Kamp Westerbork
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
Kamp Westerbork (Polizeiliches Durchgangslager Westerbork) gelegen bij Hooghalen is bekend geworden als voornamelijk Joods concentratie- of doorgangskamp. Hier moesten tijdens de Duitse bezetting van Nederland 107.000 Joden, enkele honderden Roma, Sinti en verzetsstrijders verblijven. Slechts 5.000 van de Joden overleefden de oorlog, de meesten in Theresienstadt en Bergen-Belsen of door bevrijding (~850) in Westerbork zelf. De behandeling hier verschilde sterk van die in Duitsland of Polen. Martelingen of doelbewuste slechte behandeling zoals in de vernietigingskampen was hier zeldzaam. Gezinnen leefden bij elkaar, er was werk, er was school en ontspanning. Toch werden ook hier executies uitgevoerd, o.m. door de gebroeders de SS'ers Pieter Johan Faber en Klaas Carel Faber.
Inhoud |
[bewerken] Voorgeschiedenis
Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog vluchtten steeds meer Duitse Joden voor de naziterreur de grens met Nederland over. De toenmalige Nederlandse regering wilde op goede voet blijven staan met Duitsland, dus sloot ze op 15 december 1938 de grens (enkele weken na de Kristallnacht van 11 november 1938), en bestempelde de vluchtelingen tot ongewenste vreemdelingen. In februari 1939 besloot de Nederlandse regering tot de bouw van een groot kamp voor deze vluchtelingen.
Aanvankelijk zou dat kamp bij Elspeet worden gebouwd. Maar Koningin Wilhelmina vond de afstand van twaalf kilometer tot haar zomerverblijf paleis Het Loo veel te klein. Ook de ANWB was tegen, want de gehele Veluwe moest beschikbaar blijven voor vakantiegangers. Daarom werd tenslotte gekozen voor het Amerveld op de Drentse heide bij Hooghalen, tien kilometer ten noorden van het dorp Westerbork. In augustus 1939 werden hier door arbeiders in de werkverschaffing de eerste barakken gebouwd van Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork.
Op 9 oktober arriveerden de eerste tweeëntwintig bewoners. Zij waren afkomstig uit een groep van ruim 900 Duitse Joden die tevergeefs hadden geprobeerd met het Duitse schip St Louis van Hamburg naar Cuba te vluchten.
[bewerken] Tweede Wereldoorlog
Tijdens de bezetting maakten de nazi's dankbaar gebruik van de al gerealiseerde kampstructuur. Westerbork kwam op 1 juli 1942 onder rechtstreeks Duits bestuur. Vanaf oktober 1942 tot april 1945 was de SS'er Albert Konrad Gemmeker commandant van het kamp. Als Polizeiliches Durchgangslager Westerbork werd het een doorgangskamp voor Joden, zigeuners, homoseksuelen, verzetsmensen en andere mensen die nazi-Duitsland 'bedreigden'. De gevangenen werden per trein afgevoerd. Aanvankelijk via station Hooghalen, maar na enige tijd werd een spoorlijntje aangelegd dat het kamp verbond met de spoorlijn tussen Beilen en Assen.
Meestal op dinsdag vertrok vrijwel wekelijks vanuit Westerbork een goederen- of personentrein die een grote groep kampbewoners via Assen, Groningen en Nieuweschans naar kampen in Polen bracht, voornamelijk de vernietigingskampen Auschwitz-Birkenau en Sobibór. Een dag of drie later kwamen ze daar dan aan. De trein werd tot Nieuweschans door Nederlands spoorwegpersoneel bemand, en vanaf Nieuweschans door Duits personeel.
In totaal werden van juni 1942 tot en met september 1944 ruim 107.000 gevangenen vanuit Westerbork per trein gedeporteerd. Slechts 5.000 van hen keerden levend terug, ruim 102.000 van hen zijn vermoord.
Onder de slachtoffers waren bekende mensen. Etty Hillesum heeft in Westerbork vast gezeten alvorens ze werd gedeporteerd, en Anne Frank en haar familie werden op een van de laatste transporttreinen van Kamp Westerbork naar Auschwitz gezet. Ook het Sinti-meisje Settela Steinbach is via Westerbork gedeporteerd. De journalist, voor het Algemeen Handelsblad, Philip Mechanicus werd op 7 november 1942 naar Westerbork afgevoerd en op 8 maart 1944 op transport gesteld naar Bergen-Belsen; op 9 oktober 1944 werd hij met een straftransport van 120 man naar Auschwitz-Birkenau gebracht, waar hij drie dagen later werd doodgeschoten.
De laatste trein vertrok op 13 september 1944.[2] Op 12 april 1945 werd het kamp door Canadese soldaten bevrijd. Er waren nog circa 850 gevangenen in het kamp achtergebleven. Het kamp kwam nu onder Nederlands commando en de bewoners moesten nog weken in het kamp blijven alvorens zij naar huis mochten.
[bewerken] Bevrijding
De Canadezen hebben het kamp op 12 april 1945 bevrijd. Squadron B en C lagen bij het Oranjekanaal en trokken die ochtend naar Spier waar zij Franse paratroepers ontmoetten, die in de nacht van 7 op 8 april waren gedropt tijdens de operatie Amherst. In de middag van 11 april zijn de Duitsers gevlucht. Gemmeker droeg bij zijn vertrek het commando over aan de eerste dienstleider Kurt Schlesinger die op zijn beurt het commando overdroeg aan Aad van As. Deze overdrachten vonden plaats door het overhandigen van een klein pistool. Aad van As vroeg het hoofd van de buitendienst Zielke de Canadezen tegemoet te gaan wat deze deed en de Canadezen de gegevens over het kamp overhandigde.
Er waren echter ook nog 116 vrouwelijke niet-Joodse politieke gevangenen in het kamp die door de Duitsers werden meegenomen en op 14 april bij Visvliet werden vrijgelaten. Bij de bevrijding zijn de kampbewoners de Canadezen tegemoet gerend. Deze deelden sigaretten en chocolade uit, maar daarna moesten de bewoners echter terug naar het kamp en daar tot nader order blijven, omdat de omgeving van het kamp nog te gevaarlijk was en lieden in het kamp die met de Duitsers hadden samengewerkt moesten worden opgepakt. De Royal Hamilton Infanterie nam het gezag over en de wachttorens werden bemand met mensen van de Binnenlandse Strijdkrachten. De Canadezen trokken de volgende dag verder richting Assen.
[bewerken] Ontsnapt
Naar schatting tweehonderd mensen zijn uit Westerbork ontsnapt. Omdat men dacht dat de transporten naar werkkampen in Polen gingen was er weinig behoefte om te ontsnappen. Enige ontsnapten:
- Lore Polak, zij ging terug naar haar onderduikadres bij de weduwe van Johan Benders.
- Jobje v.d.B. was een vrouw die in een wasserij in de stad te werk was gesteld. Daar ontmoette zij haar voormalige kinderjuffrouw. Deze bezorgde haar een vals identiteitsbewijs en 25 gulden, zodat zij enkele dagen daarna weg kon lopen.
[bewerken] Na de oorlog (Schattenberg)
Na de oorlog is het kamp tot in 1949 door de Nederlandse overheid gebruikt voor het in afwachting van hun proces gevangen houden van NSB'ers en collaborateurs.
Daarna werd het korte tijd een militair kampement van 1 december 1948 tot september 1949. Van 4 juli 1950 tot maart 1951 was het een repatriëringskamp voor Indische Nederlanders die plaats moesten maken voor Molukse soldaten en hun gezinnen. In 1951 werd het kamp ingericht als woonoord voor gedemobiliseerde KNIL-militairen van Zuid-Molukse afkomst. Het kreeg toen de naam Schattenberg, naar een heuvel in de buurt. De eerste Molukkers arriveerden hier op 22 maart 1951; ze waren een dag eerder in Rotterdam aangekomen met de Kota Inten. In 1970 vertrokken de laatste gezinnen. Het kamp werd vervolgens afgebroken.
Op het terrein bevinden zich enkele schotels van de Westerbork Synthese Radio Telescoop die in 1970 in gebruik genomen werd en in 1999 gemoderniseerd.
[bewerken] Herinneringscentrum
Sinds 1983 is er een herinneringscentrum, waar de geschiedenis van Durchgangslager Westerbork wordt verteld. Eén van de gastsprekers is Hélène Petter-Egger. Er is een museum, waar diverse voorwerpen worden tentoongesteld en films zijn te zien en sinds kort ook nog gevels en muren van de echte barakken. Het voormalige kampterrein is nu een groene vlakte. De belangrijkste gebouwen zijn nu gemarkeerd door heuveltjes. Driehoekige stenen markeren de plaatsen waar eens barakken en spoorrails waren.
Midden op het terrein is een monument geplaatst, ter nagedachtenis aan de vele duizenden Joden en zigeuners, die vanuit kamp Westerbork naar de vernietigingskampen werden gedeporteerd.
[bewerken] Monumenten
Op het terrein staan verschillende monumenten. Op de plaats waar de spoorrails in het kamp eindigden onthulde Koningin Juliana in 1970 het Nationaal monument Westerbork, ontworpen door oud-gevangene Ralph Prins.
Het Monument met de 102.000 Stenen herinnert aan de 102.000 mensen die vanuit het kamp werden gedeporteerd en het niet overleefden. Op de kop van de stenen is een davidster, een vlammetje of geen teken te zien. De lengte van elke steen symboliseert de lengte van ieders verhaal. Van de stenen zijn er tweehonderddertien met een vlam uitgevoerd: een groep van 245 Roma en Sinti werd via kamp Westerbork gedeporteerd en de meesten van hen werden om het leven gebracht. Vierenvijftig stenen zijn zonder symbool uitgevoerd en staan voor de verzetsstrijders van boven Zwolle die in kamp Westerbork zijn gefusilleerd en gecremeerd.
Over het leven in voormalig Kamp Westerbork zijn tientallen boeken geschreven, die elk als een monument gezien kunnen worden.
[bewerken] De woning van de kampcommandant
De voormalige woning van kampcommandant Albert Konrad Gemmeker is het enige nog bestaande gebouw van het kamp en een erkent rijksmonument. In 2007 verliet de laatste particuliere bewoonster, mw van der Speck O'breen, het pand. Mevrouw O'breen was een dochter van Kolonel van der Speck O'breen, die eind jaren 40 uit Nederlands Indië repatrieerde. Tot en met 2010 was niet duidelijk wanneer de O'breens exact in het pand kwamen wonen de vondst van een krant in een verhuiskist aantoonde dat dit in het najaar van 1949 is geweest. De O'breens bleven dus 58 jaar in het gebouw wonen, waardoor het pand als enige de sloop van de rest van het kamp overleefde. Na het vertrek van mw O'breen in 2007 kwam de villa in beheer bij Staatsbosbeheer, die het gebouw in 2010 op haar beurt schonk aan de Stichting Herinneringscentrum Kamp Westerbork. In 2011 werd 1,6 miljoen euro beschikbaar gesteld om het pand te conserveren door de bouw van een glazen koepel om het pand heen. Daartoe onderging de villa een bouwbiografisch onderzoek naar sporen van de bewoners en ook de tuin werd archeologisch onderzocht op sporen van het originele tuinontwerp van de Joodse tuinman Fuchs. Een aantal authentieke ornamenten van Fuchs werden teruggevonden waaronder een door hem aangelegd grindpaadje.
[bewerken] Varia
- Het destijds populaire Joodse duo Johnny & Jones mocht het kamp tijdelijk verlaten om in Amsterdam het liedje 'Westerbork serenade' op te nemen. Ze hebben het vervolg niet overleefd.
- Op 7 augustus 2006 brachten de selecties van FC Emmen en BV Veendam een bezoek aan het voormalige doorvoerkamp. Na de rondleiding door Frits Barend speelden de beide selecties een benefietwedstrijd ten behoeve van voormalig kamp Westerbork.
- In 2009 wilde Kamp Westerbork alle overgebleven barakken terug in het kamp. Een barak in Veendam werd in brand gestoken nadat er plannen waren om deze naar Westerbork over te brengen.[3][4]
- In de omringende bossen bevindt zich een stortplaats van batterijen die door gevangenen werden ontmanteld. Op deze plaats heeft lange tijd niets gegroeid, totdat in 2009 het zeer zeldzame ongezoomd ertsmos werd aangetroffen.[5][6]
- Er wordt gewerkt aan een Westerborkpad, een wandelroute in het spoor van de Jodenvervolging in Nederland. Deze loopt van de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam naar het voormalige kamp.
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Externe links
- Herinneringscentrum Kamp Westerbork
- Foto - Repatrianten in woonoord "De Schattenberg", 1950
Bronnen, noten en/of referenties:
Referenties
- ↑ a b United States Holocaust Memorial Museum - Westerbork Timeline
- ↑ Liberty Park
- ↑ Brand barak Westerbork aangestoken, 22-07-09 op de website van NOS
- ↑ Westerbork zoekt barakken in Limburg, 23-07-09 op de website van NOS
- ↑ Ertsmos in Westerbork, reportage radio-uitzending Vroege Vogels
- ↑ Website BLWG. Wat doet Ertsmos in Kamp Westerbork?, verkregen op 15-11-2009 via deze link
| Zie de categorie Kamp Westerbork van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
| Interneringskampen NSB'ers |
|---|
|
Beugelen · Carel Coenraadpolder/Dollart Süd · Conrad · De Beetse · Erika · It Petgat · Molengoot · Nuis · Oranje · Vught · Westerbork · Ybenheer |