Kanaat Kokand

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Kanaat van Kokand)
Ga naar: navigatie, zoeken
Qo'qon Xonligi
 Kanaat Buchana 1709 – 1883 Keizerrijk Rusland 
Bandera de Kokand.svg
Kaart
1850
1850
Algemene gegevens
Hoofdstad Konkland
Talen Oezbeeks, Tadzjieks
Religie(s) Soennisme

Het kanaat Kokand was een kanaat (staat) in Centraal-Azië die bestond van 1709 tot 1883 binnen het gebied van het huidige Oezbekistan, Tadzjikistan en Kirgizië.

Opkomst en groei[bewerken]

Het kanaat Kokand ontstond toen Shaybanid Shahrukh van de Minglar-Oezbeken een onafhankelijk vorstendom stichtte in het westelijke deel van de Vallei van Fergana als afsplitsing van het emiraat Buchara. Voor zijn hoofdstad bouwde hij een fort in het kleine stadje Kokand.

Zijn zoon Abd al-Karim en kleinzoon Narbuta Beg vergrootten het fort. Beiden waren echter tussen 1774 en 1798 verplicht om schatting af te dragen aan de Qing-dynastie van China. Tot vandaag de dag wordt dit soms gebruikt als basis voor Chinese claims over de soevereiniteit over de Vallei van Fergana.

Narbuta Begs zoon Alim was zowel wreed als efficiënt. Hij huurde een huurleger in van Tadzjiekse bergbewoners en veroverde de westelijke helft van de Vallei van Fergana inclusief Chodzjand en Tasjkent. Hij werd echter in 1809 om het leven gebracht door zijn broer Omar. Omars zoon, Mohammed Ali (Madali Khan) kwam op de troon in 1821 op de leeftijd van 12 jaar. Tijdens zijn rijk bereikte het kanaat Kokand zijn grootste territoriale omvang. In 1841 slaagde de Britse officier kapitein Arthur Conolly er niet in om de verschillende kanaten ertoe over te halen om hun geschillen opzij te zetten. Hij deed deze poging om zo de groeiende Russische invloed in het gebied een halt toe te roepen. Hij verliet daarop Kokand en trok naar Buchara in zijn tot mislukking gedoemde poging om zijn medeofficier kolonel Charles Stoddart te bevrijden in november 1841 en beiden werden daarop geëxecuteerd in 1842.

Neergang[bewerken]

Ondanks pogingen van Omars weduwe, de beroemde dichteres Nadira, om Madali Khan ervan te weerhouden, maakte Madali Khan zich toch schuldig aan wreedheden en losbandigheid, hetgeen emir Nasrullah Khan van het emiraat Buchara een excuus gaf om Kokand binnen te vallen in 1842. De inwoners van Kokand gaven echter toch de voorkeur aan hun eigen despoten boven deze buitenstaanders; ze kwamen al snel in opstand en zetten Shir Ali, de oom van Madali Khan op de troon. De daaropvolgende twee decennia verzwakte het rijk door verbitterde burgeroorlogen en etnische conflicten, nog verder versterkt door Buchaarse en Russische invallen. Shir Ali’s zoon Khudayar regeerde van 1845 tot 1858 en, na een nieuwe onderbreking door Emir Nasrullah, nogmaals vanaf 1865. Ondertussen zette het Russische Rijk zijn opmars voort. In 1866 verloor het kanaat Tasjkent gevolgd door Chodzjend in 1867. Tijdens zijn regering vluchtte de beroemdste heerser van Kokand, Jakub Beg, de voormalige vorst van Tasjkent, naar Kashgar, dat hij veroverde op de Chinezen.

Einde van het rijk[bewerken]

In 1868 veranderde een handelsverdag Kokand in een Russische vazalstaat. Westerse bezoekers waren onder de indruk van de stad met 80 000 mensen, ongeveer 600 moskeeën en 15 madrasa's en haar nu machteloze Khudayar Khan, die zijn energie stak in het verbeteren van zijn overvloedige paleis. Opstanden tegen de Russische heerschappij en Khudayars onderdrukkende belastingen leidden er toe dat Khudayar uiteindelijk werd verbannen in 1875. Hij werd opgevolgd door zijn bloedverwant Pulad Khan, wiens anti-Russische houding leidde tot de annexatie van Kokand, na felle gevechten, door de Russische generaals Konstantin Von Kaufman en Michail Skobelev in maart 1876. Tsaar Alexander II verklaarde dat hij was gedwongen om "toe te geven aan de wensen van de Kokanders om Russische burgers te worden". Het kanaat Kokand werd in 1883 als afgeschaft verklaard en werd toegevoegd aan de oblast Fergana van het gouvernement-generaal Turkestan (Russisch Turkestan).

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]