Kanaal (waterweg)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Gatunsluis van het Panamakanaal.

Een kanaal, vaart of gracht is een kunstmatig aangelegde waterweg. Kenmerkend voor een kanaal is dat het aan het begin en eind wordt afgesloten door een sluis, waardoor waterpeil en stroming gereguleerd zijn. Belangrijke kanalen zijn het Suezkanaal en het Panamakanaal. Soms worden deze kanalen gegraven naast onbevaarbare gedeeltes bij een rivier. Dit zijn laterale kanalen, zoals het Netekanaal of het Julianakanaal. Kanalen kunnen ook water aanvoeren (irrigatie); het zijn dan voedingskanalen (vb. kanaal Bocholt-Herentals). Voeren ze water af (drainage), zijn het afleidingskanalen, ook afwateringskanalen, suatiekanalen of uitwateringskanalen genoemd (vb. Schipdonkkanaal).

Geschiedenis[bewerken]

Tot de komst van de spoorwegen was het vervoer over water goedkoper en sneller dan over land. Dat kwam doordat men door middel van vaartuigen een relatief grote lading kon vervoeren en de wegen vaak onverhard en slecht waren. De eerste kanalen moesten water naar de velden brengen. De irrigatie vond men al terug bij de beschavingen in het Oude Egypte en Mesopotamië. In China begon men met het bevaarbaar maken van rivieren door het water op te stuwen of de rivier te verdiepen of verbreden. Later begon men ook al met het graven van nieuwe kanalen, om meanders en ondiepe gedeeltes af te snijden. Daarbij begonnen ze al met de bouw van sluizen. Een grote prestatie was de opening van het Grote Kanaal.

Een jaagpad in gebruik.

De bouw van kanalen en sluizen bereikte ook Europa. Hier was ze al vlug terug te vinden in Noord-Italië, Nederland en Vlaanderen (inpoldering). In de middeleeuwen vonden veel oorlogen plaats, waarbij men zowel op militair als economisch vlak sterker wilde staan. Om de economie te stimuleren was de aanleg van kanalen strategisch belangrijk. Een goed voorbeeld is de Fossa Eugeniana, waarmee de Spanjaarden de handel van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden wilden omleiden naar Antwerpen. Dezelfde poging deed Napoleon Bonaparte met zijn Grand Canal du Nord. Na deze bloeiperiode van de aanleg van kanalen kwam de opkomst van de spoorwegen en later de autowegen.

De eerste kanalen waren relatief klein en voorzien van jaagpaden. De binnenvaartboten (sleepschip en trekschuit) waren niet voorzien van motoren en moesten meestal vanaf de kant getrokken worden door mens of paard. Voor bredere wateren werden vanaf de 19de eeuw stoomboten ingezet om vaak meerdere sleepboten te trekken of te duwen. Pas na de Tweede Wereldoorlog werden binnenvaartschepen met eigen motoren gebruikt op kanalen en werden de schepen veel groter. Tal van kanaalverbredingsprojecten zijn dan ook uitgevoerd, daar de oude kleine binnenvaartschepen niet meer rendabel waren en vervangen werden door grotere schepen.

Aanleg[bewerken]

Kanalen zijn door de mens aangelegd; de loop van het kanaal en de dwarsdoorsnede zijn regelmatig van vorm. In het algemeen is de waterstand hoger of lager dan de directe omgeving. Ligt het waterpeil in het kanaal hoger, dan wordt dit een kanaal in ophoging genoemd; ligt het waterpeil lager dan een kanaal in ingraving. De oevers moeten het in- of uitstromen van water tegengaan. Het kanaal wordt aan het begin en eind afgesloten door een sluis; meestal een schutsluis, soms ook een spuisluis of een gemaal.

Klasse[bewerken]

Bij het ontwerp van het het kanaal wordt rekening gehouden met de scheepstypen die er gebruik van zullen gaan maken. Het kanaal moet groot genoeg zijn voor de schepen om elkaar veilig te passeren en met een redelijke snelheid kunnen varen. Vuistregels hierbij zijn dat het kanaal zesmaal breder en circa 1,50 meter dieper moet zijn dan de schepen die het kanaal bevaren. De indeling van kanalen naar scheepstypen is dan een logisch gevolg. De maatstaven voor het indelen van een vaarweg, zoals een kanaal, zijn de lengte, de breedte en het laadvermogen van het grootste vaartuig of duwstel dat op een vaarweg wordt toegelaten, of waarvoor de vaarweg geschikt wordt geacht.

In 1954 zijn alle vaarwegen in Europa geklasseerd in zes hoofdmaten. Deze classificatie werd goedgekeurd door de Europese ministers van verkeer (CEMT):

klasse type lengte (m) breedte (m) diepgang (m)
0 kleine schepen tot 300 ton
I Spits 38,50 5,00 2,20
II Kempenaar 50,00 6,60 2,50
III Dortmunder 67,00 8,20 2,50
IV Rhein-Herne 80,00 9,50 2,50
V Groot Rijnschip 95,00 11,50 2,70

In 1992 is de klasse-indeling aangepast en zijn duwboten toegevoegd. Na de Va-klasse komen nog vijf klassen waarbij het aantal duwbakken dat gebruikt kan worden, maatgevend is[1]:

klasse type lengte (m) breedte (m) diepgang (m) Tonnage (ton)
0 kleine schepen tot 250 ton <250
I Spits 38,50 5,05 1,80-2,20 250-400
II Kempenaar 50-55 6,60 2,50 400-650
III Dortmunder 67-70 8,20 2,50 650-1000
IV Rhein-Herne 80-85 9,50 2,50 1000-1500
IV duwboot 85 9,50 2,50-2,80 1250-1450
Va Groot Rijnschip 95-110 11,40 2,50-2,80 1500-3000
Va duwboot 95-110 11,40 2,50-4,50 1600-3000

Belangrijke kanalen per land[bewerken]

België[bewerken]

Nederland[bewerken]

Maas-Waalkanaal, gezien vanuit Malden

Duitsland[bewerken]

Amsterdam-Rijnkanaal vanaf de Nieuwegeinse Brug

Frankrijk[bewerken]

Rusland[bewerken]

Verenigd Koninkrijk[bewerken]

Rest van de wereld[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Vaarklassen (CEMT) Geraadpleegd op 2011-05-22
Algemeen: Ecotoop · Landschap · Landschapselement · Nederlandse landschappen
Vlakvormig: Abschnittsmotte · Achterkade · Beekdal · Beemd · Begraafplaats · Bolle akker · Bos · Brink · Brinkdorp · Broek · Del · Dorp · Droogmakerij · Duin · Eiland · Eng · Enk · Es · Esdorp · Fort · Geriefbos · Gors · Griend · Haven · Heuvel · Houtkade · Inlaag · Karreveld · Kerkhof · Kolk · Kraag · Kreek · Kreekrug · Kromakker · Kwelder · Landgoed · Legakker · Lintdorp · Luchthaven · Maat · Made · Mede · Marke · Meer · Meerstal · Meetje · Meet · Moeras · Mijnsteenheuvel · Oeverwal · Pestbosje · Petgat · Pingoruïne · Plas · Poel · Polder · Raatakkers · Rak · Redoute · Rivier · Rivierstrand · Rustbosje · Schans · Schol · Schor · Slik · Sluis · Stad · Stelle · Stinswier · Strand · Strandwal · Strang · Stroomrug · Struweel · Stuwmeer · Stuwwal · Terril · Terp · Uiterwaard · Veenkoepel · Veenlens · Veenkolonie · Veenpolder · Veenplas · Veenterp · Ven · Vesting · Viskenij · Visvijver · Vliedberg · Vliegveld · Vloeiveld · Vloeiweide · Waai · Wad · Weel · Weide · Weiland · Wiel · Wierde · Zee
Lijnvormig: Aarden dam · Aquaduct · Autosnelweg · Autoweg · Bandijk · Barrage · Beek · Berceau · Berm · Boezem · Brandsloot · Dam · Diep · Dijk · Doodweg · Dromerdijk · Enkwal · Fietspad · Fietsstrook · Gracht · Grubbe · Haag · Haha · Heg · Holle weg · Houtkant · Houtsingel · Houtwal · Jaagpad · Kaai · Kade · Kanaal · Kerkpad · Krib · Laan · Landscheiding · Landgraaf · Landweer · Lijkweg · Maar · Molengang · Muraltmuur · Opvaart · Ossengang · Pad · Reeweg · Ringdijk · Ringvaart · Rivier · Schipsloot · Schipvaart · Schurveling · Singel · Singelgracht · Slaperdijk · Sloot · Snelweg · Spoorweg · Steenberg · Strandhoofd · Strekdam · Stuwdam · Tiendweg · Trambaan · Trekpad · Trekvaart · Trottoir · Tunnel · Turfvaart · Tuunwal · Uiterdijk · Vaart · Veenkade · Veendijk · Vlechtheg · Voetpad · Wakerdijk · Wal · Wandelpad · Weg · Wetering · Wieke · Wijk · Wierdijk · Wildwal · Zeedijk · Zwetsloot
Puntvormig: Banpaal · Bermmonument · Boe · Boerderij · Boerenkuil · Boô · Borg · Brug · Buitenplaats · Burcht · Coupure · Daliegat · Dobbe · Duiker · Eendenkooi · Galg · Gemaal · Grafheuvel · Grenspaal · Hagelkruis · Havezate · Hoeve · Hollestelle · Hoogholtje · Hunebed · Inlaat · Inundatiesluis · Kasteel · Kerkgebouw · Kwakel · Molen · Mottekasteel · Overlaat · Overweg · Pijp · Pomp · Ringwalburcht · Rolpaal · Schaapvolt · Stuw · Til · Turfput · Veenput · Verlaat · Viaduct · Vijver · Voorde · Waterpomp · Waterput · Watertoren