab Klink van VWS het Nederlandse rookverbod uitgebreid naar de horeca.
- Eveneens op 1 juli 2008 wordt er een vliegtaks ingevoerd om het milieu minder zwaar te belasten. Exact een jaar later, op 1 juli 2009, wordt de belasting weer afgeschaft.
- Om de kredietcrisis te bestrijden werd in december 2008 door minister Donner werktijdverkorting ingevoerd voor bedrijven die in de problemen waren gemaakt. Vanaf 1 april 2009 werd deze maatregel vervangen door de deeltijd-ww.
- Op 25 maart 2009 werd door het kabinet, tezamen met de sociale partners, een crisisakkoord gesloten om de financiële crisis te bestrijden. Onderdeel van het akkoord was de mogelijkheid tot verhoging van de AOW-leeftijd.
- In april 2009 sloeg het kabinet het advies de Hertogin Hedwigepolder te ontpolderen als natuurcompensatie voor de uitdieping van de Westerschelde in de wind. In plaats daarvan wilde de regering buitendijkse natuur ontwikkelen. Er volgden enkele maanden van discussie, alvorens in oktober 2009 alsnog wordt besloten tot ontpoldering.
- In april 2009 was er onenigheid over de Nederlandse deelname aan het Joint Strike Fighter-programma. De PvdA wilde niet overgaan tot de aankoop van twee testtoestellen, in tegenstelling tot CDA en ChristenUnie. Uiteindelijk werd als compromis besloten het besluit deelname aan de testfase door te schuiven naar 2010 en pas in 2012, bij een volgend kabinet, te besluiten over een definitieve deelname aan het JSF-programma.
- ChristenUnie en in mindere mate CDA uitten in 2009 kritiek op de vrijstellingen voor de wekelijkse koopzondagen, waarbij volgens deze partijen misbruik werd gemaakt van de definitie 'toeristisch gebied' - door die definitie konden alle zondagen in een gemeente koopzondagen worden, ook in bijvoorbeeld Almere. De twee partijen wilde het aantal koopzondagen terugdringen, maar een wet was voor de val van het kabinet nog niet ingevoerd.
- In juli 2009 werd de crisis- en herstelwet vastgesteld, die de procedures rond grote bouw- en infrastructuurprojecten moest versnellen en zo de crisis moest bestrijden. De gang door de Eerste Kamer verliep echter traag, en tijdens de val van het kabinet was de wet nog niet ingevoerd.
- Vanwege het oplopende begrotingstekort stelde de regering in augustus 2009 de ambitie 35 miljard euro te bezuinigen in 2015. Om de bezuinigingsmogelijkheden te onderzoeken werden twintig werkgroepen ingesteld.
- In oktober 2009 werd de coalitie het eens over een verhoging van de AOW-leeftijd van 65 naar 67 jaar, ingaande vanaf 2020.
- Een in februari 2009 ingediend wetsvoorstel door CDA, ChristenUnie en VVD voor een kraakverbod werd op 15 oktober 2009 door de Tweede Kamer aangenomen.
- Op 12 januari 2010 presenteerde de Commissie-Davids een parlementair onderzoek naar de besluitvorming inzake de Irakoorlog, waarin kritiek wordt geuit op premier Balkenende. Balkenende wees eerst de kritiek af, maar erkende na druk van de PvdA alsnog de kritiek uit het rapport. Een motie van wantrouwen tegen de premier in februari, ingediend door vijf partijen, werd verworpen.
Noemenswaardige gebeurtenissen die buiten het kabinet om plaatsvonden, waren de kredietcrisis vanaf 2007 en de uitkomst van de islamkritische film Fitna van Geert Wilders in maart 2008.
[bewerken] Val
Op 20 februari 2010 viel het kabinet naar aanleiding van de besluitvorming over de militaire missie in Uruzgan. Na lang overleg op vrijdag 19 februari en de daarop volgende nacht, maakte Jan Peter Balkenende om 4.15 uur 's nachts de val bekend: de PvdA-bewindslieden boden hun ontslag aan en de overige bewindslieden van CDA en ChristenUnie (CU) stelden hun portefeuilles ter beschikking.[1] Op 20 februari deelde Balkenende het ontslag en de terbeschikkingstelling telefonisch mee aan koningin Beatrix, die op skivakantie was. Op 22 februari nam zij het ontslag in beraad en ontving zij adviseurs, vicepremiers en fractievoorzitters in de Tweede Kamer (alsmede de volgende dag).[9] De drie partijen in het kabinet zinspeelden op snelle nieuwe verkiezingen[10][11] en ook de overige partijen in de Tweede Kamer deelden de Koningin mede dat zij het liefst snel verkiezingen wilden, hetzij via een missionair interim-kabinet, hetzij via het huidige demissionaire kabinet.[12]
Op 23 februari verleende de Koningin de PvdA-bewindslieden daadwerkelijk hun ontslag en werd bekend dat de bewindslieden van CDA en CU aanblijven in een demissionair kabinet, waarbij de CDA- en CU-bewindslieden de portefeuilles van hun PvdA-collega's overnemen. Het demissionaire kabinet zal de lopende zaken waarnemen tot aan de vorming van een nieuw kabinet na de Tweede Kamerverkiezingen op 9 juni 2010.[13] De demissionaire status van het kabinet heeft als belangrijke consequentie dat het geen zogenoemde "controversiële onderwerpen" kan behandelen. Een door een informateur en formateur samengesteld rompkabinet zou als missionair kabinet de bevoegdheid hiertoe wél hebben gehad.[14] Omdat er geen nieuwe formatie heeft plaatsgevonden behoudt het kabinet de naam Balkenende IV.
[bewerken] Afwikkeling lopende zaken
De Eerste en Tweede Kamer beslisten in de week van 8 maart welke onderwerpen formeel "controversieel" verklaard werden.
De Eerste Kamer heeft op 9 maart geen enkel onderwerp controversieel verklaard. Zie voor de onderwerpen en de stemverhouding de bijgevoegde koppeling. [15]
De Tweede Kamer heeft donderdag 11 maart een lijst met ruim driehonderd onderwerpen opgesteld die niet meer met het demissionaire kabinet worden besproken. Vergeleken met de voorstellen die de Kamercommissies eerder deden, veranderde er weinig. De grootste wijziging was het voorstel om het drankgebruik onder jongeren in te dammen. Daar wordt nu alsnog over gepraat. Eerder werd al duidelijk dat de AOW, de JSF, de kilometerheffing en de beperking van de ontslagvergoeding controversieel werden.[16]
De Tweede Kamer nam op 11 maart een motie van treurnis aan tegen minister Gerda Verburg wegens het verschijnen van de Glossy Gerda. Ook de minister-president neemt afstand van het handelen in dit dossier van zijn partijgenote. [17]
De Eerste Kamer heeft op 16 maart de Crisis- en herstelwet, inclusief novelle, aangenomen.[18]
Op 6 april besloot minister Van Middelkoop van Defensie een tweede brief van de NAVO over Afghanistan vertrouwelijk naar de Tweede Kamer te sturen. [19]
Op 7 mei ging de Tweede Kamer akkoord met de steunmaatregelen aan Griekenland.[20]
Op 11 mei ging de Tweede Kamer akkoord met het noodplan om de euro te redden. [21]
Woensdag 21 juli hielden de commissies voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Economische Zaken (EZ) een algemeen overleg over de sluiting van de MSD-vestiging in Oss. Namens het demissionaire kabinet was minister Van der Hoeven van Economische Zaken aanwezig. De Kamerleden van de commissies voor SZW en EZ onderbraken hun zomerreces voor dit algemeen overleg.[22]
Op 17 augustus maakte minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingrijpen bekend bij 14 pensioenfondsen middels een brief aan de Tweede Kamer. Per 1 januari 2011 zullen de pensioenen van 160.000 Nederlanders 1 tot 14% worden verlaagd. [23] De SP roept hierop de Tweede Kamer terug van het reces om op 24 augustus met de minister te debatteren over de pensioenen. [24]
Op 21 september sprak koningin Beatrix de troonrede [25] uit van het demissionaire kabinet en diende de minister van financiën Jan Kees de Jager de miljoennota 2011 in. [26]
[bewerken] Samenstelling
Het kabinet bestaat uit de volgende ministers en staatssecretarissen (sinds Balkenende het ontslag van de PvdA-ministers aanbood en de ambten van de overige ministers en staatssecretarissen ter beschikking stelde, staat er demissionair voor hun functie):
[bewerken] Ministers
Het kabinet-Balkenende IV telde bij zijn aantreden 16 ministers: 8 van het CDA, 6 van de PvdA en 2 van de ChristenUnie.[27] De ministers voor Ontwikkelingssamenwerking, voor Wonen, Wijken en Integratie en voor Jeugd en Gezin zijn minister zonder portefeuille, waarbij de laatste twee ook wel programma-ministers worden genoemd.
[bewerken] Staatssecretarissen
Het kabinet Balkenende IV telt elf staatssecretarissen: 4 van het CDA, 6 van de PvdA en 1 van de ChristenUnie. Dat is één meer dan onder het kabinet-Balkenende II. De departementen Binnenlandse Zaken en Justitie hebben weer een staatssecretaris, waar in de voorgaande kabinetten zaken door een minister zonder portefeuille werden geregeld. De staatssecretaris op VROM is komen te vervallen na de instelling van de minister voor Wonen, Wijken en Integratie.
| Ministerie | Beleidsterrein | Staatssecretaris | Partij | Opmerking(en) | |
|---|---|---|---|---|---|
| Binnenlandse Zaken | Financiën lagere overheden, provincies en gemeenten, publieke dienstverlening, persoonsgegevens, Koninkrijksrelaties en verkiezingsproces | Ank Bijleveld (1962) | CDA | ||
| Defensie | Personeel en materieel | Cees van der Knaap (1951) | CDA | afgetreden op 18 december 2007 in verband met benoeming tot burgemeester van Ede per 21 januari 2008 | |
| Jack de Vries (1968) | CDA | van 18 december 2007 tot 14 mei 2010, afgetreden in verband met druk naar aanleiding van een buitenechtelijke relatie met zijn adjudante. | |||
| Financiën | Belastingen (Fiscale Zaken) | Jan Kees de Jager (1969) | CDA | vanaf 23 februari 2010 minister | |
| Justitie | Vreemdelingenzaken en TBS-beleid | Nebahat Albayrak (1968) | PvdA | afgetreden op 23 februari 2010 | |
| Onderwijs | Voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs | Marja van Bijsterveldt (1961) |
CDA | ||
| Basisscholen en kinderopvang | Sharon Dijksma (1971) | PvdA | afgetreden op 23 februari 2010 | ||
| Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsmarktbeleid, Werk en Bijstand, leer- en werkplicht en sociale werkvoorzieningen | Ahmed Aboutaleb (1961) | PvdA | afgetreden op 18 december 2008 in verband met benoeming tot burgemeester van Rotterdam per 1 januari 2009 | |
| Jetta Klijnsma (1957) | PvdA | van 18 december 2008 tot 23 februari 2010 | |||
| Verkeer en Waterstaat | Waterbeleid, KNMI en stads- en streekvervoer | Tineke Huizinga (1960) | ChristenUnie | vanaf 23 februari 2010 minister van VROM | |
| Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Maatschappelijke ondersteuning, verpleging en verzorging, sociaal beleid, ouderen, sport, medisch-ethische vraagstukken, biotechnologie en oorlogsgetroffenen | Jet Bussemaker (1961) | PvdA | afgetreden op 23 februari 2010 | |
| Staatssecretarissen die zich in het buitenland "minister" mogen noemen | |||||
| Buitenlandse Zaken | Europese Zaken | Frans Timmermans (1961) | PvdA | afgetreden op 23 februari 2010 | |
| Economische Zaken | Buitenlandse Handel; MKB, Toerisme, Telecom, ICT [28] |
Frank Heemskerk (1969) | PvdA | afgetreden op 23 februari 2010 | |
[bewerken] Personele wijzigingen
- Op 18 december 2007 trad Cees van der Knaap, staatssecretaris op het ministerie van Defensie, af in verband met zijn benoeming tot burgemeester van Ede per 21 januari 2008. Hij werd dezelfde dag opgevolgd door zijn partijgenoot Jack de Vries.
- Op 14 november 2008 trad Ella Vogelaar, Minister voor Wonen, Wijken en Integratie, af nadat zij het vertrouwen van haar partij, de Partij van de Arbeid, had verloren. Zij werd dezelfde dag opgevolgd door haar partijgenoot Eberhard van der Laan.
- Op 18 december 2008 trad Ahmed Aboutaleb, staatssecretaris op het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, af in verband met zijn benoeming tot burgemeester van Rotterdam per 1 januari 2009. Hij werd dezelfde dag opgevolgd door zijn partijgenoot Jetta Klijnsma.
- Op 20 februari 2010 traden de bewindslieden van de Partij van de Arbeid af na onenigheid over het al dan niet verlengen van de missie in Uruzgan, Afghanistan. Op 23 februari werd hun ontslag door de koningin ondertekend. De taak van de PvdA-bewindslieden wordt tot de vorming van een nieuw kabinet op basis van de verkiezingen van 9 juni 2010 overgenomen door bewindslieden van CDA en ChristenUnie. Twee staatssecretarissen werden minister: Jan Kees de Jager werd benoemd tot minister van Financiën en Tineke Huizinga tot minister van VROM. Voor de overige door het aftreden van de PvdA-bewindslieden vacant gekomen ministersposten werden dubbelmandaten gecreëerd; de staatssecretarissen werden niet vervangen.
- Op 14 mei 2010 trad Jack de Vries, staatssecretaris op het Ministerie van Defensie, af nadat hij in opspraak was gekomen door een affaire met zijn persoonlijke adjudant.
[bewerken] Reden ontslagaanvraag
[bewerken] Wetenswaardigheden
- Een relatief groter aandeel bewindspersonen is afkomstig uit de provincie Limburg en wordt bijgevolg ook wel als de 'Limburgse connectie' gezien. Te weten: op BuZa minister Maxime Verhagen (CDA) uit Maastricht en Europese Zaken Frans Timmermans (PvdA) uit Heerlen; op V&W Camiel Eurlings (CDA) uit Valkenburg aan de Geul; en op EZ Maria van der Hoeven (CDA) uit Meerssen/Maastricht.
- Het feit dat de minister-president en de beide vicepremiers alle drie gestudeerd hebben aan de (toen nog gereformeerde) Vrije Universiteit, en dat veel kabinetsleden behoren tot een gereformeerd kerkgenootschap, zorgt af en toe voor spot in seculiere media.
- Minister van VWS Ab Klink woont net als Balkenende in Capelle aan den IJssel.
- Minister van Financiën Jan Kees de Jager is net als Balkenende geboren in de Zeeuwse gemeente Kapelle.
- Dit is de eerste maal, dat één van de zogenaamde kleine christelijke partijen (ChristenUnie en SGP) op nationaal niveau bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt.
- Balkenende is de eerste premier sinds Kabinet-Colijn V in 1939 met een vierde kabinet dat zijn naam draagt.
- Omdat innovatie, volgens de regering, om een langdurige inspanning vraagt heeft ook het vierde kabinet Balkenende in 2007 opnieuw een innovatieplatform opgericht voor de lopende kabinetsperiode.[29]
- In het regeerakkoord was vastgelegd géén onderzoek te zullen instellen naar de informatie die aanleiding was tot het besluit van het demissionair Kabinet-Balkenende I "politieke steun" te verlenen aan de invasie van Irak in maart 2003.
[bewerken] Zie ook
| Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Coalitieakkoord tussen de Tweede Kamerfracties van CDA, PvdA en ChristenUnie op Wikisource |