Kakotheïsme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Deel van een serie artikelen over de
Godsdienstfilosofie
Filosofie

Portaal  Portaalicoon  Filosofie

Kakotheïsme (Gr.: κακόθεϊσμός, v. κακό: boze, slechte + θεϊσμός: geloof in een persoonlijke God) is de theologische stelling dat er een God bestaat, maar niet helemaal goed of rechtvaardig is, maar eerder boosaardig en leugenachtig, of in meer extreme gevallen zelfs alleen het pure kwaad vertegenwoordigt. Kakotheïsme contrasteert met kalotheïsme of eutheïsme; de these dat God bestaat en alleen maar goed en rechtvaardig is.

Dystheïsme[bewerken]

Kakotheïsme wordt vaker ook wel 'dystheïsme' genoemd. Hoewel dit in klassiek taalgebruik meer de betekenis draagt van "goddeloosheid" en "ongoddelijk", en onder andere voorkomt in de Aeschylus.

Dystheïme als een synonieme term voor kakotheïsme werd waarschijnlijk voor het eerst gebruikt in 1998, tijdens een lezing van filosofie professor Robert C. Koons, aan de Universiteit van Texas.[1] Het is niet duidelijk of Koons zelf de term heeft uitgevonden. Zover bekend was het de eerste keer dat het woord werd gebruikt binnen een academische context.

Voorheen was er geen eenduidig algemeen woord om het geloof in een kwaadaardige monotheïstische God aan te duiden. Wel waren er dichtbij gerelateerde begrippen, zoals:

Misotheïsme, vrij vertaald als 'haat tegen God (of goden)', ligt in het verlengde van de klassieke, meer oorspronkelijke betekenis van de Griekse uitdrukking atheos (αθεος), wat eigenlijk een verwerping of afkeer van de goden inhoudt, zonder dat daarbij expliciet aan het bestaan van deze goden wordt getwijfeld. Misotheïsme duidt eigenlijk meer een houding aan tegenover God (of goden), dan dat het een uit uitspraak doet over de aard of natuur van het Opperwezen. Zo kan een misotheïst er opvattingen op nahouden die onder het etiket dystheïsme te plaatsen zijn, maar dat zegt nog niet dat elke misotheïst ook gelijk een dystheïst is, en vice versa. Zo kan een goed mens een afkeer hebben aan een kwade en boosaardige God, terwijl een slecht persoon dezelfde God lief heeft en hem aanbidt. Dystheïsme en theofilie is in het laatste geval dus heel erg goed met elkaar te verenigen

Antitheïsme, duidt meer op een oppositie tegen theïstische opvattingen in het algemeen, dan een oppositie tegen God zelf. Antitheïsme is in die betekenis dus een andere benaming voor militant atheïsme. Echter, soms wordt antitheïsme ook weleens uitgelegd als rebbelie tegen God. Binnen deze definitie, is antitheïsme eigenlijk bijna hetzelfde als misotheïsme.

Maltheïsme[bewerken]

Kakotheisme of dystheïsme wordt alternatief ook wel maltheïsme genoemd. Een samenvoegen van het Latijnse woord malus, het kwaad, en het Griekse theos, wat God betekent.

Argumenten voor dystheïsme[bewerken]

Dystheïsme wordt door aanhangers aangedragen als de oplossing voor het probleem van het lijden. Als God alwetend en almachtig is, waarom is er dan zoveel pijn en lijden in de wereld?

Eutheïsten stellen dat het kwaad, zoals oorlog, armoede en uitbuiting een consequentie zijn van menselijke gedragingen en dat God niet als verantwoordelijk kan worden gesteld. De meeste verdedigers van het dysteïsme zullen het er wel mee eens zijn dat de mens zelf de oorzaak is van veel ellende in de wereld, maar werpen tegen dat niet al het kwaad kan worden gereduceerd tot de mens. Zo zijn natuurrampen als aardbevingen, overstromingen waarbij honderden, soms duizenden onschuldigen om het leven komen, niet het gevolg van menselijk gedrag, maar een daad van God.

Een andere verklaring die door kalotheïsten wordt gegeven, is dat zonder het bestaan van het kwaad er geen vrije wil voor de mensen zou zijn, en dat daarom het kwaad noodzakelijk is. Dit wordt het 'theodicee van de vrije wil' genoemd. Dystheïsten vinden dit echter een weinig overtuigend argument. "Stel dat dit waar zou zijn.", zeggen kakotheïsten dan: "Dit zou betekenen dat er in de hemel helemaal geen vrije wil zou kunnen bestaan, tenzij je gelooft dat het kwaad ook daar aanwezig is. Bovendien is deze stelling onwaar, omdat er wordt verondersteld dat er slechts een keuze bestaat tussen twee extremen. In de realiteit maken mensen in hun leven keuzes uit wel honderden of duizenden verschillende opties. Sommige goed, sommige misschien slecht. Maar zelfs al zou men alle negatieve keuzes elimineren, dan nog blijven er genoeg andere positieve keuzes over. Het kwaad is dan ook niet echt een noodzakelijkheid voor zaken als keuzevrijheid en vrije wil, en dus is er ook geen reden voor een goede God om het kwaad te scheppen."

Noten[bewerken]

  1. Robert C. Koons, The Problem of Evil: Preliminaries, Western Theïsm, Lecture 19, Spring 98, University of Texas