Kanaän (gebied)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Kaart van Kanaän

Kanaän is bekend als een gebied in de Oudheid, gelegen ten westen van de rivier Jordaan (Genesis 28:1), dat bij benadering overeenkwam met het hedendaagse Israël en Palestina plus aangrenzend kustland en delen van Libanon en Syrië. Voor die tijd bestreek het Oude Kanaän een nog groter gebied, maar exacte beschrijving is lastig, omdat het geen politieke eenheid of staatsvorm kende. In het gebied lagen een aantal goed georganiseerde, maar onafhankelijke steden. Voor zover bekend heeft geen van de Kanaänitische steden een dominante positie ingenomen.

De naam Kanaän komt reeds voor in Egyptische teksten, in de 16e eeuw v.Chr.. De Amarna-brieven die er zijn gevonden noemen het (Akkadisch Ki-na-ah-num) in verband met steden langs de Fenicische kust en tot in Boven-Galilea. Egyptische bronnen maken eveneens melding van enkele veldtochten die in Ka-na-na, net binnen Azië, uitgevochten werden (met name de Slag bij Megiddo). De Hettieten waren vaak in conflict met de Egyptenaren, die hen de heerschappij over Kanaän betwistten. Af en toe werden Hettietische, Hoerrietische en Kassietische prinsessen naar Egypte gestuurd als echtgenoten van farao's van de Achttiende Dynastie (1570-1300 v.Chr.) teneinde de goede betrekkingen te garanderen.

De Bijbel (ca. 600 v.Chr.) identificeert Kanaän met Libanon - voornamelijk de kuststad Sidon - maar laat het "Land van Kanaän" zuidwaarts doorlopen over Gaza naar de "Beek van Egypte" en oostwaarts naar de Jordaanvallei, inclusief het huidige Israël en de Palestijnse gebieden. In dit zuidelijk gedeelte waren veel etnische groepen.

Archeologen hebben verschillende opgravingen verricht in het gebied. De stad Ugarit in het noorden van het huidige Syrië werd in 1928 ontdekt. Hoewel haar cultuur en religie overeenkwam met die in Kanaaän, beschouwden de inwoners van Ugarit de Kanaänieten op den duur als buitenlanders. Veel van wat men thans weet over de regio komt van de opgravingen aldaar. Andere bronnen zijn Oude Egyptische, Mesopotamische en Hebreeuwse teksten (de Bijbel). De Kanaänieten zijn altijd beschouwd als een etnische groep die zich vanuit Libanon uitbreidde. Recente bronnen suggereren ook een tweede origine, namelijk vanuit het Arabisch Schiereiland, zonder evenwel bewijzen hiervoor aan te voeren.

Inhoud

[bewerk] Geschiedenis

Zie Geschiedenis van Kanaän voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De geschiedenis van Kanaän speelt zich af in en rond het gebied dat overeenkomt met de Levant, en is al van in de prehistorie een druk doorgangs- en verblijfsgebied geweest voor menselijke stammen en volken van diverse origine, van en naar diverse windstreken. Op deze plaatsen zijn dan ook geregeld meerdere culturen in botsing gekomen. Maar tegelijk was het gebied vaak de smeltkroes waar verworvenheden van aangrenzende culturen samenvloeiden.

Het gebied ligt op de overlappingszone van vier oude culturen: de Mesopotamische in het oosten, de Anatolische in het noorden, Minoïsch Kreta in het westen en de Egyptische in het zuiden. De invloeden van deze cultuurgebieden hebben vaak grote druk op elkaar uitgeoefend wat leidde tot het opkomen en verdwijnen van diverse koninkrijken en koninkrijkjes.

[bewerk] Oorspronkelijke cultuur

Al is de bodem er niet zo vruchtbaar, het regende er veel tot circa 5000 v.Chr.. Daarom kwam er toch landbouw op gang op de bergflanken. Naarmate het minder ging regenen zakte de landbouw af naar de valleien. Muren rond de vroege nederzettingen zoals Jericho waren soms eerder een bescherming tegen overstroming dan tegen vijanden.

Het oude land Kanaän bestond weldra uit welvarende steden met vruchtbare omliggende landbouwgebieden onder gezag van een tempel, aan het hoofd waarvan een priesteres stond. Deze heerseres werd op zeker moment Baälat genoemd (wat 'meesteres' betekent in het Kanaänitisch), en haar gemaal was dan 'de Baäl' ("heer"). Hittietische en Hoerritische teksten gebruiken hetzelfde teken voor Baäl als de Akkadiërs. (In het Sanskriet betekent bala "machtig", "sterk"). De Godin van Ugarit was zoals overal in deze streek de Moedergodin en werd vooral in zuidelijk Kanaän onder de naam Ashtoreth vereerd.
In Hazor zijn heel wat Astartebeeldjes opgegraven, wat op de verwantschap met deze Moedergodin wijst, die zowat overal rondom de Middellandse Zee werd vereerd. Ook ovale Astarteplaketten in klei werden er gevonden, votieven met daarop de naakte Godin Asherah afgebeeld, met in de handen papyrusstengels of slangen, en op het hoofd twee lange spiraalvormige krullen identiek aan die van de Egyptische Hathor. Dit wijst op sterke connecties met zowel het Oude Egypte, dat er aan de kust enkele havens en kolonies had, als met Kreta, waar de Slangengodin algemeen vereerd werd.
De gemaal van Asherah was El naar wie de teksten evenwel als Thor-El verwijzen, wat latere Indo-Europese banden met deze stormgod suggereert.

Tegen de 14e eeuw v.Chr. was een groot gedeelte van de bevolking van Ugarit Hoerritisch.

De Filistijnen waren een van de 'zeevolkeren' die vestigingen in Kanaän hadden, en een aandeel hadden in de handel met de kuststreken rondom de Middellandse Zee en in het vervoer van goederen en personen. De Kanaänieten hadden reeds vroeg de naam handelaars te zijn die een zeer ruim gebied bedienden tot voorbij het Nabije Oosten. In de Bijbel wordt "Kanaäniet" enkele keren zelfs als synoniem voor "handelaar" gebruikt, wat erop wijst dat dit aspect van de cultuur het meest opvallende was.

Een beroemd exportproduct was de zeer gewilde purperkleurstof, die uit twee soorten zeeslakken werd bereid.

De Kanaänieten kwamen in conflict met de oprukkende nomadenstammen uit het noorden, voornamelijk de Hebreeën die, onder leiding van hun priesterkaste, de Levieten, met eigen zeden, gewoonten en wetten uiteindelijk het gebied deels hebben veroverd en onderworpen, nadat de inheemse bevolking grotendeels was afgeslacht, zoals beschreven in de Bijbel (Deut. 2:32, 3:3-6, Jozua 6:21, 8:25-29, 10:28-40).

Tussen ca. 1200 en 1100 v.Chr. raakte het grootste deel van Kanaän bezet door Israëlieten, terwijl het noordelijke onder Aramees bestuur kwam. Het overblijvend gebied dat onder Kanaänietisch bestuur bleef werd door de Grieken Fenicië genoemd, hetgeen 'purper' betekent, verwijzend naar de beroemde kleurstof die het land produceerde.

Veel later schreef Hecataeus in de 6e eeuw v.Chr. over Fenicië, dat het voorheen χνα werd genoemd, een naam die Philo van Byblos vervolgens opnam in zijn mythologie als eponym voor de Feniciërs: "Khna dat later Phoinix werd genoemd". Hij haalt fragmenten van Sanchuniaton aan waarin Byblos, Berytus en Tyrus als de eerste steden worden genoemd die ooit gebouwd werden onder de heerschappij van de mythische Kronos, en waarvan de inwoners de visvangst, jacht, landbouw, scheepsbouw en het schrift uitvonden.

Ook Augustinus van Hippo meldt dat de zeevarende Feniciërs hun land als Kanaän aanduidden. Dit wordt verder bevestigd door munten uit Laodicea waarop als legende staat "Laodicea, metropolis in Kanaän". Ze dateren uit het regeertijdperk van Antiochus IV (175-164 v.Chr.)

De eerste Kanaänieten die via de zee emigreerden vestigden zich in Carthago. Augustinus vermeldt dat de buitenmensen nabij Hippo (dat waarschijnlijk van Punische oorsprong was) zichzelf in zijn dagen nog steeds Chanani noemden.

[bewerk] Tijdsindeling over Kanaän

[bewerk] Bijbelse Figuren in Kanaän

[bewerk] Etymologie van het woord Kanaän

De naam Kanaän komt in Egyptische hiërogliefen als kAnana voor op de Merneptah Stele in de 13e eeuw v.Chr.
De naam Kanaän komt in Egyptische hiërogliefen als kAnana voor op de Merneptah Stele in de 13e eeuw v.Chr.

De herkomst van het woord Kanaän is onzeker, mogelijk is het gerelateerd aan het Egyptische woord voor westland. Een andere mogelijkheid is, dat het gerelateerd is aan een woord dat rode purper(wol) betekent, en dat Kanaän het land was waar dit rode purper uit geëxporteerd werd, een betekenis die overgedragen zou zijn van die van het woord Fenicië. Een andere verklaring, dat het woord Kanaän laagland betekent in tegenstelling tot Aram dat hoogland betekent, is minder waarschijnlijk. Dat het laagland betekent is evengoed een mogelijke verklaring.

[bewerk] Literatuur

  • Ergener, Reşit Anatolia land of Mother Goddess (1988), Hitit publication Ankara, ISBN 975 7521 02 7.
  • Stone, Merlin Eens was God als Vrouw belichaamd (1979), Servire Katwijk, ISBN 90 6077 582 1
  • Walker, Barbara G. The Woman's Encyclopedia of Myths and Secrets (1986), Harper & Row, Londen, ISBN 0 06 250925 X
  • de Vaux, Roland Ancient Israel, (1965)
  • Patai, Raphael The Hebrew Goddess (1967), derde editie (1990) Wayne State University Press, ISBN 0-8143-2271-9
  • Lewis, Bernard The Arabs in History, (2002), Oxford University Press, USA; 6New Ed edition, page 17

[bewerk] Zie ook

 
Persoonlijke instellingen