Kadmos

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kadmos bevecht de draak

Kadmos (Oudgrieks: Κάδμος) ook wel (gelatiniseerd) Cadmus, is een figuur uit de Griekse mythologie. Kadmos was een afstammeling van Zeus, de stichter van de stad Thebe en een van de broers van Europa. Een van zijn kleinzonen is de god van de wijn, Dionysus. Kadmos wordt ook genoemd als de uitvinder van het eerste Griekse alfabet.

Oorsprong[bewerken]

Kadmos’ naam staat in verband met die van Europa. Waar Europa in het oud-Semitisch ehreb, of avond betekent (Europa ligt ten opzichte van Griekenland in het westen, daar gaat de zon onder), wordt Kadmos in verband gebracht met het oud-Semitische woord voor ochtend.

De stamboom van Kadmos is interessant, deze begint bij de zoon van Zeus en Io, Epaphus. Epaphus verwekt bij zijn vrouw Memphis een dochter, Lybia, die wordt verleid door de zeegod Poseidon. Uit deze liefde komt een tweeling voort: Belus, later koning van Egypte en hoofd van een grote familie die uit vijftig kleinzonen en kleindochters bestond, en Agenor. Agenor, heerser over de stad Tyre in Syrië, bracht bij de schone Telephassa vier zonen en één dochter voort: Kadmos, Phoenix, Cilix, Thasus en Europa.

De goden schenken Kadmos, door zijn heldendaden, later een godendochter: Harmonia. Dit is uniek, het is de eerste keer dat een sterfelijke man met een godin trouwt, aldus de mythe. Uit dit grootste huwelijk komen vier dochters: Autonoë, Ino, Agave en Semele, en twee zonen: Polydorus en later Illyrius. Uit het huwelijk tussen Agave en Echion, een van de vijf strijders van Kadmos, komt Pentheus die Kadmos later opvolgt als koning van Thebe. Semele wordt bemind door Zeus, dit kost haar uiteindelijk haar leven maar levert een goddelijke zoon Dionysus op. Ook de zoon van Polydorus, Labdacus, is interessant te vermelden daar hij het Thebaanse koningshuis voortzette.

De ontvoering van Europa en het begin van Kadmos’ zoektocht[bewerken]

De mythe van Kadmos en Europa begint als de oppergod Zeus zijn oog laat vallen op de schone Europa. Hij verschijnt tot haar in de gedaante van een witte stier en verleidt haar tot een ritje op zijn rug. Europa stemt toe, waarna Zeus haar naar het eiland Kreta brengt en zijn ware aard laat zien, waarna hij haar verkracht. Van hem krijgt Europa een zoon, Minos. Dit alles gaat Agenor, de vader van Kadmos, zeer aan het hart en hij besluit zijn zonen op een zoektocht naar Europa uit te sturen. Zeus is echter sluw, zodat alle zonen, op Kadmos na, besluiten hun zoektocht te staken en zich te vestigen. Cilix sticht de stad Cilicia in Klein-Azië, Thasus stichtte een stad in Thracië en Phoenix vestigt zich in het naar hem vernoemde Phoenicië. Kadmos blijft zijn zoektocht voortzetten en komt, vergezeld door zijn moeder, in Thracië aan. Telephassa sterft in Thracië, maar Kadmos geeft zijn zoektocht naar Europa niet op.

Als Kadmos later in een groot bos op zoek is naar Europa, gebeurt er op de berg Olympus een ramp: Typhon, de god met de honderd drakenkoppen en schepsel van Gaia, steelt in een onbewaakt moment de bliksemschichten van Zeus. Grote paniek was het gevolg, immers zonder deze bliksemschichten was Zeus al zijn macht kwijt. Alle goden vluchten in de gedaante van dieren zodat Typhon ze niet kan onderscheiden van de echte dieren, het lukt hem echter wel Zeus te pakken te krijgen. De nu machtige Typhon neemt Zeus mee naar een grot in hetzelfde bos als waar Kadmos rondzwerft, en snijdt daar de pezen uit Zeus’ armen en benen. Wat Typhon echter niet weet is dat Kadmos dit ook heeft gezien. Kadmos weet weer niet dat het slachtoffer Zeus is, maar daar Kadmos een held is, besluit hij hem toch te redden. Kadmos herinnert zich de dag waarop hij de ware muziek van Apollo heeft mogen horen, hij besluit dan ook met deze muziek Typhon uit de grot te lokken. Spelend op zijn harp lukt hem dit, waarna hij tegen Typhon bluft dat hij met de pezen en bliksemschichten een lier kon maken die de banen van de planeten kon beïnvloeden en wilde dieren kon temmen. Dit lukt, Kadmos krijgt de pezen en bliksemschichten, legt ze onder een steen en begint zijn lier te bespelen zoals Typhon nog nooit had gehoord. Hij was zelfs zo onder de indruk dat zijn aandacht voor Zeus volledig verslapte en Zeus kon ontsnappen, waarna hij de pezen en bliksemschichten kon pakken en zijn oude macht weer terughad.

De beloning van Kadmos en de stichting van de stad Thebe[bewerken]

Zo’n heldendaad kon natuurlijk niet zonder beloning blijven. Zeus besloot daarom de godin Harmonia, dochter van de oorlogsgod Ares en de godin van de liefde Aphrodite, aan Kadmos te schenken. Na enige strubbeling valt zij toch voor hem, waarna Kadmos en Harmonia op weg naar Delphi gaan.

Eenmaal in Delphi aangekomen krijgt Kadmos van het Orakel te horen dat hij zijn zoektocht naar Europa moet staken en een witte stier moet volgen. Waar de stier neerzijgt moest hij dan een stad bouwen. Kadmos volgt het advies van het Orakel op en vindt de stier in Phocis. De karavaan volgt de stier tot in Boeotië, in het dal van Tanagra, waar de uitgeputte stier ter aarde stort. Hij besluit de stier te offeren aan Pallas Athene zodat de nieuwe stad haar gunstig gezind zou zijn. Hierna zond hij zijn kompanen erop uit om een bron te zoeken. Ze vonden deze bron dan ook, evenals de draak die de bron bewaakte. Het bleek de draak van Ares te zijn. De volgelingen van Kadmos werden verscheurd, maar Kadmos lukte het het beest te doden door hem met zijn speer aan een eik te rijgen. Het gevaar was geweken, maar Kadmos had door het doden van de draak wel de vloek van Ares over zichzelf en zijn familie afgeroepen. De gevolgen hiervan zou hij later ondergaan.

Van Pallas Athene krijgt Kadmos te horen dat hij de tanden van de draak in de aarde moet zaaien om zo dappere krijgers te oogsten die hem bij de bescherming van de stad konden helpen. Dit doet Kadmos dan ook. Uit de tanden komen korte tijd later inderdaad krijgers, maar deze beginnen direct met elkaar te vechten. Velen van hen sneuvelen, maar er blijven vijf mannen over: Chthonius, Echion, Hyperenor, Oudaeus en Pelorus. Zij bieden Kadmos hun diensten aan en worden zo Sparten (d.i. Gezaaiden): de stamvaders van het volk van Thebe. Dat Kadmos deze mannen volledig vertrouwt blijkt wel uit het feit dat hij zelfs één van zijn dochters, Agave, aan Echion uithuwelijkt.

Deze vijf mannen werden de citadel van de stad Cadmeia, die later zou uitgroeien tot Thebe. Kadmos richtte de stad in naar de inrichting van de hemel: er waren zeven poorten, vernoemd naar zeven hemelsferen; er werden verschillende kleuren stenen gebruikt naar gelang de tekens van de planeten en het bed van Harmonia was het middelpunt van dit alles. Alleen zo was de stad goed genoeg om Harmonia te huwen en de goden tevreden te stellen.

Het huwelijk van Kadmos en Harmonia en de val van Kadmos[bewerken]

Het huwelijk van Kadmos en Harmonia was er een zoals nooit tevoren. Nooit eerder trouwde een godendochter een sterveling, en nooit eerder waren er zoveel goden aanwezig bij een bruiloft. Alle goden waren neergedaald van de Olympus en vulden Thebe met vrolijkheid en muziek. Eindelijk was er dan het grote moment: de intocht van Kadmos en Harmonia. Zij reden, vergezeld door Apollo en zijn citer, op een tweespan getrokken door een everzwijn en een leeuw. Van deze vreemde combinatie keek niemand op, immers Harmonia had de gave het onverenigbare en het ontembare te bedwingen en te verenigen. Van alle goden kregen zij geschenken, waaronder een jurk en een halsketting die later oorlogen en de vernietiging van de stad Thebe zouden hebben veroorzaakt.

In de jaren die daarop volgden kregen Kadmos en Harmonia vier dochters en één zoon: Autonoë, Ino, Agave en Semele en Polydorus. Agave trouwde met Echion, een van de vijf strijders van de citadel, Autonoë trouwde met Aristaeus, Ino met Athamas en Polydorus nam Nycteis als vrouw. Uit het huwelijk van Agave en Echion kwam Pentheus, die later Kadmos van de troon zou stoten. Semele was echter de eerste die met de vloek van Ares te maken kreeg.

Zeus had weer eens zijn oogje laten vallen, ditmaal op Kadmos’ dochter Semele. Semele had dit niet door, tot het moment dat Hera, Zeus’ vrouw, aan haar verscheen en haar vertelde dat de man met wie zij omging eigenlijk Zeus was. De eerstvolgende keer dat Semele Zeus zag vroeg zij hem zijn ware gedaante te tonen zoals haar was opgedragen door Hera. Dit deed Zeus, maar het goddelijke licht en de warmte waren te veel voor Semele, zodat zij in vlammen opging. Uit de as van haar lichaam kwam echter een zoon, Dionysus. Daar hij te vroeg 'geboren' was stopte Zeus hem in zijn dij, en enige maanden later kwam hij alsnog ter wereld (Dionysus betekent dan ook tweemaal geboren).[bron?]

Kadmos was intussen een oude man geworden, en zijn kleinzoon Pentheus, zoon van Agave en Echion, vond hem maar een oude nietsnut en stootte hem van de troon. Het koningschap van Pentheus was ook niet van lange duur. Hij verbood de vrouwen van Thebe te bidden tot Dionysus, de god van de wijn, omdat hij niet geloofde dat Dionysus werkelijk een godenzoon was. Dionysus, die gedeeltes van Azië had veroverd, kwam hierachter en strafte de vrouwen van Thebe met gekte. Pentheus werd daarop verscheurd door zijn moeder en tantes, allemaal dochters van Kadmos. Hierop nam Dionysus de troon van Thebe over.

Het vertrek van Kadmos en Harmonia[bewerken]

Het verscheuren van zijn eigen kleinzoon en het overnemen van de troon door Dionysus was de druppel voor Kadmos. Hij en Harmonia besloten te vertrekken uit hun eigen stad Thebe en naar Illyrië te vertrekken. Hier kregen Kadmos en Harmonia hun laatste zoon, Illyrius, die later koning van Illyrië zou worden. In de bossen rond Illyrië besloot Kadmos uiteindelijk de goden te vragen hem in een slang te veranderen, daar ‘een slang de goden dierbaarder is dan een mens, ik zou dan liever slang dan mens zijn’. Dit gebeurde, waarop Harmonia hetzelfde bad en eveneens in een slang veranderde.

Stamboom[bewerken]

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Nilus
 
Lybia
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Poseidon
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Alcyone
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Agenor
 
Telephassa
 
 
 
Belus
 
Ares
 
Aphrodite
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Hyrieus
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Thasos
 
Phoinix
 
Cilix
 
Europa
 
Kadmos
 
Harmonia
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Zeus
 
Semele
 
Athamas
 
Ino
 
Aristaeus
 
Autonoë
 
Echion
 
Agave
 
Polydorus
 
Nycteis
 
Illyrius
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Dionysus
 
 
 
Learches
 
Melicertes
 
Actaeon
 
Macris
 
Pentheus
 
Epirus
 
 
 
Labdacus

Zie ook[bewerken]