Kalfsvlees
Kalfsvlees is een bijproduct uit de zuivelindustrie. In de melkveehouderij moet een koe een kalf werpen zodat zij melk blijft geven. Deze kalveren zijn zowel van het mannelijk als van het vrouwelijke geslacht. Een deel van de vrouwelijke kalveren zijn bruikbaar in de melkveehouderij. De kalveren worden na 6-8 maanden geslacht. Dan is het consumptievlees afkomstig van jonge runderen.
De mannelijke kalveren worden door de gespecialiseerde kalverhouderijen gedurende 6-8 maanden onder goede leefomstandigheden gehouden. Voorbeelden zijn: ruime stallen, voldoende daglicht en groepshuisvesting (zie ook: Vleeskalf). Vlees van kalveren die geslacht worden na 6-8 maanden noemt men; kalfsvlees.[1] Rosékalfsvlees is afkomstig van kalveren van 8-12 maanden.
Er zijn vele verbeterslagen geweest sinds de komst van de kalfsvleessector. De zogeheten ‘kistkalveren’ zijn er allang niet meer doordat dit in 2004 wettelijk werd verboden in Nederland en in 2007 voor heel Europa.
De kalversector wordt gecontroleerd door het SKV, een onafhankelijke controle-instantie.[2] Deze stichting controleert de kalveren op het afwezig zijn van verboden groeibevorderaars. Daarnaast heeft geen enkel kalf last van bloedarmoede. Er is ook kalfsvlees met het Beter Leven kenmerk [3] van de dierenbescherming.
Culinair gezien kenmerkt kalfsvlees zich als mager en mals. Het heeft een zeer korte bereidingstijd en bevat natuurlijke voedingsstoffen.
| Referenties |