Kamp Westerbork

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kamp Westerbork
Kamp Westerbork
Kamp Westerbork
Ingebruikname 1 juli 1942[1]
Gesloten 12 april 1945[1]
Locatie Hooghalen, Drenthe
Verantwoordelijk land Nazi-Duitsland
Beheerder SS
Gevangenen 107.000
Dodental 638+
Nationaal Monument Westerbork
Nationaal Monument Westerbork

Kamp Westerbork (officieel: Polizeiliches Durchgangslager Westerbork) was gelegen op de Drentse heide bij Hooghalen en genoemd naar de toenmalige gemeente Westerbork waar het kamp in was gelegen. Kamp Westerbork is bekend geworden als voorportaal van de vernietigingskampen van waar 107.000 in Nederland wonende Joden, 245 Sinti en Roma en enkele tientallen verzetsmensen werden gedeporteerd naar kampen in Duitsland, Polen en Tsjechië.

De Tekens van Westerbork. Gedenkstenen die verwijzen naar de bestemmingen van de deportatietreinen

Het kamp werd in 1939 gebouwd als Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork. Dit gebeurde in opdracht van de Nederlandse regering. Deze eiste in termijnen terugbetaling van de kosten (ruim 1 miljoen gulden) door de Nederlandse Joodse gemeenschap. Ruim twee jaar na het begin van de Duitse bezetting, op 1 juli 1942, namen de nazi's het kamp over, waarna Westerbork functioneerde als doorgangskamp. De overgrote meerderheid van de gevangenen verbleef slechts enkele dagen tot weken in het kamp, een relatief klein aantal verbleef maanden tot soms zelfs jaren in het kamp. Zij die langere tijd in kamp Westerbork verbleven leerden, na de eerste schok van arrestatie en deportatie naar Drenthe te boven te zijn gekomen, kamp Westerbork kennen als een kamp waar de leefomstandigheden relatief goed waren. Mishandelingen en moord kwamen in kamp Westerbork nauwelijks voor, gezinnen bleven bij elkaar en over het algemeen was er voldoende te eten. Daarnaast waren er vele voorzieningen aanwezig, waaronder een winkel, scholen, een uitstekend ziekenhuis en een theater waar kwalitatief goede shows op de planken werden gebracht. Desondanks draaide het in Westerbork uiteindelijk maar om één ding: het transport dat bijna wekelijks, in de beginperiode zelfs twee maal per week, vertrok. De angst voor deze transporten beheerste het kampleven.

93 keer reed er een trein uit kamp Westerbork, vaak naar Auschwitz maar ook naar Sobibor, Theresienstadt en Bergen-Belsen. Slechts 5.000 Joden en 32 Sinti en Roma die vanuit kamp Westerbork waren gedeporteerd, overleefden de Tweede Wereldoorlog. Op 12 april 1945 bevrijdden de Canadezen 876 Joodse gevangenen in kamp Westerbork. Van hen hadden 500 de laatste trein zien vertrekken, de rest was in de laatste oorlogsmaanden opgepakt. Waar het leven in het kamp zo normaal mogelijk moest lijken, vonden vlak buiten kamp Westerbork, achter het kampcrematorium, in het najaar van 1944 minimaal 52 maar mogelijk meer executies plaats van verzetslieden die in Noord-Nederland actief waren geweest.

Voorgeschiedenis[bewerken]

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog vluchtten duizenden Duitse en Oostenrijkse Joden voor de naziterreur de grens met Nederland over. De Nederlandse regering wilde in die tijd op goede voet blijven staan met Duitsland, dus sloot ze op 15 december 1938 de grens (enkele weken na de Kristallnacht van 9 / 10 november 1938) en bestempelde de vluchtelingen tot ongewenste vreemdelingen. In februari 1939 besloot de Nederlandse regering tot de bouw van een groot kamp voor deze vluchtelingen, die tot dan toe op verschillende plaatsen in Nederland werden opgevangen.

Aanvankelijk zou dat kamp bij Elspeet worden gebouwd. Deze plannen stuitten op verzet van de plaatselijke bevolking en de ANWB, die vond dat de Veluwe aantrekkelijk moest blijven voor vakantiegangers. Waar deze protesten weinig gehoor vonden, gaf het bezwaar van Koningin Wilhelmina de doorslag. Zij vond de afstand vanaf het geplande vluchtelingenkamp tot haar zomerverblijf paleis Het Loo veel te klein[2]. Zodoende werd tenslotte gekozen voor het Amerveld op de Drentse heide tussen Hooghalen, Zwiggelte en Grolloo. In de ontwerpfase heette het kamp "kamp Zwiggelte"[3]. Het was gelegen in de gemeente Westerbork. In augustus 1939 werden hier door arbeiders van de Rijksdienst voor de Werkverruiming de eerste barakken gebouwd van Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork. De vluchtelingen die op 9 oktober 1939 in het kamp aankwamen, konden gelijk aan de slag bij de afbouw van het kamp.

Maquette van het kamp naar situatie augustus 1944

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Op 10 mei 1940 is gepoogd om de Joodse vluchtelingen in kamp Westerbork via Zeeland naar het Verenigd Koninkrijk te brengen. Dit plan, dat tot stand kwam op initiatief van A.S. Levisson, de opperrabbijn van Friesland en Drenthe, mislukte echter omdat de trein met vluchtelingen de gesaboteerde IJsselbruggen bij Zwolle niet kon passeren. Via een lange omweg keerden de vluchtelingen terug naar het Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork. Toen de nazi's het kamp twee jaar later overnamen, maakten ze gebruik van de reeds bestaande kampstructuur van het Centraal Vluchtelingenkamp. De directeur van het vluchtelingenkamp, de Nederlandse reserve-kapitein J. Schol bleef ook na 1 juli 1942 in kamp Westerbork aanwezig. De Duits-Joodse vluchteling Kurt Schlesinger was in februari 1942 door Schol aangesteld als Oberdienstleiter. Schlesinger zou ook onder de nazi's een belangrijke rol blijven vervullen als leider van de kamporganisatie die zo goed als volledig bestond uit Joodse gevangenen.

Westerbork kwam op 1 juli 1942 onder rechtstreeks nazi-bestuur. Als Polizeiliches Durchgangslager Westerbork werd het een doorgangskamp voor Joden, Sinti en Roma en verzetsmensen. Vanaf 1 juli tot 1 september 1942 was Erich Deppner Lagerkommandant. Vervolgens werden dat tot 9 oktober 1942 Josef Hugo Dischner en enkele dagen Bohrmann. Vanaf 12 oktober 1942 tot 11 april 1945 was de SS'er Albert Konrad Gemmeker commandant van het kamp. Schol bleef aan tot januari 1943, maar was ondergeschikt aan de Duitse commandanten.

Deppner en zijn opvolgers accepteerden een staf van Duitse Joden, met Schlesinger aan het hoofd. Zodoende werden veel belangrijke posities in de kamporganisatie bekleed door Duitse of Oostenrijkse Joden. Zij hadden privileges en functies bij onder andere de Ordedienst (OD) en de Fliegende Kolonne (samen onder leiding van de uit Oostenrijk afkomstige Jood Arthur Pisk), en waren dan (althans tijdelijk) van deportatie vrijgesteld (gesperrt, in tegenstelling tot transportfrei). Ook om andere redenen konden mensen op een lijst van gesperrten staan. Zo'n lijst kon echter platzen, d.w.z. dat IV B 4-Den Haag de bescherming voor het transport ophief.

De gevangenen kwamen per trein aan en werden per trein afgevoerd, het eerste transport vertrok op 15 juli 1942. Aanvankelijk ging dit via station Hooghalen, waarbij de afstand van 7 km tussen het station en het kamp te voet moest worden afgelegd. In november 1942 kwam de verbinding met het landelijk spoorwegnet gereed, waarna de treinen vanuit het kamp zelf konden vertrekken. Met 93 treinen werden in totaal 107.000 mensen weggevoerd uit het doorgangskamp Westerbork. Slechts 5.000 keerden terug. De verblijfsduur in het kamp varieerde sterk, van enkele uren tot jaren. Bijna wekelijks, gedurende de eerste maanden twee maal per week, vertrok er een trein uit kamp Westerbork, die een grote groep kampbewoners via Assen, Groningen en Nieuweschans naar het oosten bracht. De bestemmingen waren kampen als Auschwitz I-Stammlager of Auschwitz II-Birkenau (54%, 65 treinen) en Sobibór (34%; 19 treinen) of naar Theresienstadt (5%) en Bergen-Belsen (5%). Een dergelijke reis duurde gemiddeld drie dagen.

De trein werd tot Nieuweschans door Nederlands spoorwegpersoneel bemand, en vanaf Nieuweschans door Duitse Reichsbahn. In totaal werden van 15 juli 1942 tot en met 13 september 1944 ruim 107.000 gevangenen vanuit Westerbork per trein gedeporteerd. IV B 4-Berlijn bepaalde steeds, op basis van de capaciteit van de concentratiekampen en de beschikbare treinen hoeveel gevangenen gedeporteerd moesten worden en waar naar toe. De selectie onder de Transportfreien gebeurde grotendeels in het kamp zelf, de Joodse kampadministratie speelde hierin noodgedwongen een belangrijke rol. Slechts 5.000 van de gedeporteerden keerden levend terug naar Nederland, ongeveer 102.000 van hen zijn vermoord, vermist of voor hun terugkeer gestorven door geleden ontberingen.

Vrijwel alle authentieke gebouwen van voormalig kamp Westerbork zijn verwijderd, op het terrein verwijzen symbolische reconstructies naar voormalige kampgebouwen en barakken.

Gevangenen[bewerken]

Enkele personen van wie de namen onverbrekelijk verbonden zijn met de holocaust, hebben in kamp Westerbork gevangen gezeten. Etty Hillesum verbleef er met haar ouders en broers. Anne Frank en haar familie werden op 3 september 1944 met de laatste trein van Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. Ook het Sinto-meisje Settela Steinbach is via Westerbork gedeporteerd. Philip Mechanicus, een in zijn tijd bekend journalist van het Algemeen Handelsblad, werd op 7 november 1942 naar Westerbork afgevoerd en op 8 maart 1944 op transport gesteld naar Bergen-Belsen; op 9 oktober 1944 werd hij met een straftransport van 120 man naar Auschwitz gebracht, waar hij drie dagen later werd doodgeschoten. Mechanicus hield in Westerbork een dagboek bij, uitgegeven onder de titel In Dépot, dat een indringende blik biedt op het dagelijks leven in kamp Westerbork. Ed van Thijn, de latere minister en burgemeester van Amsterdam, zat maar liefst twee maal opgesloten in kamp Westerbork. De eerste keer in 1943, toen hij met zijn moeder weer werd vrijgelaten. Na een onderduikperiode langs 18 verschillende adressen kwam de 10-jarige Van Thijn eind 1944 opnieuw in kamp Westerbork terecht, waar inmiddels een eind gekomen aan de deportaties. Na de bevrijding werd hij als 10-jarige jongen nog korte tijd ingezet als bewaker van geïnterneerde NSB'ers.

De laatste treinen vertrokken op 3 september 1944 naar Auschwitz, op 4 september 1944 naar Theresienstadt, en op 13 september 1944 naar Bergen-Belsen.[4] Kort daarna, vanaf Dolle Dinsdag 5 september 1944, kwamen naast weinige nieuwe joodse gevangenen ook ongeveer 3.500 NSB-gezinnen, -leden en andere pro-Duitse Nederlanders en collaborateurs in het doorgangskamp Westerbork terecht voor opvang. Uit Westerbork werden zij tegen het einde van die maand naar Thüringen, Beieren en de Lüneburger Heide geëvacueerd voor een dreigende geallieerde invasie en bijltjesdag.[5] Een groot deel van deze politieke delinquenten en NSB-gezinnen werd na 1945 tot 1948 opnieuw in kamp Westerbork gevangengezet.

Na het laatste transport bleven er 500 gevangenen achter in het kamp, waaronder de Joodse kampleiding. In de laatste oorlogsmaanden groeide hun aantal tot 876, waaronder bijvoorbeeld ontdekte onderduikers. Hoewel het gevaar van deportatie na 13 september 1944 was geweken, bleef de angst voor deportatie tot het moment van de bevrijding bestaan.

Fragment van het Nationaal Monument Westerbork

Bevrijding[bewerken]

Op 12 april 1945 werd het doorgangskamp Westerbork met haar joodse gevangenen door Canadese soldaten bevrijd. Squadron B en C lagen bij het Oranjekanaal en trokken die ochtend naar Spier waar zij Franse paratroepers ontmoetten, die in de nacht van 7 op 8 april waren gedropt tijdens de operatie Amherst. In de middag van 11 april zijn de Duitsers gevlucht. Gemmeker droeg bij zijn vertrek het commando over aan de eerste dienstleider Kurt Schlesinger die op zijn beurt het commando overdroeg aan Aad van As, die als enige niet-Jood en niet-nazi jarenlang in het kamp werkte. Deze overdrachten vonden plaats door het overhandigen van een klein pistool. Aad van As vroeg het hoofd van de buitendienst Zielke de Canadezen tegemoet te gaan wat deze deed; hij overhandigde de Canadezen de gegevens over het kamp. Hoewel het kamp nu was bevrijd moesten sommige Joden nog weken in het kamp blijven alvorens zij Westerbork mochten verlaten. Bij de bevrijding zijn de Joodse gevangenen de Canadezen tegemoet gerend. Deze deelden sigaretten en chocolade uit, maar daarna moesten de bewoners terug naar het kamp en daar tot nader order blijven, omdat de omgeving van het kamp nog te gevaarlijk was en gecompromitteerde personen in het kamp die met de Duitsers hadden samengewerkt eerst moesten worden opgepakt en verhoord. De Royal Hamilton Infanterie nam het gezag over en de wachttorens werden bemand met mensen van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (BS of NBS), die onder gezag van Prins Bernhard stonden. De Canadezen trokken de volgende dag verder richting Assen.

Ontsnappingen[bewerken]

Naar schatting slechts 200 mensen zijn uit kamp Westerbork ontsnapt. Ontsnappen kwam niet vaak in de gedachte van de kampbewoners. Men dacht dat de transporten naar werkkampen in Polen gingen. De meeste mensen wilden bij de familie blijven. Dus gelijktijdig met de familie op transport, was bij de meesten de beste optie. De dreiging met "straftransport" van andere gevangenen, als er één persoon ontvluchtte, heeft het aantal ontsnappingen zeker beperkt. Verder was het haast onmogelijk om ongezien het kamp, dat op een kale vlakte stond, te verlaten. Er was enkel een reden om te ontsnappen, voor diegenen die in Nederland wilden blijven. Enkele ontsnapten:

  • Lore Polak, zij ging terug naar haar onderduikadres bij de weduwe van Johan Benders.
  • Jobje v.d. B. was een vrouw die in een wasserij in de stad te werk was gesteld. Daar ontmoette zij haar voormalige kinderjuffrouw. Deze bezorgde haar een vals identiteitsbewijs en 25 gulden, zodat zij enkele dagen daarna weg kon lopen.
  • Sonja Wagenaar. Zij ontsnapte met zeven anderen uit een rijdende trein.

Na de oorlog: van Interneringskamp voor NSB'ers naar woonoord Schattenberg[bewerken]

Na de bevrijding is het kamp van 17 april 1945 tot 1 januari 1949 door de Nederlandse overheid gebruikt voor het in afwachting van hun proces gevangen houden van NSB'ers en andere collaborateurs en politieke delinquenten. In met name de eerste periode dat het interneringskamp bestond, kwamen tientallen gevangenen om het leven door epidemieën, systematische ondervoeding en mishandeling.[6] Deze doden onder de politieke gevangenen (NSB'ers en Nederlandse vrijwilligers van de Waffen-SS en SD) werden in een nabijgelegen bos in een massagraf bijgezet door de Nederlandse bewakers.[7]

Daarna werd het korte tijd een militair kampement van 1 december 1948 tot september 1949. Van 4 juli 1950 tot maart 1951 was het een repatriëringskamp voor Indische Nederlanders. In 1951 werd het kamp ten slotte ingericht als woonoord voor gedemobiliseerde KNIL-militairen van Zuid-Molukse afkomst, en hun gezinnen. Het kreeg toen de nieuwe naam Schattenberg, naar een historische grafheuvel in de buurt. De eerste Molukkers arriveerden hier op 22 maart 1951; ze waren een dag eerder in Rotterdam aangekomen met de Kota Inten. In 1971 vertrokken de laatste gezinnen uit hun woonbarakken. De restanten van het kamp werden vervolgens afgebroken.

Op het terrein bevinden zich vijf van de in totaal 14 schotels van de Westerbork Synthese Radio Telescoop die in 1970 in gebruik werd genomen en in 1999 gemoderniseerd.

Herinneringscentrum Kamp Westerbork

Herinneringscentrum[bewerken]

Sinds 1983 is er een herinneringscentrum, waar de geschiedenis van Polizeiliches Durchgangslager Westerbork wordt verteld. Er is een museum, waar diverse voorwerpen worden tentoongesteld en films zijn te zien en sinds kort ook meerdere wanden van originele barakken. Het voormalige kampterrein is nu een groene vlakte. Aan aantal gebouwen zijn gemarkeerd door verhoogde taluds, die met gras begroeid zijn. Behalve de commandantwoning en de aardappelkelder bevinden zich op en in de onmiddellijke omgeving van het kamp geen originele gebouwen meer; een klein overdekt informatiepunt met maquette ligt verzonken langs de voormalige hoofdweg. Een aantal gedeeltelijke reconstructies in beton geven een indruk van hoe de barakken eruit hebben gezien. 100 meter voor de ingang van het kamp verwijzen de Tekens van Westerbork naar de bestemmingen waar de gevangenen heen gebracht zijn en vermelden hun aantallen. Midden op het terrein, op de voormalige appèlplaats, is een monument geplaatst met 102.000 rode stenen (zie hieronder).

Monumenten[bewerken]

Op het terrein staan verschillende monumenten.

Nationaal Monument Westerbork[bewerken]

Op de plaats waar de spoorrails in het kamp eindigden, onthulde koningin Juliana in 1970 het Nationaal Monument Westerbork, ontworpen door oud-gevangene Ralph Prins. Het zijn twee omhoogstaande, omgekrulde spoorstaven op 97 bielzen. Daarvan liggen er 93 vast onder de rails. Elke biels verwijst naar één van de treinen die vanuit Westerbork naar de vernietigingskampen zijn vertrokken. Vier bielzen liggen los van de rails en symboliseren 4 transporten waarmee Joden van elders in Nederland naar de kampen Oost-Europa vertrokken. Het monument is begrensd door een muur van Drentse zwerfkeien. Er staat ook een stootblok. Geen van de elementen is uit het kamp afkomstig. Het monument is tweemaal onthuld, omdat de eerste keer geen overlevenden of nabestaanden uitgenodigd waren. Het monument is eigendom van de provincie Drenthe en wordt beheerd door het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. [8].

De 102.000 Stenen op de voormalige appelplaats

De 102.000 Stenen[bewerken]

De 102.000 Stenen, midden in het voormalige kamp op de appèlplaats, herinnert aan de 102.000 mensen die vanuit het kamp werden gedeporteerd en die hun deportatie niet overleefden. De rode rechthoekige stenen zijn allen voorzien van een symbool. De stenen met een rvs-davidsster gedenken de Joden die vanuit kamp Westerbork naar Midden- en Oost-Europa werden gedeporteerd en daar vermoord werden. 213 stenen dragen een vlam en verwijzen naar de omgebrachte Sinti en Roma. Enkele tientallen stenen hebben geen symbool en verwijzen naar de verzetsstrijders die in kamp Westerbork gevangen hebben gezeten. Het hoogteverschil tussen de stenen moet benadrukken dat er voor ieder slachtoffer een eigen steen is neergezet. Daarnaast maakt het hoogteverschil tussen de stenen de omvang van het getal 102.000 zichtbaar. De stenen zijn geplaatst in de kaart van Nederland, om te onderstrepen dat de Joodse gevangenen van kamp Westerbork uit alle delen van Nederland afkomstig waren.[9].

Jerusalem Stone[bewerken]

Op het terrein ligt ook de Jerusalem Stone ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de naziterreur en kamp Westerbork. Deze steen komt uit de heuvels bij Jerusalem en is een geschenk van de staat Israël. Hij werd op 3 maart 1993 onthuld door de Israëlische president Chaim Herzog, in aanwezigheid van koningin Beatrix. Zulke stenen zijn ook in Auschwitz en in Bergen-Belsen geplaatst. De steen draagt de Bijbeltekst '…en mijn smart staat mij bestendig voor ogen' (Psalm 38 vers 18).

Verzetsmonument[bewerken]

Een halve kilometer ten zuiden van de hoofdingang van kamp Westerbork bevond zich het kampcrematorium. Op 20 september 1943 werden de lichamen van 10 verzetsstrijders, die waren geëxecuteerd op het Witterveld bij Assen, in het crematorium van kamp Westerbork verbrand, waarna de stoffelijke resten achter het gebouw werden begraven. Op deze plek staat sinds 1949 het verzetsmonument, waarop de namen van deze 10 mannen staan vermeld. Op deze zelfde plek werden in het najaar van 1944 nog 48 andere verzetsstrijders en 4 Joodse gevangenen neergeschoten. Hun stoffelijke resten zijn na de oorlog herbegraven in Groningen, Beilen en Loenen. Het crematorium werd in 1951 gesloopt.

De bewaard gebleven commandantswoning waar o.a. Albert Konrad Gemmeker, commandant van het voormalige Kamp Westerbork, woonde. Het pand is het enige overgebleven bouwwerk van kamp Westerbork dat nog op zijn originele plek staat en is een rijksmonument.

De commandantwoning[bewerken]

De voormalige commandantwoning is één van de weinige nog bestaande gebouwen van het kamp en een erkend rijksmonument. In 2007 verliet de laatste particuliere bewoonster, mevrouw Van der Speck O'Breen, het pand. Zij was een dochter van kolonel Van der Speck O'Breen, die eind jaren 40 uit Nederlands-Indië repatrieerde. Tot en met 2010 was niet duidelijk wanneer de O'Breens exact in het pand kwamen wonen tot de vondst van een krant in een verhuiskist aantoonde dat dit in het najaar van 1949 moet zijn geweest. Het pand werd dus 58 jaar bewoond door leden van deze familie, wat het huis in 1971 van de slopershamer heeft gered. Na het vertrek van mevrouw Van der Speck O'Breen in 2007 kwam het pand leeg te staan. Staatsbosbeheer, de eigenaar van het pand, heeft het beheer van de woning in 2010 overgedragen aan het Herinneringscentrum Kamp Westerbork.[10] In 2011 werd 1,6 miljoen euro beschikbaar gesteld om het pand te conserveren door middel van de plaatsing van een glazen koepel over het pand. Daartoe onderging de villa een bouwbiografisch onderzoek naar sporen van de bewoners en ook de tuin werd archeologisch onderzocht op sporen van het originele tuinontwerp van de Joodse tuinman Fuchs. Een aantal authentieke ornamenten van Fuchs werden teruggevonden waaronder een door hem aangelegd grindpaadje.

Varia[bewerken]

  • Het destijds populaire Joodse duo Johnny & Jones, Nederlands eerste tieneridolen, behoorde tot de groep gevangenen die af en toe voor bepaalde werkzaamheden en onder voorwaarden het kamp konden verlaten. Zo waren ze in de gelegenheid om zes in kamp Westerbork gecomponeerde liedjes, waaronder de 'Westerbork Serenade' in Amsterdam op te nemen. Johnny en Jones, (Nol van Weezel en Max Kannewasser) hebben de Tweede Wereldoorlog niet overleefd.
  • Op 7 augustus 2006 brachten de selecties van FC Emmen en BV Veendam een bezoek aan het voormalige doorvoerkamp. Na de rondleiding door Frits Barend speelden de beide selecties een benefietwedstrijd ten behoeve van voormalig kamp Westerbork.
  • In de tweede helft van de jaren 1960 zijn een aantal barakken van kamp Westerbork verkocht, veelal aan boeren die de oude barakken op hun eigen erf weer opbouwden en in gebruik namen als stal of opslagschuur. Het Herinneringscentrum Kamp Westerbork probeert deze barakken, die vaak slechts gedeeltelijk behouden zijn gebleven, weer terug te halen om ze terug te plaatsen op het kampterrein. Eén van deze barakken, die 40 jaar bij Veendam had gestaan, ging vlak voor een dergelijke verplaatsing door brandstichting verloren. Enkele resten van deze barak hebben een plek gekregen in de permanente tentoonstelling van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. [11][12]
  • In de omringende bossen bevindt zich een stortplaats van batterijen die door gevangenen werden ontmanteld. Op deze plaats heeft lange tijd niets gegroeid, totdat in 2009 het zeer zeldzame ongezoomd ertsmos werd aangetroffen.[13][14]
  • Sinds 2012 bestaat het Westerborkpad, een wandelroute in het spoor van de Jodenvervolging in Nederland. Deze loopt van de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam naar de ingang van het voormalige kamp.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bron

Referenties

  1. a b United States Holocaust Memorial Museum - Westerbork Timeline
  2. Archief gemeente Midden-Drenthe. Correspondentie
  3. Archief gemeente Midden-Drenthe
  4. Liberty Park
  5. Getuigenverhalen. NSB'ers in Westerbork. 20 sept. 2012
  6. H. Eefting (2007) De bijzondere rechtspleging. Rampzalige gevolgen enz., p. 316
  7. Resten op 'vergeten' begraafplaats Westerbork, 21 9 2012, BN De Stem
  8. http://www.kampwesterbork.nl/nl/museum/kampterrein/nationaal-monument-westerbork/index.html#/index
  9. http://www.kampwesterbork.nl/nl/museum/kampterrein/de-102000-stenen/index.html
  10. kampwesterbork.nl
  11. Brand barak Westerbork aangestoken, 22-07-09 op de website van NOS
  12. Westerbork zoekt barakken in Limburg, 23-07-09 op de website van NOS
  13. Ertsmos in Westerbork, reportage radio-uitzending Vroege Vogels
  14. Website BLWG. Wat doet Ertsmos in Kamp Westerbork?, verkregen op 15-11-2009 via deze link